Ga naar inhoud
KETUVIM

Spreuken 26

מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
כַּ/שֶּׁ֤לֶג בַּ/קַּ֗יִץ וְ/כַ/מָּטָ֥ר בַּ/קָּצִ֑יר כֵּ֤ן לֹא נָאוֶ֖ה לִ/כְסִ֣יל כָּבֽוֹד׀־׃
STATEN

Gelijk de sneeuw in den zomer, en gelijk de regen in den oogst, alzo past den zot de eer niet.

2
כַּ/צִּפּ֣וֹר לָ֭/נוּד כַּ/דְּר֣וֹר לָ/ע֑וּף כֵּ֥ן קִֽלְלַ֥ת חִ֝נָּ֗ם לא תָבֹֽא ל֣/וֹ׃
STATEN

Gelijk een mus is tot wegzweven, gelijk een zwaluw tot vervliegen, alzo zal een vloek, die zonder oorzaak is, niet komen.

3
שׁ֣וֹט לַ֭/סּוּס מֶ֣תֶג לַ/חֲמ֑וֹר וְ֝/שֵׁ֗בֶט לְ/גֵ֣ו כְּסִילִֽים׃
STATEN

Een zweep is voor het paard, een toom voor den ezel, en een roede voor den rug der zotten.

4
אַל תַּ֣עַן כְּ֭סִיל כְּ/אִוַּלְתּ֑/וֹ פֶּֽן תִּשְׁוֶה לּ֥/וֹ גַם אָֽתָּה־־־־׃
STATEN

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

5
עֲנֵ֣ה כְ֭סִיל כְּ/אִוַּלְתּ֑/וֹ פֶּן יִהְיֶ֖ה חָכָ֣ם בְּ/עֵינָֽי/ו־׃
STATEN

Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

6
מְקַצֶּ֣ה רַ֭גְלַיִם חָמָ֣ס שֹׁתֶ֑ה שֹׁלֵ֖חַ דְּבָרִ֣ים בְּ/יַד כְּסִֽיל־׃
STATEN

Hij snijdt zich de voeten af, en drinkt geweld, die boodschappen zendt door de hand van een zot.

7
דַּלְי֣וּ שֹׁ֭קַיִם מִ/פִּסֵּ֑חַ וּ֝/מָשָׁ֗ל בְּ/פִ֣י כְסִילִֽים׃
STATEN

Hef de benen van den kreupele op; alzo is een spreuk in den mond der zotten.

8
כִּ/צְר֣וֹר אֶ֭בֶן בְּ/מַרְגֵּמָ֑ה כֵּן נוֹתֵ֖ן לִ/כְסִ֣יל כָּבֽוֹד־׃
STATEN

Gelijk hij, die een edelgesteente in een slinger bindt, alzo is hij, die den zot eer geeft.

9
ח֭וֹחַ עָלָ֣ה בְ/יַד שִׁכּ֑וֹר וּ֝/מָשָׁ֗ל בְּ/פִ֣י כְסִילִֽים־׃
STATEN

Gelijk een doorn gaat in de hand eens dronkaards, alzo is een spreuk in den mond der zotten.

10
רַ֥ב מְחֽוֹלֵֽל כֹּ֑ל וְ/שֹׂכֵ֥ר כְּ֝סִ֗יל וְ/שֹׂכֵ֥ר עֹבְרִֽים־׃
STATEN

De groten doen een iegelijk verdriet aan, en huren de zotten, en huren de overtreders.

11
כְּ֭/כֶלֶב שָׁ֣ב עַל קֵא֑/וֹ כְּ֝סִ֗יל שׁוֹנֶ֥ה בְ/אִוַּלְתּֽ/וֹ־׃
STATEN

Gelijk een hond tot zijn uitspuwsel wederkeert, alzo herneemt de zot zijn dwaasheid.

12
רָאִ֗יתָ אִ֭ישׁ חָכָ֣ם בְּ/עֵינָ֑י/ו תִּקְוָ֖ה לִ/כְסִ֣יל מִמֶּֽ/נּוּ׃
STATEN

Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem.

Op De Naamdragers

Blogs over Spreuken 26

Nog geen artikelen die specifiek naar Spreuken 26 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →