Ga naar inhoud
TORAH

Exodus 24

שְׁמוֹת
Hoofdstukken (40)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/אֶל מֹשֶׁ֨ה אָמַ֜ר עֲלֵ֣ה אֶל יְהוָ֗ה אַתָּה֙ וְ/אַהֲרֹן֙ נָדָ֣ב וַ/אֲבִיה֔וּא וְ/שִׁבְעִ֖ים מִ/זִּקְנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/הִשְׁתַּחֲוִיתֶ֖ם מֵ/רָחֹֽק־־׃
STATEN

Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aäron, Nadab en Abíhu, en zeventig van de oudsten van Israël; en buigt u neder van verre!

2
וְ/נִגַּ֨שׁ מֹשֶׁ֤ה לְ/בַדּ/וֹ֙ אֶל יְהוָ֔ה וְ/הֵ֖ם לֹ֣א יִגָּ֑שׁוּ וְ/הָ/עָ֕ם לֹ֥א יַעֲל֖וּ עִמּֽ/וֹ־׃
STATEN

En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.

3
וַ/יָּבֹ֣א מֹשֶׁ֗ה וַ/יְסַפֵּ֤ר לָ/עָם֙ אֵ֚ת כָּל דִּבְרֵ֣י יְהוָ֔ה וְ/אֵ֖ת כָּל הַ/מִּשְׁפָּטִ֑ים וַ/יַּ֨עַן כָּל הָ/עָ֜ם ק֤וֹל אֶחָד֙ וַ/יֹּ֣אמְר֔וּ כָּל הַ/דְּבָרִ֛ים אֲשֶׁר דִּבֶּ֥ר יְהוָ֖ה נַעֲשֶֽׂה־־־־־׃
STATEN

Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met één stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.

4
וַ/יִּכְתֹּ֣ב מֹשֶׁ֗ה אֵ֚ת כָּל דִּבְרֵ֣י יְהוָ֔ה וַ/יַּשְׁכֵּ֣ם בַּ/בֹּ֔קֶר וַ/יִּ֥בֶן מִזְבֵּ֖חַ תַּ֣חַת הָ/הָ֑ר וּ/שְׁתֵּ֤ים עֶשְׂרֵה֙ מַצֵּבָ֔ה לִ/שְׁנֵ֥ים עָשָׂ֖ר שִׁבְטֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־׃
STATEN

Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israël.

5
וַ/יִּשְׁלַ֗ח אֶֽת נַעֲרֵי֙ בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל וַ/יַּֽעֲל֖וּ עֹלֹ֑ת וַֽ/יִּזְבְּח֞וּ זְבָחִ֧ים שְׁלָמִ֛ים לַ/יהוָ֖ה פָּרִֽים־׃
STATEN

En hij zond de jongelingen van de kinderen Israëls, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen.

6
וַ/יִּקַּ֤ח מֹשֶׁה֙ חֲצִ֣י הַ/דָּ֔ם וַ/יָּ֖שֶׂם בָּ/אַגָּנֹ֑ת וַ/חֲצִ֣י הַ/דָּ֔ם זָרַ֖ק עַל הַ/מִּזְבֵּֽחַ־׃
STATEN

En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar.

7
וַ/יִּקַּח֙ סֵ֣פֶר הַ/בְּרִ֔ית וַ/יִּקְרָ֖א בְּ/אָזְנֵ֣י הָ/עָ֑ם וַ/יֹּ֣אמְר֔וּ כֹּ֛ל אֲשֶׁר דִּבֶּ֥ר יְהוָ֖ה נַעֲשֶׂ֥ה וְ/נִשְׁמָֽע־׃
STATEN

En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen.

8
וַ/יִּקַּ֤ח מֹשֶׁה֙ אֶת הַ/דָּ֔ם וַ/יִּזְרֹ֖ק עַל הָ/עָ֑ם וַ/יֹּ֗אמֶר הִנֵּ֤ה דַֽם הַ/בְּרִית֙ אֲשֶׁ֨ר כָּרַ֤ת יְהוָה֙ עִמָּ/כֶ֔ם עַ֥ל כָּל הַ/דְּבָרִ֖ים הָ/אֵֽלֶּה־־־־׃
STATEN

Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.

9
וַ/יַּ֥עַל מֹשֶׁ֖ה וְ/אַהֲרֹ֑ן נָדָב֙ וַ/אֲבִיה֔וּא וְ/שִׁבְעִ֖ים מִ/זִּקְנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל׃
STATEN

Mozes nu en Aäron klommen opwaarts, ook Nadab en Abíhu, en zeventig van de oudsten van Israël.

10
וַ/יִּרְא֕וּ אֵ֖ת אֱלֹהֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל וְ/תַ֣חַת רַגְלָ֗י/ו כְּ/מַעֲשֵׂה֙ לִבְנַ֣ת הַ/סַּפִּ֔יר וּ/כְ/עֶ֥צֶם הַ/שָּׁמַ֖יִם לָ/טֹֽהַר׃
STATEN

En zij zagen den God van Israël, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in zijn klaarheid.

11
וְ/אֶל אֲצִילֵי֙ בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל לֹ֥א שָׁלַ֖ח יָד֑/וֹ וַֽ/יֶּחֱזוּ֙ אֶת הָ֣/אֱלֹהִ֔ים וַ/יֹּאכְל֖וּ וַ/יִּשְׁתּֽוּ־־׃ס
STATEN

Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israëls; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden.

12
וַ/יֹּ֨אמֶר יְהוָ֜ה אֶל מֹשֶׁ֗ה עֲלֵ֥ה אֵלַ֛/י הָ/הָ֖רָ/ה וֶ/הְיֵה שָׁ֑ם וְ/אֶתְּנָ֨ה לְ/ךָ֜ אֶת לֻחֹ֣ת הָ/אֶ֗בֶן וְ/הַ/תּוֹרָה֙ וְ/הַ/מִּצְוָ֔ה אֲשֶׁ֥ר כָּתַ֖בְתִּי לְ/הוֹרֹתָֽ/ם־־־׃
STATEN

Toen zeide de HEERE tot Mozes: Kom tot Mij op den berg, en wees aldaar; en Ik zal u stenen tafelen geven, en de wet, en de geboden, die Ik geschreven heb, om hen te onderwijzen.

Op De Naamdragers

Blogs over Exodus 24

Nog geen artikelen die specifiek naar Exodus 24 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →