TORAH

Exodus 27

שְׁמוֹת
Hoofdstukken (40)
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Getuigen
Interlineair
1
וְ/עָשִׂ֥יתָ אֶת הַ/מִּזְבֵּ֖חַ עֲצֵ֣י שִׁטִּ֑ים חָמֵשׁ֩ אַמּ֨וֹת אֹ֜רֶךְ וְ/חָמֵ֧שׁ אַמּ֣וֹת רֹ֗חַב רָב֤וּעַ יִהְיֶה֙ הַ/מִּזְבֵּ֔חַ וְ/שָׁלֹ֥שׁ אַמּ֖וֹת קֹמָתֽ/וֹ
STATEN

Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte.

2
וְ/עָשִׂ֣יתָ קַרְנֹתָ֗י/ו עַ֚ל אַרְבַּ֣ע פִּנֹּתָ֔י/ו מִמֶּ֖/נּוּ תִּהְיֶ֣יןָ קַרְנֹתָ֑י/ו וְ/צִפִּיתָ֥ אֹת֖/וֹ נְחֹֽשֶׁת
STATEN

En gij zult zijn hoornen maken op zijn vier hoeken; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn, en gij zult het met koper overtrekken.

3
וְ/עָשִׂ֤יתָ סִּֽירֹתָי/ו֙ לְ/דַשְּׁנ֔/וֹ וְ/יָעָי/ו֙ וּ/מִזְרְקֹתָ֔י/ו וּ/מִזְלְגֹתָ֖י/ו וּ/מַחְתֹּתָ֑י/ו לְ/כָל כֵּלָ֖י/ו תַּעֲשֶׂ֥ה נְחֹֽשֶׁת
STATEN

Gij zult het ook potten maken, om zijn as te ontvangen, ook zijn schoffelen, en zijn besprengbekkens, en zijn krauwelen, en zijn koolpannen; al zijn gereedschap zult gij van koper maken.

4
וְ/עָשִׂ֤יתָ לּ/וֹ֙ מִכְבָּ֔ר מַעֲשֵׂ֖ה רֶ֣שֶׁת נְחֹ֑שֶׁת וְ/עָשִׂ֣יתָ עַל הָ/רֶ֗שֶׁת אַרְבַּע֙ טַבְּעֹ֣ת נְחֹ֔שֶׁת עַ֖ל אַרְבַּ֥ע קְצוֹתָֽי/ו
STATEN

Gij zult het een rooster maken van koperen netwerk; en gij zult aan dat net vier koperen ringen maken aan zijn vier einden.

5
וְ/נָתַתָּ֣ה אֹתָ֗/הּ תַּ֛חַת כַּרְכֹּ֥ב הַ/מִּזְבֵּ֖חַ מִ/לְּ/מָ֑טָּה וְ/הָיְתָ֣ה הָ/רֶ֔שֶׁת עַ֖ד חֲצִ֥י הַ/מִּזְבֵּֽחַ
STATEN

En gij zult het onder den omloop des altaars van beneden opleggen, alzo dat het net tot het midden des altaars zij.

6
וְ/עָשִׂ֤יתָ בַדִּים֙ לַ/מִּזְבֵּ֔חַ בַּדֵּ֖י עֲצֵ֣י שִׁטִּ֑ים וְ/צִפִּיתָ֥ אֹתָ֖/ם נְחֹֽשֶׁת
STATEN

Gij zult ook handbomen maken tot het altaar, handbomen van sittimhout; en gij zult ze met koper overtrekken.

7
וְ/הוּבָ֥א אֶת בַּדָּ֖י/ו בַּ/טַּבָּעֹ֑ת וְ/הָי֣וּ הַ/בַּדִּ֗ים עַל שְׁתֵּ֛י צַלְעֹ֥ת הַ/מִּזְבֵּ֖חַ בִּ/שְׂאֵ֥ת אֹתֽ/וֹ
STATEN

En de handbomen zullen in de ringen gedaan worden, alzo dat de handbomen zijn aan beide zijden des altaars, als men het draagt.

8
נְב֥וּב לֻחֹ֖ת תַּעֲשֶׂ֣ה אֹת֑/וֹ כַּ/אֲשֶׁ֨ר הֶרְאָ֥ה אֹתְ/ךָ֛ בָּ/הָ֖ר כֵּ֥ן יַעֲשֽׂוּ
STATEN

Gij zult hetzelve hol van planken maken; gelijk als Hij u op den berg gewezen heeft, alzo zullen zij doen.

9
וְ/עָשִׂ֕יתָ אֵ֖ת חֲצַ֣ר הַ/מִּשְׁכָּ֑ן לִ/פְאַ֣ת נֶֽגֶב תֵּ֠ימָנָ/ה קְלָעִ֨ים לֶ/חָצֵ֜ר שֵׁ֣שׁ מָשְׁזָ֗ר מֵאָ֤ה בָֽ/אַמָּה֙ אֹ֔רֶךְ לַ/פֵּאָ֖ה הָ/אֶחָֽת
STATEN

Gij zult ook den voorhof des tabernakels maken; aan den zuidhoek zuidwaarts, zullen aan den voorhof behangselen zijn van fijn getweernd linnen; de lengte ener zijde zal honderd ellen zijn.

10
וְ/עַמֻּדָ֣י/ו עֶשְׂרִ֔ים וְ/אַדְנֵי/הֶ֥ם עֶשְׂרִ֖ים נְחֹ֑שֶׁת וָוֵ֧י הָ/עַמֻּדִ֛ים וַ/חֲשֻׁקֵי/הֶ֖ם כָּֽסֶף
STATEN

Ook zullen zijn twintig pilaren, en derzelver twintig voeten, van koper zijn; de haken dezer pilaren, en hun banden zullen van zilver zijn.

11
וְ/כֵ֨ן לִ/פְאַ֤ת צָפוֹן֙ בָּ/אֹ֔רֶךְ קְלָעִ֖ים מֵ֣אָה אֹ֑רֶךְ ו/עמד/ו עֶשְׂרִ֗ים וְ/אַדְנֵי/הֶ֤ם עֶשְׂרִים֙ נְחֹ֔שֶׁת וָוֵ֧י הָֽ/עַמֻּדִ֛ים וַ/חֲשֻׁקֵי/הֶ֖ם כָּֽסֶף וְ/עַמּוּדָ֣י/ו
STATEN

Alzo zullen ook aan den noorderhoek, in de lengte, de behangsels honderd ellen lang zijn; en zijn twintig pilaren, en derzelver twintig voeten, van koper; de haken der pilaren, en derzelver banden zullen van zilver zijn.

12
וְ/רֹ֤חַב הֶֽ/חָצֵר֙ לִ/פְאַת יָ֔ם קְלָעִ֖ים חֲמִשִּׁ֣ים אַמָּ֑ה עַמֻּדֵי/הֶ֣ם עֲשָׂרָ֔ה וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם עֲשָׂרָֽה
STATEN

En in de breedte des voorhofs, aan den westerhoek, zullen behangselen zijn van vijftig ellen; hun pilaren tien, en derzelver voeten tien.

13
וְ/רֹ֣חַב הֶֽ/חָצֵ֗ר לִ/פְאַ֛ת קֵ֥דְמָ/ה מִזְרָ֖חָ/ה חֲמִשִּׁ֥ים אַמָּֽה
STATEN

Van gelijken zal de breedte des voorhofs, aan den oosterhoek oostwaarts, van vijftig ellen zijn.

14
וַ/חֲמֵ֨שׁ עֶשְׂרֵ֥ה אַמָּ֛ה קְלָעִ֖ים לַ/כָּתֵ֑ף עַמֻּדֵי/הֶ֣ם שְׁלֹשָׁ֔ה וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם שְׁלֹשָֽׁה
STATEN

Alzo dat er vijftien ellen der behangselen op de ene zijde zijn; hun pilaren drie, en hun voeten drie;

15
וְ/לַ/כָּתֵף֙ הַ/שֵּׁנִ֔ית חְמֵ֥שׁ עֶשְׂרֵ֖ה קְלָעִ֑ים עַמֻּדֵי/הֶ֣ם שְׁלֹשָׁ֔ה וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם שְׁלֹשָֽׁה
STATEN

En vijftien ellen der behangselen aan de andere zijde; hun pilaren drie, en hun voeten drie.

16
וּ/לְ/שַׁ֨עַר הֶֽ/חָצֵ֜ר מָסָ֣ךְ עֶשְׂרִ֣ים אַמָּ֗ה תְּכֵ֨לֶת וְ/אַרְגָּמָ֜ן וְ/תוֹלַ֧עַת שָׁנִ֛י וְ/שֵׁ֥שׁ מָשְׁזָ֖ר מַעֲשֵׂ֣ה רֹקֵ֑ם עַמֻּֽדֵי/הֶם֙ אַרְבָּעָ֔ה וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם אַרְבָּעָֽה
STATEN

In de poort nu des voorhofs zal een deksel zijn van twintig ellen, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk; de pilaren vier, en hun voeten vier.

17
כָּל עַמּוּדֵ֨י הֶֽ/חָצֵ֤ר סָבִיב֙ מְחֻשָּׁקִ֣ים כֶּ֔סֶף וָוֵי/הֶ֖ם כָּ֑סֶף וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם נְחֹֽשֶׁת
STATEN

Al de pilaren des voorhofs zullen rondom met zilveren banden bezet zijn; hun haken zullen van zilver zijn, maar hun voeten zullen van koper zijn.

18
אֹ֣רֶךְ הֶֽ/חָצֵר֩ מֵאָ֨ה בָֽ/אַמָּ֜ה וְ/רֹ֣חַב חֲמִשִּׁ֣ים בַּ/חֲמִשִּׁ֗ים וְ/קֹמָ֛ה חָמֵ֥שׁ אַמּ֖וֹת שֵׁ֣שׁ מָשְׁזָ֑ר וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם נְחֹֽשֶׁת
STATEN

De lengte des voorhofs zal honderd ellen zijn, en de breedte doorgaans vijftig, en de hoogte vijf ellen, van fijn getweernd linnen; maar hun voeten zullen van koper zijn.

19
לְ/כֹל֙ כְּלֵ֣י הַ/מִּשְׁכָּ֔ן בְּ/כֹ֖ל עֲבֹדָת֑/וֹ וְ/כָל יְתֵדֹתָ֛י/ו וְ/כָל יִתְדֹ֥ת הֶ/חָצֵ֖ר נְחֹֽשֶׁת
STATEN

Aangaande al het gereedschap des tabernakels, in al deszelfs dienst, ja, al zijn pennen, en al de pennen des voorhofs, zullen van koper zijn.

20
וְ/אַתָּ֞ה תְּצַוֶּ֣ה אֶת בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֗ל וְ/יִקְח֨וּ אֵלֶ֜י/ךָ שֶׁ֣מֶן זַ֥יִת זָ֛ךְ כָּתִ֖ית לַ/מָּא֑וֹר לְ/הַעֲלֹ֥ת נֵ֖ר תָּמִֽיד
STATEN

Gij nu zult den kinderen Israëls gebieden, dat zij tot u brengen reine olie van olijven, gestoten tot den luchter, dat men geduriglijk de lampen aansteke.

21
בְּ/אֹ֣הֶל מוֹעֵד֩ מִ/ח֨וּץ לַ/פָּרֹ֜כֶת אֲשֶׁ֣ר עַל הָ/עֵדֻ֗ת יַעֲרֹךְ֩ אֹת֨/וֹ אַהֲרֹ֧ן וּ/בָנָ֛י/ו מֵ/עֶ֥רֶב עַד בֹּ֖קֶר לִ/פְנֵ֣י יְהוָ֑ה חֻקַּ֤ת עוֹלָם֙ לְ/דֹ֣רֹתָ֔/ם מֵ/אֵ֖ת בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל
STATEN

In de tent der samenkomst, van buiten den voorhang, die voor de getuigenis is, zal ze Aäron en zijn zonen toerichten, van den avond tot den morgen, voor het aangezicht des HEEREN; dit zal een eeuwige inzetting zijn voor hun geslachten, vanwege de kinderen Israëls.