Ga naar inhoud
TORAH

Genesis 23

בְּרֵאשִׁית
Hoofdstukken (50)← → toetsen
1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יִּהְיוּ֙ חַיֵּ֣י שָׂרָ֔ה מֵאָ֥ה שָׁנָ֛ה וְ/עֶשְׂרִ֥ים שָׁנָ֖ה וְ/שֶׁ֣בַע שָׁנִ֑ים שְׁנֵ֖י חַיֵּ֥י שָׂרָֽה׃
STATEN

En het leven van Sara was honderd zeven en twintig jaren; dit waren de jaren des levens van Sara.

2
וַ/תָּ֣מָת שָׂרָ֗ה בְּ/קִרְיַ֥ת אַרְבַּ֛ע הִ֥וא חֶבְר֖וֹן בְּ/אֶ֣רֶץ כְּנָ֑עַן וַ/יָּבֹא֙ אַבְרָהָ֔ם לִ/סְפֹּ֥ד לְ/שָׂרָ֖ה וְ/לִ/בְכֹּתָֽ/הּ׃
STATEN

En Sara stierf te Kirjath-Arba, dat is Hebron, in het land Kanaän; en Abraham kwam om Sara te beklagen, en haar te bewenen.

3
וַ/יָּ֨קָם֙ אַבְרָהָ֔ם מֵ/עַ֖ל פְּנֵ֣י מֵת֑/וֹ וַ/יְדַבֵּ֥ר אֶל בְּנֵי חֵ֖ת לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

Daarna stond Abraham op van het aangezicht zijner dode, en hij sprak tot de zonen Heths, zeggende:

4
גֵּר וְ/תוֹשָׁ֥ב אָנֹכִ֖י עִמָּ/כֶ֑ם תְּנ֨וּ לִ֤/י אֲחֻזַּת קֶ֨בֶר֙ עִמָּ/כֶ֔ם וְ/אֶקְבְּרָ֥ה מֵתִ֖/י מִ/לְּ/פָנָֽ/י־־׃
STATEN

Ik ben een vreemdeling en inwoner bij u; geeft mij een erfbegrafenis bij u, opdat ik mijn dode van voor mijn aangezicht begrave.

5
וַ/יַּעֲנ֧וּ בְנֵי חֵ֛ת אֶת אַבְרָהָ֖ם לֵ/אמֹ֥ר לֽ/וֹ־־׃
STATEN

En de zonen Heths antwoordden Abraham, zeggende tot hem:

6
שְׁמָעֵ֣/נוּ אֲדֹנִ֗/י נְשִׂ֨יא אֱלֹהִ֤ים אַתָּה֙ בְּ/תוֹכֵ֔/נוּ בְּ/מִבְחַ֣ר קְבָרֵ֔י/נוּ קְבֹ֖ר אֶת מֵתֶ֑/ךָ אִ֣ישׁ מִמֶּ֔/נּוּ אֶת קִבְר֛/וֹ לֹֽא יִכְלֶ֥ה מִמְּ/ךָ֖ מִ/קְּבֹ֥ר מֵתֶֽ/ךָ׀־־־׃
STATEN

Hoor ons, mijn heer! gij zijt een vorst Gods in het midden van ons; begraaf uw dode in de keure onzer graven; niemand van ons zal zijn graf voor u weren, dat gij uw dode niet zoudt begraven.

7
וַ/יָּ֧קָם אַבְרָהָ֛ם וַ/יִּשְׁתַּ֥חוּ לְ/עַם הָ/אָ֖רֶץ לִ/בְנֵי חֵֽת־־׃
STATEN

Toen stond Abraham op, en boog zich neder voor het volk des lands, voor de zonen Heths;

8
וַ/יְדַבֵּ֥ר אִתָּ֖/ם לֵ/אמֹ֑ר אִם יֵ֣שׁ אֶֽת נַפְשְׁ/כֶ֗ם לִ/קְבֹּ֤ר אֶת מֵתִ/י֙ מִ/לְּ/פָנַ֔/י שְׁמָע֕וּ/נִי וּ/פִגְעוּ לִ֖/י בְּ/עֶפְר֥וֹן בֶּן צֹֽחַר־־־־־׃
STATEN

En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,

9
וְ/יִתֶּן לִ֗/י אֶת מְעָרַ֤ת הַ/מַּכְפֵּלָה֙ אֲשֶׁר ל֔/וֹ אֲשֶׁ֖ר בִּ/קְצֵ֣ה שָׂדֵ֑/הוּ בְּ/כֶ֨סֶף מָלֵ֜א יִתְּנֶ֥/נָּה לִ֛/י בְּ/תוֹכְ/כֶ֖ם לַ/אֲחֻזַּת קָֽבֶר־־־־׃
STATEN

Dat hij mij geve de spelonk van Machpéla, die hij heeft, die in het einde van zijn akker is, dat hij dezelve mij om het volle geld geve, tot een erfbegrafenis in het midden van u.

10
וְ/עֶפְר֥וֹן יֹשֵׁ֖ב בְּ/ת֣וֹךְ בְּנֵי חֵ֑ת וַ/יַּעַן֩ עֶפְר֨וֹן הַ/חִתִּ֤י אֶת אַבְרָהָם֙ בְּ/אָזְנֵ֣י בְנֵי חֵ֔ת לְ/כֹ֛ל בָּאֵ֥י שַֽׁעַר עִיר֖/וֹ לֵ/אמֹֽר־־־־׃
STATEN

Efron nu zat in het midden van de zonen Heths; en Efron de Hethiet antwoordde Abraham, voor de oren van de zonen Heths, van al degenen, die ter poorte zijner stad ingingen, zeggende:

11
לֹֽא אֲדֹנִ֣/י שְׁמָעֵ֔/נִי הַ/שָּׂדֶה֙ נָתַ֣תִּי לָ֔/ךְ וְ/הַ/מְּעָרָ֥ה אֲשֶׁר בּ֖/וֹ לְ/ךָ֣ נְתַתִּ֑י/הָ לְ/עֵינֵ֧י בְנֵי עַמִּ֛/י נְתַתִּ֥י/הָ לָּ֖/ךְ קְבֹ֥ר מֵתֶֽ/ךָ־־־׃
STATEN

Neen, mijn heer! hoor mij; den akker geef ik u; ook de spelonk, die daarin is, die geef ik u; voor de ogen van de zonen mijns volks geef ik u die; begraaf uw dode.

12
וַ/יִּשְׁתַּ֨חוּ֙ אַבְרָהָ֔ם לִ/פְנֵ֖י עַ֥ם הָ/אָֽרֶץ׃
STATEN

Toen boog zich Abraham neder voor het aangezicht van het volk des lands;

Op De Naamdragers

Blogs over Genesis 23

Nog geen artikelen die specifiek naar Genesis 23 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →