KETUVIM
Spreuken 9
מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
Getuigen
חָ֭כְמוֹת בָּנְתָ֣ה בֵיתָ֑/הּ חָצְבָ֖ה עַמּוּדֶ֣י/הָ שִׁבְעָֽה׃
STATEN
De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen.
טָבְחָ֣ה טִ֭בְחָ/הּ מָסְכָ֣ה יֵינָ֑/הּ אַ֝֗ף עָֽרְכָ֥ה שֻׁלְחָנָֽ/הּ׃
STATEN
Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.
שָֽׁלְחָ֣ה נַעֲרֹתֶ֣י/הָ תִקְרָ֑א עַל גַּ֝פֵּ֗י מְרֹ֣מֵי קָֽרֶת־׃
STATEN
Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:
מִי פֶ֭תִי יָסֻ֣ר הֵ֑נָּה חֲסַר לֵ֝֗ב אָ֣מְרָה לּֽ/וֹ־־׃
STATEN
Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:
לְ֭כוּ לַחֲמ֣וּ בְֽ/לַחֲמִ֑/י וּ֝/שְׁת֗וּ בְּ/יַ֣יִן מָסָֽכְתִּי׃
STATEN
Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb.
עִזְב֣וּ פְתָאיִ֣ם וִֽ/חְי֑וּ וְ֝/אִשְׁר֗וּ בְּ/דֶ֣רֶךְ בִּינָֽה׃
STATEN
Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
יֹ֤סֵ֨ר לֵ֗ץ לֹקֵ֣חַֽ ל֣/וֹ קָל֑וֹן וּ/מוֹכִ֖יחַ לְ/רָשָׁ֣ע מוּמֽ/וֹ׀׃
STATEN
Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek.
אַל תּ֣וֹכַח לֵ֭ץ פֶּן יִשְׂנָאֶ֑/ךָּ הוֹכַ֥ח לְ֝/חָכָ֗ם וְ/יֶאֱהָבֶֽ/ךָּ־־׃
STATEN
Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.
תֵּ֣ן לְ֭/חָכָם וְ/יֶחְכַּם ע֑וֹד הוֹדַ֥ע לְ֝/צַדִּ֗יק וְ/י֣וֹסֶף לֶֽקַח־׃פ
STATEN
Leer den wijze, zo zal hij nog wijzer worden; onderwijs den rechtvaardige, zo zal hij in leer toenemen.
תְּחִלַּ֣ת חָ֭כְמָה יִרְאַ֣ת יְהוָ֑ה וְ/דַ֖עַת קְדֹשִׁ֣ים בִּינָֽה׃
STATEN
De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.
כִּי בִ֭/י יִרְבּ֣וּ יָמֶ֑י/ךָ וְ/יוֹסִ֥יפוּ לְּ֝/ךָ֗ שְׁנ֣וֹת חַיִּֽים־׃
STATEN
Want door Mij zullen uw dagen vermenigvuldigen, en de jaren des levens zullen u toegedaan worden.
אִם חָ֭כַמְתָּ חָכַ֣מְתָּ לָּ֑/ךְ וְ֝/לַ֗צְתָּ לְֽ/בַדְּ/ךָ֥ תִשָּֽׂא־׃
STATEN
Indien gij wijs zijt, gij zijt wijs voor uzelven; en zijt gij een spotter, gij zult het alleen dragen.