Het Woord · Genesis 25 TORAH
Genesis 25 בְּרֵאשִׁית
Hoofdstukken (50)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TARGUM-ONK i TARGUM-PJ i TAHOT i STATEN i KJV i VULGATE i LUTHER i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i YLT i JPS1917 i
וַ/יֹּ֧סֶף אַבְרָהָ֛ם וַ/יִּקַּ֥ח אִשָּׁ֖ה וּ/שְׁמָ֥/הּ קְטוּרָֽה׃
STATEN
En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketûra.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/תֵּ֣לֶד ל֗/וֹ אֶת זִמְרָן֙ וְ/אֶת יָקְשָׁ֔ן וְ/אֶת מְדָ֖ן וְ/אֶת מִדְיָ֑ן וְ/אֶת יִשְׁבָּ֖ק וְ/אֶת שֽׁוּחַ־־־־־־׃
STATEN
En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/יָקְשָׁ֣ן יָלַ֔ד אֶת שְׁבָ֖א וְ/אֶת דְּדָ֑ן וּ/בְנֵ֣י דְדָ֔ן הָי֛וּ אַשּׁוּרִ֥ם וּ/לְטוּשִׁ֖ים וּ/לְאֻמִּֽים־־׃
STATEN
En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leümmieten.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וּ/בְנֵ֣י מִדְיָ֗ן עֵיפָ֤ה וָ/עֵ֨פֶר֙ וַ/חֲנֹ֔ךְ וַ/אֲבִידָ֖ע וְ/אֶלְדָּעָ֑ה כָּל אֵ֖לֶּה בְּנֵ֥י קְטוּרָֽה־׃
STATEN
En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaä. Deze allen waren zonen van Ketûra.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּתֵּ֧ן אַבְרָהָ֛ם אֶת כָּל אֲשֶׁר ל֖/וֹ לְ/יִצְחָֽק־־־׃
STATEN
Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/לִ/בְנֵ֤י הַ/פִּֽילַגְשִׁים֙ אֲשֶׁ֣ר לְ/אַבְרָהָ֔ם נָתַ֥ן אַבְרָהָ֖ם מַתָּנֹ֑ת וַֽ/יְשַׁלְּחֵ֞/ם מֵ/עַ֨ל יִצְחָ֤ק בְּנ/וֹ֙ בְּ/עוֹדֶ֣/נּוּ חַ֔י קֵ֖דְמָ/ה אֶל אֶ֥רֶץ קֶֽדֶם־׃
STATEN
Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/אֵ֗לֶּה יְמֵ֛י שְׁנֵֽי חַיֵּ֥י אַבְרָהָ֖ם אֲשֶׁר חָ֑י מְאַ֥ת שָׁנָ֛ה וְ/שִׁבְעִ֥ים שָׁנָ֖ה וְ/חָמֵ֥שׁ שָׁנִֽים־־׃
STATEN
Dit nu zijn de dagen der jaren des levens van Abraham, welke hij geleefd heeft, honderd vijf en zeventig jaren.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּגְוַ֨ע וַ/יָּ֧מָת אַבְרָהָ֛ם בְּ/שֵׂיבָ֥ה טוֹבָ֖ה זָקֵ֣ן וְ/שָׂבֵ֑עַ וַ/יֵּאָ֖סֶף אֶל עַמָּֽי/ו־׃
STATEN
En Abraham gaf den geest en stierf, in goeden ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּקְבְּר֨וּ אֹת֜/וֹ יִצְחָ֤ק וְ/יִשְׁמָעֵאל֙ בָּנָ֔י/ו אֶל מְעָרַ֖ת הַ/מַּכְפֵּלָ֑ה אֶל שְׂדֵ֞ה עֶפְרֹ֤ן בֶּן צֹ֨חַר֙ הַֽ/חִתִּ֔י אֲשֶׁ֖ר עַל פְּנֵ֥י מַמְרֵֽא־־־־׃
STATEN
En Izak en Ismaël, zijn zonen, begroeven hem, in de spelonk van Machpéla, in den akker van Efron, den zoon van Zohar, den Hethiet, welke tegenover Mamre is;
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
הַ/שָּׂדֶ֛ה אֲשֶׁר קָנָ֥ה אַבְרָהָ֖ם מֵ/אֵ֣ת בְּנֵי חֵ֑ת שָׁ֛מָּ/ה קֻבַּ֥ר אַבְרָהָ֖ם וְ/שָׂרָ֥ה אִשְׁתּֽ/וֹ־־׃
STATEN
In den akker, dien Abraham van de zonen Heths gekocht had, daar is Abraham begraven, en Sara, zijn huisvrouw.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יְהִ֗י אַחֲרֵי֙ מ֣וֹת אַבְרָהָ֔ם וַ/יְבָ֥רֶךְ אֱלֹהִ֖ים אֶת יִצְחָ֣ק בְּנ֑/וֹ וַ/יֵּ֣שֶׁב יִצְחָ֔ק עִם בְּאֵ֥ר לַחַ֖י רֹאִֽי־־׃ס
STATEN
En het geschiedde na Abrahams dood, dat God Izak, zijn zoon, zegende; en Izak woonde bij den put Lachai-Róï.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/אֵ֛לֶּה תֹּלְדֹ֥ת יִשְׁמָעֵ֖אל בֶּן אַבְרָהָ֑ם אֲשֶׁ֨ר יָלְדָ֜ה הָגָ֧ר הַ/מִּצְרִ֛ית שִׁפְחַ֥ת שָׂרָ֖ה לְ/אַבְרָהָֽם־׃
STATEN
Dit nu zijn de geboorten van Ismaël, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 24 ← → navigeer Hoofdstuk 26 →