Ga naar inhoud
TORAH

Exodus 23

שְׁמוֹת
Hoofdstukken (40)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לֹ֥א תִשָּׂ֖א שֵׁ֣מַע שָׁ֑וְא אַל תָּ֤שֶׁת יָֽדְ/ךָ֙ עִם רָשָׁ֔ע לִ/הְיֹ֖ת עֵ֥ד חָמָֽס־־׃ס
STATEN

Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.

2
לֹֽא תִהְיֶ֥ה אַחֲרֵֽי רַבִּ֖ים לְ/רָעֹ֑ת וְ/לֹא תַעֲנֶ֣ה עַל רִ֗ב לִ/נְטֹ֛ת אַחֲרֵ֥י רַבִּ֖ים לְ/הַטֹּֽת־־־־׃
STATEN

Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.

3
וְ/דָ֕ל לֹ֥א תֶהְדַּ֖ר בְּ/רִיבֽ/וֹ׃ס
STATEN

Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.

4
כִּ֣י תִפְגַּ֞ע שׁ֧וֹר אֹֽיִבְ/ךָ֛ א֥וֹ חֲמֹר֖/וֹ תֹּעֶ֑ה הָשֵׁ֥ב תְּשִׁיבֶ֖/נּוּ לֽ/וֹ׃ס
STATEN

Wanneer gij uws vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.

5
כִּֽי תִרְאֶ֞ה חֲמ֣וֹר שֹׂנַאֲ/ךָ֗ רֹבֵץ֙ תַּ֣חַת מַשָּׂא֔/וֹ וְ/חָדַלְתָּ֖ מֵ/עֲזֹ֣ב ל֑/וֹ עָזֹ֥ב תַּעֲזֹ֖ב עִמּֽ/וֹ־׃ס
STATEN

Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.

6
לֹ֥א תַטֶּ֛ה מִשְׁפַּ֥ט אֶבְיֹנְ/ךָ֖ בְּ/רִיבֽ/וֹ׃
STATEN

Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.

7
מִ/דְּבַר שֶׁ֖קֶר תִּרְחָ֑ק וְ/נָקִ֤י וְ/צַדִּיק֙ אַֽל תַּהֲרֹ֔ג כִּ֥י לֹא אַצְדִּ֖יק רָשָֽׁע־־־׃
STATEN

Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal den goddeloze niet rechtvaardigen.

8
וְ/שֹׁ֖חַד לֹ֣א תִקָּ֑ח כִּ֤י הַ/שֹּׁ֨חַד֙ יְעַוֵּ֣ר פִּקְחִ֔ים וִֽ/יסַלֵּ֖ף דִּבְרֵ֥י צַדִּיקִֽים׃
STATEN

Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen.

9
וְ/גֵ֖ר לֹ֣א תִלְחָ֑ץ וְ/אַתֶּ֗ם יְדַעְתֶּם֙ אֶת נֶ֣פֶשׁ הַ/גֵּ֔ר כִּֽי גֵרִ֥ים הֱיִיתֶ֖ם בְּ/אֶ֥רֶץ מִצְרָֽיִם־־׃
STATEN

Gij zult ook den vreemdeling niet onderdrukken; want gij kent het gemoed des vreemdelings, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.

10
וְ/שֵׁ֥שׁ שָׁנִ֖ים תִּזְרַ֣ע אֶת אַרְצֶ֑/ךָ וְ/אָסַפְתָּ֖ אֶת תְּבוּאָתָֽ/הּ־־׃
STATEN

Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en deszelfs inkomst verzamelen;

11
וְ/הַ/שְּׁבִיעִ֞ת תִּשְׁמְטֶ֣/נָּה וּ/נְטַשְׁתָּ֗/הּ וְ/אָֽכְלוּ֙ אֶבְיֹנֵ֣י עַמֶּ֔/ךָ וְ/יִתְרָ֕/ם תֹּאכַ֖ל חַיַּ֣ת הַ/שָּׂדֶ֑ה כֵּֽן תַּעֲשֶׂ֥ה לְ/כַרְמְ/ךָ֖ לְ/זֵיתֶֽ/ךָ־׃
STATEN

Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.

12
שֵׁ֤שֶׁת יָמִים֙ תַּעֲשֶׂ֣ה מַעֲשֶׂ֔י/ךָ וּ/בַ/יּ֥וֹם הַ/שְּׁבִיעִ֖י תִּשְׁבֹּ֑ת לְמַ֣עַן יָנ֗וּחַ שֽׁוֹרְ/ךָ֙ וַ/חֲמֹרֶ֔/ךָ וְ/יִנָּפֵ֥שׁ בֶּן אֲמָתְ/ךָ֖ וְ/הַ/גֵּֽר־׃
STATEN

Zes dagen zult gij uw werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe.

Op De Naamdragers

Blogs over Exodus 23

Nog geen artikelen die specifiek naar Exodus 23 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →