Ga naar inhoud
TORAH

Exodus 39

שְׁמוֹת
Hoofdstukken (40)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וּ/מִן הַ/תְּכֵ֤לֶת וְ/הָֽ/אַרְגָּמָן֙ וְ/תוֹלַ֣עַת הַ/שָּׁנִ֔י עָשׂ֥וּ בִגְדֵי שְׂרָ֖ד לְ/שָׁרֵ֣ת בַּ/קֹּ֑דֶשׁ וַֽ/יַּעֲשׂ֞וּ אֶת בִּגְדֵ֤י הַ/קֹּ֨דֶשׁ֙ אֲשֶׁ֣ר לְ/אַהֲרֹ֔ן כַּ/אֲשֶׁ֛ר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֶת מֹשֶֽׁה־־־־׃פ
STATEN

Zij maakten ook ambtsklederen, om in het heilige te dienen, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken; ook maakten zij de heilige klederen, die voor Aäron waren, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.

2
וַ/יַּ֖עַשׂ אֶת הָ/אֵפֹ֑ד זָהָ֗ב תְּכֵ֧לֶת וְ/אַרְגָּמָ֛ן וְ/תוֹלַ֥עַת שָׁנִ֖י וְ/שֵׁ֥שׁ מָשְׁזָֽר־׃
STATEN

Aldus maakte hij den efod, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.

3
וַֽ/יְרַקְּע֞וּ אֶת פַּחֵ֣י הַ/זָּהָב֮ וְ/קִצֵּ֣ץ פְּתִילִם֒ לַ/עֲשׂ֗וֹת בְּ/ת֤וֹךְ הַ/תְּכֵ֨לֶת֙ וּ/בְ/ת֣וֹךְ הָֽ/אַרְגָּמָ֔ן וּ/בְ/ת֛וֹךְ תּוֹלַ֥עַת הַ/שָּׁנִ֖י וּ/בְ/ת֣וֹךְ הַ/שֵּׁ֑שׁ מַעֲשֵׂ֖ה חֹשֵֽׁב־׃
STATEN

En zij rekten uit de dunne platen van goud, en sneden het tot draden, om te doen in het midden van het hemelsblauw, en in het midden van het purper, en in het midden van het scharlaken, en in het midden van het fijn linnen, van het allerkunstelijkste werk.

4
כְּתֵפֹ֥ת עָֽשׂוּ ל֖/וֹ חֹבְרֹ֑ת עַל שְׁנֵ֥י קצוות/ו חֻבָּֽר־־׃ קְצוֹתָ֖י/ו
STATEN

Zij maakten samenvoegende schouderbanden daaraan; aan deszelfs beide einden werd hij samengevoegd.

5
וְ/חֵ֨שֶׁב אֲפֻדָּת֜/וֹ אֲשֶׁ֣ר עָלָ֗י/ו מִמֶּ֣/נּוּ הוּא֮ כְּ/מַעֲשֵׂ/הוּ֒ זָהָ֗ב תְּכֵ֧לֶת וְ/אַרְגָּמָ֛ן וְ/תוֹלַ֥עַת שָׁנִ֖י וְ/שֵׁ֣שׁ מָשְׁזָ֑ר כַּ/אֲשֶׁ֛ר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֶת מֹשֶֽׁה־׃
STATEN

En de kunstelijke riem zijns efods, die daarop was, was gelijk zijn werk, van hetzelfde, van goud, van hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, gelijk als de HEERE aan Mozes bevolen had.

6
וַֽ/יַּעֲשׂוּ֙ אֶת אַבְנֵ֣י הַ/שֹּׁ֔הַם מֻֽסַבֹּ֖ת מִשְׁבְּצֹ֣ת זָהָ֑ב מְפֻתָּחֹת֙ פִּתּוּחֵ֣י חוֹתָ֔ם עַל שְׁמ֖וֹת בְּנֵ֥י יִשְׂרָאֵֽל־־׃
STATEN

Zij bereidden ook de sardónixstenen, omvat in gouden kastjes, als zegelgravering gegraveerd, met de namen der zonen van Israël.

7
וַ/יָּ֣שֶׂם אֹתָ֗/ם עַ֚ל כִּתְפֹ֣ת הָ/אֵפֹ֔ד אַבְנֵ֥י זִכָּר֖וֹן לִ/בְנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל כַּ/אֲשֶׁ֛ר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אֶת מֹשֶֽׁה־׃פ
STATEN

En hij zette ze op de schouderbanden des efods, tot stenen der gedachtenis voor de kinderen Israëls, gelijk de HEERE aan Mozes geboden had.

8
וַ/יַּ֧עַשׂ אֶת הַ/חֹ֛שֶׁן מַעֲשֵׂ֥ה חֹשֵׁ֖ב כְּ/מַעֲשֵׂ֣ה אֵפֹ֑ד זָהָ֗ב תְּכֵ֧לֶת וְ/אַרְגָּמָ֛ן וְ/תוֹלַ֥עַת שָׁנִ֖י וְ/שֵׁ֥שׁ מָשְׁזָֽר־׃
STATEN

Hij maakte ook den borstlap van het allerkunstelijkste werk, gelijk het werk des efods, van goud, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen.

9
רָב֧וּעַ הָיָ֛ה כָּפ֖וּל עָשׂ֣וּ אֶת הַ/חֹ֑שֶׁן זֶ֧רֶת אָרְכּ֛/וֹ וְ/זֶ֥רֶת רָחְבּ֖/וֹ כָּפֽוּל־׃
STATEN

Hij was vierkant; zij maakten den borstlap dubbel; een span was zijn lengte, en een span was zijn breedte, dubbel zijnde.

10
וַ/יְמַלְאוּ ב֔/וֹ אַרְבָּעָ֖ה ט֣וּרֵי אָ֑בֶן ט֗וּר אֹ֤דֶם פִּטְדָה֙ וּ/בָרֶ֔קֶת הַ/טּ֖וּר הָ/אֶחָֽד־׃
STATEN

En zij vulden daarin vier rijen stenen: een rij van een Sardis, een Topaas en een Karbonkel; dit is de eerste rij.

11
וְ/הַ/טּ֖וּר הַ/שֵּׁנִ֑י נֹ֥פֶךְ סַפִּ֖יר וְ/יָהֲלֹֽם׃
STATEN

En de tweede rij van een Smaragd, een Saffier en een Diamant.

12
וְ/הַ/טּ֖וּר הַ/שְּׁלִישִׁ֑י לֶ֥שֶׁם שְׁב֖וֹ וְ/אַחְלָֽמָה׃
STATEN

En de derde rij van een Hyacint, Agaat, en Amethist.

Op De Naamdragers

Blogs over Exodus 39

Nog geen artikelen die specifiek naar Exodus 39 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →