Hoofdstukken (50)← → toetsen
Patronen in dit hoofdstuk▾ Getuigen
WLC i ALEPPO i LXX-RAHLFS i TARGUM-ONK i TARGUM-PJ i TAHOT i STATEN i KJV i VULGATE i LUTHER i ULT i UST i WEB i ASV i DARBY i YLT i JPS1917 i
וַֽ/יְהִי֙ כִּֽי הֵחֵ֣ל הָֽ/אָדָ֔ם לָ/רֹ֖ב עַל פְּנֵ֣י הָֽ/אֲדָמָ֑ה וּ/בָנ֖וֹת יֻלְּד֥וּ לָ/הֶֽם־־׃
STATEN
En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּרְא֤וּ בְנֵי הָֽ/אֱלֹהִים֙ אֶת בְּנ֣וֹת הָֽ/אָדָ֔ם כִּ֥י טֹבֹ֖ת הֵ֑נָּה וַ/יִּקְח֤וּ לָ/הֶם֙ נָשִׁ֔ים מִ/כֹּ֖ל אֲשֶׁ֥ר בָּחָֽרוּ־־׃
STATEN
Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יֹּ֣אמֶר יְהוָ֗ה לֹֽא יָד֨וֹן רוּחִ֤/י בָֽ/אָדָם֙ לְ/עֹלָ֔ם בְּ/שַׁ/גַּ֖ם ה֣וּא בָשָׂ֑ר וְ/הָי֣וּ יָמָ֔י/ו מֵאָ֥ה וְ/עֶשְׂרִ֖ים שָׁנָֽה־׃
STATEN
Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
הַ/נְּפִלִ֞ים הָי֣וּ בָ/אָרֶץ֮ בַּ/יָּמִ֣ים הָ/הֵם֒ וְ/גַ֣ם אַֽחֲרֵי כֵ֗ן אֲשֶׁ֨ר יָבֹ֜אוּ בְּנֵ֤י הָֽ/אֱלֹהִים֙ אֶל בְּנ֣וֹת הָֽ/אָדָ֔ם וְ/יָלְד֖וּ לָ/הֶ֑ם הֵ֧מָּה הַ/גִּבֹּרִ֛ים אֲשֶׁ֥ר מֵ/עוֹלָ֖ם אַנְשֵׁ֥י הַ/שֵּֽׁם־־׃פ
STATEN
In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֣רְא יְהוָ֔ה כִּ֥י רַבָּ֛ה רָעַ֥ת הָ/אָדָ֖ם בָּ/אָ֑רֶץ וְ/כָל יֵ֨צֶר֙ מַחְשְׁבֹ֣ת לִבּ֔/וֹ רַ֥ק רַ֖ע כָּל הַ/יּֽוֹם־־׃
STATEN
En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יִּנָּ֣חֶם יְהוָ֔ה כִּֽי עָשָׂ֥ה אֶת הָֽ/אָדָ֖ם בָּ/אָ֑רֶץ וַ/יִּתְעַצֵּ֖ב אֶל לִבּֽ/וֹ־־־׃
STATEN
Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יֹּ֣אמֶר יְהוָ֗ה אֶמְחֶ֨ה אֶת הָ/אָדָ֤ם אֲשֶׁר בָּרָ֨אתִי֙ מֵ/עַל֙ פְּנֵ֣י הָֽ/אֲדָמָ֔ה מֵֽ/אָדָם֙ עַד בְּהֵמָ֔ה עַד רֶ֖מֶשׂ וְ/עַד ע֣וֹף הַ/שָּׁמָ֑יִם כִּ֥י נִחַ֖מְתִּי כִּ֥י עֲשִׂיתִֽ/ם־־־־־׃
STATEN
En de HEERE zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וְ/נֹ֕חַ מָ֥צָא חֵ֖ן בְּ/עֵינֵ֥י יְהוָֽה׃פ
STATEN
Maar Noach vond genade in de ogen des HEEREN.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
אֵ֚לֶּה תּוֹלְדֹ֣ת נֹ֔חַ נֹ֗חַ אִ֥ישׁ צַדִּ֛יק תָּמִ֥ים הָיָ֖ה בְּ/דֹֽרֹתָ֑י/ו אֶת הָֽ/אֱלֹהִ֖ים הִֽתְהַלֶּךְ נֹֽחַ־־׃
STATEN
Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יּ֥וֹלֶד נֹ֖חַ שְׁלֹשָׁ֣ה בָנִ֑ים אֶת שֵׁ֖ם אֶת חָ֥ם וְ/אֶת יָֽפֶת־־־׃
STATEN
En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/תִּשָּׁחֵ֥ת הָ/אָ֖רֶץ לִ/פְנֵ֣י הָֽ/אֱלֹהִ֑ים וַ/תִּמָּלֵ֥א הָ/אָ֖רֶץ חָמָֽס׃
STATEN
Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
וַ/יַּ֧רְא אֱלֹהִ֛ים אֶת הָ/אָ֖רֶץ וְ/הִנֵּ֣ה נִשְׁחָ֑תָה כִּֽי הִשְׁחִ֧ית כָּל בָּשָׂ֛ר אֶת דַּרְכּ֖/וֹ עַל הָ/אָֽרֶץ־־־־־׃ס
STATEN
Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
+ xref
↔ OT/NT + kantt.
← Hoofdstuk 5 ← → navigeer Hoofdstuk 7 →