Ga naar inhoud
KETUVIM

Spreuken 28

מִשְׁלֵי
Hoofdstukken (36)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
נָ֣סוּ וְ/אֵין רֹדֵ֣ף רָשָׁ֑ע וְ֝/צַדִּיקִ֗ים כִּ/כְפִ֥יר יִבְטָֽח־׃
STATEN

De goddelozen vlieden, waar geen vervolger is; maar elk rechtvaardige is moedig, als een jonge leeuw.

2
בְּ/פֶ֣שַֽׁע אֶ֭רֶץ רַבִּ֣ים שָׂרֶ֑י/הָ וּ/בְ/אָדָ֥ם מֵבִ֥ין יֹ֝דֵ֗עַ כֵּ֣ן יַאֲרִֽיךְ׃
STATEN

Om de overtreding des lands zijn deszelfs vorsten vele; maar om verstandige en wetende mensen zal insgelijks verlenging wezen.

3
גֶּ֣בֶר רָ֭שׁ וְ/עֹשֵׁ֣ק דַּלִּ֑ים מָטָ֥ר סֹ֝חֵ֗ף וְ/אֵ֣ין לָֽחֶם׃
STATEN

Een arm man, die de geringen verdrukt, is een wegvagende regen, zodat er geen brood zij.

4
עֹזְבֵ֣י ת֭וֹרָה יְהַֽלְל֣וּ רָשָׁ֑ע וְ/שֹׁמְרֵ֥י ת֝וֹרָ֗ה יִתְגָּ֥רוּ בָֽ/ם׃פ
STATEN

Die de wet verlaten, prijzen de goddelozen; maar die de wet bewaren, mengen zich in strijd tegen hen.

5
אַנְשֵׁי רָ֭ע לֹא יָבִ֣ינוּ מִשְׁפָּ֑ט וּ/מְבַקְשֵׁ֥י יְ֝הוָ֗ה יָבִ֥ינוּ כֹֽל־־׃
STATEN

De kwade lieden verstaan het recht niet; maar die den HEERE zoeken, verstaan alles.

6
טֽוֹב רָ֭שׁ הוֹלֵ֣ךְ בְּ/תֻמּ֑/וֹ מֵ/עִקֵּ֥שׁ דְּ֝רָכַ֗יִם וְ/ה֣וּא עָשִֽׁיר־׃
STATEN

De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

7
נוֹצֵ֣ר תּ֭וֹרָה בֵּ֣ן מֵבִ֑ין וְ/רֹעֶה זֽ֝וֹלְלִ֗ים יַכְלִ֥ים אָבִֽי/ו׃
STATEN

Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.

8
מַרְבֶּ֣ה ה֭וֹנ/וֹ בְּ/נֶ֣שֶׁךְ ו/ב/תרבית לְ/חוֹנֵ֖ן דַּלִּ֣ים יִקְבְּצֶֽ/נּוּ וְ/תַרְבִּ֑ית׃
STATEN

Die zijn goed vermeerdert met woeker en met overwinst, vergadert dat voor dengene, die zich des armen ontfermt.

9
מֵסִ֣יר אָ֭זְנ/וֹ מִ/שְּׁמֹ֣עַ תּוֹרָ֑ה גַּֽם תְּ֝פִלָּת֗/וֹ תּוֹעֵבָֽה־׃
STATEN

Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.

10
מַשְׁגֶּ֤ה יְשָׁרִ֨ים בְּ/דֶ֥רֶךְ רָ֗ע בִּ/שְׁחוּת֥/וֹ הֽוּא יִפּ֑וֹל וּ֝/תְמִימִ֗ים יִנְחֲלוּ טֽוֹב׀־־׃
STATEN

Die de oprechten doet dwalen op een kwaden weg, zal zelf in zijn gracht vallen; maar de vromen zullen het goede beërven.

11
חָכָ֣ם בְּ֭/עֵינָי/ו אִ֣ישׁ עָשִׁ֑יר וְ/דַ֖ל מֵבִ֣ין יַחְקְרֶֽ/נּוּ׃
STATEN

Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

12
בַּ/עֲלֹ֣ץ צַ֭דִּיקִים רַבָּ֣ה תִפְאָ֑רֶת וּ/בְ/ק֥וּם רְ֝שָׁעִ֗ים יְחֻפַּ֥שׂ אָדָֽם׃
STATEN

Als de rechtvaardigen opspringen van vreugde, is er grote heerlijkheid; maar als de goddelozen opkomen, wordt de mens nauw gezocht.

Op De Naamdragers

Blogs over Spreuken 28

Nog geen artikelen die specifiek naar Spreuken 28 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →