Ga naar inhoud
TORAH

Genesis 17

בְּרֵאשִׁית
Hoofdstukken (50)← → toetsen
1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יְהִ֣י אַבְרָ֔ם בֶּן תִּשְׁעִ֥ים שָׁנָ֖ה וְ/תֵ֣שַׁע שָׁנִ֑ים וַ/יֵּרָ֨א יְהוָ֜ה אֶל אַבְרָ֗ם וַ/יֹּ֤אמֶר אֵלָי/ו֙ אֲנִי אֵ֣ל שַׁדַּ֔י הִתְהַלֵּ֥ךְ לְ/פָנַ֖/י וֶ/הְיֵ֥ה תָמִֽים־־־׃
STATEN

Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!

2
וְ/אֶתְּנָ֥ה בְרִיתִ֖/י בֵּינִ֣/י וּ/בֵינֶ֑/ךָ וְ/אַרְבֶּ֥ה אוֹתְ/ךָ֖ בִּ/מְאֹ֥ד מְאֹֽד׃
STATEN

En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.

3
וַ/יִּפֹּ֥ל אַבְרָ֖ם עַל פָּנָ֑י/ו וַ/יְדַבֵּ֥ר אִתּ֛/וֹ אֱלֹהִ֖ים לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende:

4
אֲנִ֕י הִנֵּ֥ה בְרִיתִ֖/י אִתָּ֑/ךְ וְ/הָיִ֕יתָ לְ/אַ֖ב הֲמ֥וֹן גּוֹיִֽם׃
STATEN

Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden!

5
וְ/לֹא יִקָּרֵ֥א ע֛וֹד אֶת שִׁמְ/ךָ֖ אַבְרָ֑ם וְ/הָיָ֤ה שִׁמְ/ךָ֙ אַבְרָהָ֔ם כִּ֛י אַב הֲמ֥וֹן גּוֹיִ֖ם נְתַתִּֽי/ךָ־־־׃
STATEN

En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.

6
וְ/הִפְרֵתִ֤י אֹֽתְ/ךָ֙ בִּ/מְאֹ֣ד מְאֹ֔ד וּ/נְתַתִּ֖י/ךָ לְ/גוֹיִ֑ם וּ/מְלָכִ֖ים מִמְּ/ךָ֥ יֵצֵֽאוּ׃
STATEN

En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

7
וַ/הֲקִמֹתִ֨י אֶת בְּרִיתִ֜/י בֵּינִ֣/י וּ/בֵינֶ֗/ךָ וּ/בֵ֨ין זַרְעֲ/ךָ֧ אַחֲרֶ֛י/ךָ לְ/דֹרֹתָ֖/ם לִ/בְרִ֣ית עוֹלָ֑ם לִ/הְי֤וֹת לְ/ךָ֙ לֵֽ/אלֹהִ֔ים וּֽ/לְ/זַרְעֲ/ךָ֖ אַחֲרֶֽי/ךָ־׃
STATEN

En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.

8
וְ/נָתַתִּ֣י לְ֠/ךָ וּ/לְ/זַרְעֲ/ךָ֨ אַחֲרֶ֜י/ךָ אֵ֣ת אֶ֣רֶץ מְגֻרֶ֗י/ךָ אֵ֚ת כָּל אֶ֣רֶץ כְּנַ֔עַן לַ/אֲחֻזַּ֖ת עוֹלָ֑ם וְ/הָיִ֥יתִי לָ/הֶ֖ם לֵ/אלֹהִֽים׀־׃
STATEN

En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

9
וַ/יֹּ֤אמֶר אֱלֹהִים֙ אֶל אַבְרָהָ֔ם וְ/אַתָּ֖ה אֶת בְּרִיתִ֣/י תִשְׁמֹ֑ר אַתָּ֛ה וְ/זַרְעֲ/ךָ֥ אַֽחֲרֶ֖י/ךָ לְ/דֹרֹתָֽ/ם־־׃
STATEN

Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.

10
זֹ֣את בְּרִיתִ֞/י אֲשֶׁ֣ר תִּשְׁמְר֗וּ בֵּינִ/י֙ וּ/בֵ֣ינֵי/כֶ֔ם וּ/בֵ֥ין זַרְעֲ/ךָ֖ אַחֲרֶ֑י/ךָ הִמּ֥וֹל לָ/כֶ֖ם כָּל זָכָֽר־׃
STATEN

Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.

11
וּ/נְמַלְתֶּ֕ם אֵ֖ת בְּשַׂ֣ר עָרְלַתְ/כֶ֑ם וְ/הָיָה֙ לְ/א֣וֹת בְּרִ֔ית בֵּינִ֖/י וּ/בֵינֵי/כֶֽם׃
STATEN

En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.

12
וּ/בֶן שְׁמֹנַ֣ת יָמִ֗ים יִמּ֥וֹל לָ/כֶ֛ם כָּל זָכָ֖ר לְ/דֹרֹתֵי/כֶ֑ם יְלִ֣יד בָּ֔יִת וּ/מִקְנַת כֶּ֨סֶף֙ מִ/כֹּ֣ל בֶּן נֵכָ֔ר אֲשֶׁ֛ר לֹ֥א מִֽ/זַּרְעֲ/ךָ֖ הֽוּא־־־־׃
STATEN

Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad;

Op De Naamdragers

Blogs over Genesis 17

Nog geen artikelen die specifiek naar Genesis 17 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →