Ga naar inhoud
TORAH

Exodus 13

שְׁמוֹת
Hoofdstukken (40)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְדַבֵּ֥ר יְהוָ֖ה אֶל מֹשֶׁ֥ה לֵּ/אמֹֽר־׃
STATEN

Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

2
קַדֶּשׁ לִ֨/י כָל בְּכ֜וֹר פֶּ֤טֶר כָּל רֶ֨חֶם֙ בִּ/בְנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל בָּ/אָדָ֖ם וּ/בַ/בְּהֵמָ֑ה לִ֖/י הֽוּא־־־׃
STATEN

Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israëls, van mensen en van beesten, dat is Mijn.

3
וַ/יֹּ֨אמֶר מֹשֶׁ֜ה אֶל הָ/עָ֗ם זָכ֞וֹר אֶת הַ/יּ֤וֹם הַ/זֶּה֙ אֲשֶׁ֨ר יְצָאתֶ֤ם מִ/מִּצְרַ֨יִם֙ מִ/בֵּ֣ית עֲבָדִ֔ים כִּ֚י בְּ/חֹ֣זֶק יָ֔ד הוֹצִ֧יא יְהֹוָ֛ה אֶתְ/כֶ֖ם מִ/זֶּ֑ה וְ/לֹ֥א יֵאָכֵ֖ל חָמֵֽץ־־׃
STATEN

Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.

4
הַ/יּ֖וֹם אַתֶּ֣ם יֹצְאִ֑ים בְּ/חֹ֖דֶשׁ הָ/אָבִֽיב׃
STATEN

Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.

5
וְ/הָיָ֣ה כִֽי יְבִֽיאֲ/ךָ֣ יְהוָ֡ה אֶל אֶ֣רֶץ הַֽ֠/כְּנַעֲנִי וְ/הַ/חִתִּ֨י וְ/הָ/אֱמֹרִ֜י וְ/הַ/חִוִּ֣י וְ/הַ/יְבוּסִ֗י אֲשֶׁ֨ר נִשְׁבַּ֤ע לַ/אֲבֹתֶ֨י/ךָ֙ לָ֣/תֶת לָ֔/ךְ אֶ֛רֶץ זָבַ֥ת חָלָ֖ב וּ/דְבָ֑שׁ וְ/עָבַדְתָּ֛ אֶת הָ/עֲבֹדָ֥ה הַ/זֹּ֖את בַּ/חֹ֥דֶשׁ הַ/זֶּֽה־־־׃
STATEN

En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaänieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.

6
שִׁבְעַ֥ת יָמִ֖ים תֹּאכַ֣ל מַצֹּ֑ת וּ/בַ/יּוֹם֙ הַ/שְּׁבִיעִ֔י חַ֖ג לַ/יהוָֽה׃
STATEN

Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn.

7
מַצּוֹת֙ יֵֽאָכֵ֔ל אֵ֖ת שִׁבְעַ֣ת הַ/יָּמִ֑ים וְ/לֹֽא יֵרָאֶ֨ה לְ/ךָ֜ חָמֵ֗ץ וְ/לֹֽא יֵרָאֶ֥ה לְ/ךָ֛ שְׂאֹ֖ר בְּ/כָל גְּבֻלֶֽ/ךָ־־־׃
STATEN

Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.

8
וְ/הִגַּדְתָּ֣ לְ/בִנְ/ךָ֔ בַּ/יּ֥וֹם הַ/ה֖וּא לֵ/אמֹ֑ר בַּ/עֲב֣וּר זֶ֗ה עָשָׂ֤ה יְהוָה֙ לִ֔/י בְּ/צֵאתִ֖/י מִ/מִּצְרָֽיִם׃
STATEN

En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.

9
וְ/הָיָה֩ לְ/ךָ֨ לְ/א֜וֹת עַל יָדְ/ךָ֗ וּ/לְ/זִכָּרוֹן֙ בֵּ֣ין עֵינֶ֔י/ךָ לְמַ֗עַן תִּהְיֶ֛ה תּוֹרַ֥ת יְהוָ֖ה בְּ/פִ֑י/ךָ כִּ֚י בְּ/יָ֣ד חֲזָקָ֔ה הוֹצִֽאֲ/ךָ֥ יְהֹוָ֖ה מִ/מִּצְרָֽיִם־׃
STATEN

En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft.

10
וְ/שָׁמַרְתָּ֛ אֶת הַ/חֻקָּ֥ה הַ/זֹּ֖את לְ/מוֹעֲדָ֑/הּ מִ/יָּמִ֖ים יָמִֽימָ/ה־׃ס
STATEN

Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.

11
וְ/הָיָ֞ה כִּֽי יְבִֽאֲ/ךָ֤ יְהוָה֙ אֶל אֶ֣רֶץ הַֽ/כְּנַעֲנִ֔י כַּ/אֲשֶׁ֛ר נִשְׁבַּ֥ע לְ/ךָ֖ וְ/לַֽ/אֲבֹתֶ֑י/ךָ וּ/נְתָנָ֖/הּ לָֽ/ךְ־־׃
STATEN

Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaänieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben;

12
וְ/הַעֲבַרְתָּ֥ כָל פֶּֽטֶר רֶ֖חֶם לַֽ/יהֹוָ֑ה וְ/כָל פֶּ֣טֶר שֶׁ֣גֶר בְּהֵמָ֗ה אֲשֶׁ֨ר יִהְיֶ֥ה לְ/ךָ֛ הַ/זְּכָרִ֖ים לַ/יהוָֽה־־־׀׃
STATEN

Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.

Op De Naamdragers

Blogs over Exodus 13

Nog geen artikelen die specifiek naar Exodus 13 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →