Het Woord · Spreuken 24 KETUVIM
Spreuken 24 מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TAHOT i SINAITICUS i STATEN i KJV i VULGATE i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i JPS1917 i
אַל תְּ֭קַנֵּא בְּ/אַנְשֵׁ֣י רָעָ֑ה וְ/אַל תתאו לִ/הְי֥וֹת אִתָּֽ/ם־־׃ תִּ֝תְאָ֗יו
STATEN
Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּי שֹׁ֭ד יֶהְגֶּ֣ה לִבָּ֑/ם וְ֝/עָמָ֗ל שִׂפְתֵי/הֶ֥ם תְּדַבֵּֽרְנָה־׃
STATEN
Want hun hart bedenkt verwoesting, en hun lippen spreken moeite.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
בְּ֭/חָכְמָה יִבָּ֣נֶה בָּ֑יִת וּ֝/בִ/תְבוּנָ֗ה יִתְכּוֹנָֽן׃
STATEN
Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ֭/בְ/דַעַת חֲדָרִ֣ים יִמָּלְא֑וּ כָּל ה֖וֹן יָקָ֣ר וְ/נָעִֽים־׃
STATEN
En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
גֶּֽבֶר חָכָ֥ם בַּ/ע֑וֹז וְ/אִֽישׁ דַּ֝֗עַת מְאַמֶּץ כֹּֽחַ־־־׃
STATEN
Een wijs man is sterk; en een man van wetenschap maakt de kracht vast.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּ֣י בְ֭/תַחְבֻּלוֹת תַּעֲשֶׂה לְּ/ךָ֣ מִלְחָמָ֑ה וּ֝/תְשׁוּעָ֗ה בְּ/רֹ֣ב יוֹעֵֽץ־׃
STATEN
Want door wijze raadslagen zult gij voor u den krijg voeren, en in de veelheid der raadgevers is de overwinning.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
רָאמ֣וֹת לֶֽ/אֱוִ֣יל חָכְמ֑וֹת בַּ֝/שַּׁ֗עַר לֹ֣א יִפְתַּח פִּֽי/הוּ־׃
STATEN
Alle wijsheid is voor den dwaze te hoog; hij zal in de poort zijn mond niet opendoen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
מְחַשֵּׁ֥ב לְ/הָרֵ֑עַ ל֝֗/וֹ בַּֽעַל מְזִמּ֥וֹת יִקְרָֽאוּ־׃
STATEN
Die denkt om kwaad te doen, dien zal men een meester van schandelijke verdichtselen noemen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
זִמַּ֣ת אִוֶּ֣לֶת חַטָּ֑את וְ/תוֹעֲבַ֖ת לְ/אָדָ֣ם לֵֽץ׃
STATEN
De gedachte der dwaasheid is zonde; en een spotter is den mens een gruwel.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
הִ֭תְרַפִּיתָ בְּ/י֥וֹם צָרָ֗ה צַ֣ר כֹּחֶֽ/כָה׃
STATEN
Vertoont gij u slap ten dage der benauwdheid, uw kracht is nauw.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
הַ֭צֵּל לְקֻחִ֣ים לַ/מָּ֑וֶת וּ/מָטִ֥ים לַ֝/הֶ֗רֶג אִם תַּחְשֽׂוֹךְ־׃
STATEN
Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
כִּֽי תֹאמַ֗ר הֵן֮ לֹא יָדַ֪עְנ֫וּ זֶ֥ה הֲֽ/לֹא תֹ֘כֵ֤ן לִבּ֨וֹת הֽוּא יָבִ֗ין וְ/נֹצֵ֣ר נַ֭פְשְׁ/ךָ ה֣וּא יֵדָ֑ע וְ/הֵשִׁ֖יב לְ/אָדָ֣ם כְּ/פָעֳלֽ/וֹ־־־׀־׃
STATEN
Wanneer gij zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uwe ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal den mens vergelden naar zijn werk.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 23 ← → navigeer Hoofdstuk 25 →