Ga naar inhoud
KETUVIM

Spreuken 19

מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
טֽוֹב רָ֭שׁ הוֹלֵ֣ךְ בְּ/תֻמּ֑/וֹ מֵ/עִקֵּ֥שׁ שְׂ֝פָתָ֗י/ו וְ/ה֣וּא כְסִֽיל־׃
STATEN

De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

2
גַּ֤ם בְּ/לֹא דַ֣עַת נֶ֣פֶשׁ לֹא ט֑וֹב וְ/אָ֖ץ בְּ/רַגְלַ֣יִם חוֹטֵֽא־־׃
STATEN

Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.

3
אִוֶּ֣לֶת אָ֭דָם תְּסַלֵּ֣ף דַּרְכּ֑/וֹ וְ/עַל יְ֝הוָ֗ה יִזְעַ֥ף לִבּֽ/וֹ־׃
STATEN

De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

4
ה֗וֹן יֹ֭סִיף רֵעִ֣ים רַבִּ֑ים וְ֝/דָ֗ל מֵרֵ֥ע/הוּ יִפָּרֵֽד׃
STATEN

Het goed brengt veel vrienden toe; maar de arme wordt van zijn vriend gescheiden.

5
עֵ֣ד שְׁ֭קָרִים לֹ֣א יִנָּקֶ֑ה וְ/יָפִ֥יחַ כְּ֝זָבִ֗ים לֹ֣א יִמָּלֵֽט׃
STATEN

Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal niet ontkomen.

6
רַ֭בִּים יְחַלּ֣וּ פְנֵֽי נָדִ֑יב וְ/כָל הָ֝/רֵ֗עַ לְ/אִ֣ישׁ מַתָּֽן־־׃
STATEN

Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.

7
כָּ֥ל אֲחֵי רָ֨שׁ שְֽׂנֵאֻ֗/הוּ אַ֤ף כִּ֣י מְ֭רֵעֵ/הוּ רָחֲק֣וּ מִמֶּ֑/נּוּ מְרַדֵּ֖ף אֲמָרִ֣ים לא הֵֽמָּה־׀־׃ ל/וֹ
STATEN

Al de broeders des armen haten hem; hoeveel te meer gaan zijn vrienden verre van hem! Hij loopt hen na met woorden, die niets zijn.

8
קֹֽנֶה לֵּ֭ב אֹהֵ֣ב נַפְשׁ֑/וֹ שֹׁמֵ֥ר תְּ֝בוּנָ֗ה לִ/מְצֹא טֽוֹב־־׃
STATEN

Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

9
עֵ֣ד שְׁ֭קָרִים לֹ֣א יִנָּקֶ֑ה וְ/יָפִ֖יחַ כְּזָבִ֣ים יֹאבֵֽד׃פ
STATEN

Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugenen blaast, zal vergaan.

10
לֹֽא נָאוֶ֣ה לִ/כְסִ֣יל תַּעֲנ֑וּג אַ֝֗ף כִּֽי לְ/עֶ֤בֶד מְשֹׁ֬ל בְּ/שָׂרִֽים־־׀׃
STATEN

De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!

11
שֵׂ֣כֶל אָ֭דָם הֶאֱרִ֣יךְ אַפּ֑/וֹ וְ֝/תִפאַרְתּ֗/וֹ עֲבֹ֣ר עַל פָּֽשַׁע־׃
STATEN

Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.

12
נַ֣הַם כַּ֭/כְּפִיר זַ֣עַף מֶ֑לֶךְ וּ/כְ/טַ֖ל עַל עֵ֣שֶׂב רְצוֹנֽ/וֹ־׃
STATEN

Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.

Op De Naamdragers

Blogs over Spreuken 19

Nog geen artikelen die specifiek naar Spreuken 19 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →