Ga naar inhoud
KETUVIM

Spreuken 18

מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לְֽ֭/תַאֲוָה יְבַקֵּ֣שׁ נִפְרָ֑ד בְּ/כָל תּ֝וּשִׁיָּ֗ה יִתְגַּלָּֽע־׃
STATEN

Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.

2
לֹֽא יַחְפֹּ֣ץ כְּ֭סִיל בִּ/תְבוּנָ֑ה כִּ֝֗י אִֽם בְּ/הִתְגַּלּ֥וֹת לִבּֽ/וֹ־־׃
STATEN

De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.

3
בְּֽ/בוֹא רָ֭שָׁע בָּ֣א גַם בּ֑וּז וְֽ/עִם קָל֥וֹן חֶרְפָּֽה־־־׃
STATEN

Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.

4
מַ֣יִם עֲ֭מֻקִּים דִּבְרֵ֣י פִי אִ֑ישׁ נַ֥חַל נֹ֝בֵ֗עַ מְק֣וֹר חָכְמָֽה־׃
STATEN

De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

5
שְׂאֵ֣ת פְּנֵי רָשָׁ֣ע לֹא ט֑וֹב לְ/הַטּ֥וֹת צַ֝דִּ֗יק בַּ/מִּשְׁפָּֽט־־׃
STATEN

Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.

6
שִׂפְתֵ֣י כְ֭סִיל יָבֹ֣אֽוּ בְ/רִ֑יב וּ֝/פִ֗י/ו לְֽ/מַהֲלֻמ֥וֹת יִקְרָֽא׃
STATEN

De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.

7
פִּֽי כְ֭סִיל מְחִתָּה ל֑/וֹ וּ֝/שְׂפָתָ֗י/ו מוֹקֵ֥שׁ נַפְשֽׁ/וֹ־־׃
STATEN

De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.

8
דִּבְרֵ֣י נִ֭רְגָּן כְּ/מִֽתְלַהֲמִ֑ים וְ֝/הֵ֗ם יָרְד֥וּ חַדְרֵי בָֽטֶן־׃
STATEN

De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.

9
גַּ֭ם מִתְרַפֶּ֣ה בִ/מְלַאכְתּ֑/וֹ אָ֥ח ה֝֗וּא לְ/בַ֣עַל מַשְׁחִֽית׃
STATEN

Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.

10
מִגְדַּל עֹ֭ז שֵׁ֣ם יְהוָ֑ה בּֽ/וֹ יָר֖וּץ צַדִּ֣יק וְ/נִשְׂגָּֽב־־׃
STATEN

De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.

11
ה֣וֹן עָ֭שִׁיר קִרְיַ֣ת עֻזּ֑/וֹ וּ/כְ/חוֹמָ֥ה נִ֝שְׂגָּבָ֗ה בְּ/מַשְׂכִּיתֽ/וֹ׃
STATEN

Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.

12
לִ/פְנֵי שֶׁ֭בֶר יִגְבַּ֣הּ לֵב אִ֑ישׁ וְ/לִ/פְנֵ֖י כָב֣וֹד עֲנָוָֽה־־׃
STATEN

Vóór de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat vóór de eer.

Op De Naamdragers

Blogs over Spreuken 18

Nog geen artikelen die specifiek naar Spreuken 18 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →