KETUVIM
Spreuken 26
מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
Getuigen
כַּ/שֶּׁ֤לֶג בַּ/קַּ֗יִץ וְ/כַ/מָּטָ֥ר בַּ/קָּצִ֑יר כֵּ֤ן לֹא נָאוֶ֖ה לִ/כְסִ֣יל כָּבֽוֹד׀־׃
STATEN
Gelijk de sneeuw in den zomer, en gelijk de regen in den oogst, alzo past den zot de eer niet.
כַּ/צִּפּ֣וֹר לָ֭/נוּד כַּ/דְּר֣וֹר לָ/ע֑וּף כֵּ֥ן קִֽלְלַ֥ת חִ֝נָּ֗ם לא תָבֹֽא ל֣/וֹ׃
STATEN
Gelijk een mus is tot wegzweven, gelijk een zwaluw tot vervliegen, alzo zal een vloek, die zonder oorzaak is, niet komen.
שׁ֣וֹט לַ֭/סּוּס מֶ֣תֶג לַ/חֲמ֑וֹר וְ֝/שֵׁ֗בֶט לְ/גֵ֣ו כְּסִילִֽים׃
STATEN
Een zweep is voor het paard, een toom voor den ezel, en een roede voor den rug der zotten.
אַל תַּ֣עַן כְּ֭סִיל כְּ/אִוַּלְתּ֑/וֹ פֶּֽן תִּשְׁוֶה לּ֥/וֹ גַם אָֽתָּה־־־־׃
STATEN
Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.
עֲנֵ֣ה כְ֭סִיל כְּ/אִוַּלְתּ֑/וֹ פֶּן יִהְיֶ֖ה חָכָ֣ם בְּ/עֵינָֽי/ו־׃
STATEN
Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.
מְקַצֶּ֣ה רַ֭גְלַיִם חָמָ֣ס שֹׁתֶ֑ה שֹׁלֵ֖חַ דְּבָרִ֣ים בְּ/יַד כְּסִֽיל־׃
STATEN
Hij snijdt zich de voeten af, en drinkt geweld, die boodschappen zendt door de hand van een zot.
דַּלְי֣וּ שֹׁ֭קַיִם מִ/פִּסֵּ֑חַ וּ֝/מָשָׁ֗ל בְּ/פִ֣י כְסִילִֽים׃
STATEN
Hef de benen van den kreupele op; alzo is een spreuk in den mond der zotten.
כִּ/צְר֣וֹר אֶ֭בֶן בְּ/מַרְגֵּמָ֑ה כֵּן נוֹתֵ֖ן לִ/כְסִ֣יל כָּבֽוֹד־׃
STATEN
Gelijk hij, die een edelgesteente in een slinger bindt, alzo is hij, die den zot eer geeft.
ח֭וֹחַ עָלָ֣ה בְ/יַד שִׁכּ֑וֹר וּ֝/מָשָׁ֗ל בְּ/פִ֣י כְסִילִֽים־׃
STATEN
Gelijk een doorn gaat in de hand eens dronkaards, alzo is een spreuk in den mond der zotten.
רַ֥ב מְחֽוֹלֵֽל כֹּ֑ל וְ/שֹׂכֵ֥ר כְּ֝סִ֗יל וְ/שֹׂכֵ֥ר עֹבְרִֽים־׃
STATEN
De groten doen een iegelijk verdriet aan, en huren de zotten, en huren de overtreders.
כְּ֭/כֶלֶב שָׁ֣ב עַל קֵא֑/וֹ כְּ֝סִ֗יל שׁוֹנֶ֥ה בְ/אִוַּלְתּֽ/וֹ־׃
STATEN
Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel wederkeert, alzo herneemt de zot zijn dwaasheid.
רָאִ֗יתָ אִ֭ישׁ חָכָ֣ם בְּ/עֵינָ֑י/ו תִּקְוָ֖ה לִ/כְסִ֣יל מִמֶּֽ/נּוּ׃
STATEN
Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem.