Hoofdstukken (40)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TARGUM-ONK i TARGUM-PJ i TAHOT i STATEN i KJV i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i JPS1917 i
וַ/יַּ֛עַשׂ אֶת מִזְבַּ֥ח הָ/עֹלָ֖ה עֲצֵ֣י שִׁטִּ֑ים חָמֵשׁ֩ אַמּ֨וֹת אָרְכּ֜/וֹ וְ/חָֽמֵשׁ אַמּ֤וֹת רָחְבּ/וֹ֙ רָב֔וּעַ וְ/שָׁלֹ֥שׁ אַמּ֖וֹת קֹמָתֽ/וֹ־־׃
STATEN
Hij maakte ook het brandofferaltaar van sittimhout; vijf ellen was deszelfs lengte, en vijf ellen zijn breedte, vierkant, en drie ellen zijn hoogte.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֣עַשׂ קַרְנֹתָ֗י/ו עַ֚ל אַרְבַּ֣ע פִּנֹּתָ֔י/ו מִמֶּ֖/נּוּ הָי֣וּ קַרְנֹתָ֑י/ו וַ/יְצַ֥ף אֹת֖/וֹ נְחֹֽשֶׁת׃
STATEN
En hij maakte deszelfs hoornen op zijn vier hoeken; uit hetzelve waren zijn hoornen; en hij overtrok het met koper.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֜עַשׂ אֶֽת כָּל כְּלֵ֣י הַ/מִּזְבֵּ֗חַ אֶת הַ/סִּירֹ֤ת וְ/אֶת הַ/יָּעִים֙ וְ/אֶת הַ/מִּזְרָקֹ֔ת אֶת הַ/מִּזְלָגֹ֖ת וְ/אֶת הַ/מַּחְתֹּ֑ת כָּל כֵּלָ֖י/ו עָשָׂ֥ה נְחֹֽשֶׁת־־־־־־־־׃
STATEN
Hij maakte ook al het gereedschap des altaars, de potten, en de schoffelen, en de besprengbekkens, en de krauwelen, en de koolpannen; al zijn vaten maakte hij van koper.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֤עַשׂ לַ/מִּזְבֵּ֨חַ֙ מִכְבָּ֔ר מַעֲשֵׂ֖ה רֶ֣שֶׁת נְחֹ֑שֶׁת תַּ֧חַת כַּרְכֻּבּ֛/וֹ מִ/לְּ/מַ֖טָּה עַד חֶצְיֽ/וֹ־׃
STATEN
Ook maakte hij aan het altaar een rooster van koperen netwerk, onder zijn omloop, van beneden tot zijn midden toe.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּצֹ֞ק אַרְבַּ֧ע טַבָּעֹ֛ת בְּ/אַרְבַּ֥ע הַ/קְּצָוֺ֖ת לְ/מִכְבַּ֣ר הַ/נְּחֹ֑שֶׁת בָּתִּ֖ים לַ/בַּדִּֽים׃
STATEN
En hij goot vier ringen aan de vier einden des koperen roosters, tot plaatsen voor de handbomen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֥עַשׂ אֶת הַ/בַּדִּ֖ים עֲצֵ֣י שִׁטִּ֑ים וַ/יְצַ֥ף אֹתָ֖/ם נְחֹֽשֶׁת־׃
STATEN
En hij maakte de handbomen van sittimhout, en hij overtrok ze met koper.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יָּבֵ֨א אֶת הַ/בַּדִּ֜ים בַּ/טַּבָּעֹ֗ת עַ֚ל צַלְעֹ֣ת הַ/מִּזְבֵּ֔חַ לָ/שֵׂ֥את אֹת֖/וֹ בָּ/הֶ֑ם נְב֥וּב לֻחֹ֖ת עָשָׂ֥ה אֹתֽ/וֹ־׃ס
STATEN
En hij deed de handbomen in de ringen, aan de zijden des altaars, dat men het met dezelve droeg; hij maakte hetzelve hol van planken.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֗עַשׂ אֵ֚ת הַ/כִּיּ֣וֹר נְחֹ֔שֶׁת וְ/אֵ֖ת כַּנּ֣/וֹ נְחֹ֑שֶׁת בְּ/מַרְאֹת֙ הַ/צֹּ֣בְאֹ֔ת אֲשֶׁ֣ר צָֽבְא֔וּ פֶּ֖תַח אֹ֥הֶל מוֹעֵֽד׃ס
STATEN
Hij maakte ook het koperen wasvat, met zijn koperen voet, van de spiegels der te hoop komende vrouwen, die te hoop kwamen voor de deur van de tent der samenkomst.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֖עַשׂ אֶת הֶ/חָצֵ֑ר לִ/פְאַ֣ת נֶ֣גֶב תֵּימָ֗נָ/ה קַלְעֵ֤י הֶֽ/חָצֵר֙ שֵׁ֣שׁ מָשְׁזָ֔ר מֵאָ֖ה בָּ/אַמָּֽה־׀׃
STATEN
Hij maakte ook den voorhof, aan den zuidhoek zuidwaarts; de behangselen tot den voorhof waren van fijn getweernd linnen, van honderd ellen.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
עַמּוּדֵי/הֶ֣ם עֶשְׂרִ֔ים וְ/אַדְנֵי/הֶ֥ם עֶשְׂרִ֖ים נְחֹ֑שֶׁת וָוֵ֧י הָ/עַמֻּדִ֛ים וַ/חֲשֻׁקֵי/הֶ֖ם כָּֽסֶף׃
STATEN
Hun twintig pilaren en derzelver twintig voeten, waren van koper; de haken dezer pilaren en hun banden waren van zilver.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/לִ/פְאַ֤ת צָפוֹן֙ מֵאָ֣ה בָֽ/אַמָּ֔ה עַמּוּדֵי/הֶ֣ם עֶשְׂרִ֔ים וְ/אַדְנֵי/הֶ֥ם עֶשְׂרִ֖ים נְחֹ֑שֶׁת וָוֵ֧י הָֽ/עַמּוּדִ֛ים וַ/חֲשֻׁקֵי/הֶ֖ם כָּֽסֶף׃
STATEN
En aan den noorderhoek honderd ellen, hun twintig pilaren en derzelver twintig voeten waren van koper; de haken der pilaren en derzelver banden waren van zilver.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/לִ/פְאַת יָ֗ם קְלָעִים֙ חֲמִשִּׁ֣ים בָּֽ/אַמָּ֔ה עַמּוּדֵי/הֶ֥ם עֲשָׂרָ֔ה וְ/אַדְנֵי/הֶ֖ם עֲשָׂרָ֑ה וָוֵ֧י הָ/עַמֻּדִ֛ים וַ/חֲשׁוּקֵי/הֶ֖ם כָּֽסֶף־׃
STATEN
En aan den westerhoek waren behangselen van vijftig ellen, hun pilaren tien en derzelver voeten tien; de haken der pilaren en hun banden waren van zilver.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 37 ← → navigeer Hoofdstuk 39 →