Ga naar inhoud
TORAH

Genesis 36

בְּרֵאשִׁית
Hoofdstukken (50)← → toetsen
1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/אֵ֛לֶּה תֹּלְד֥וֹת עֵשָׂ֖ו ה֥וּא אֱדֽוֹם׃
STATEN

Dit nu zijn de geboorten van Ezau, welke is Edom.

2
עֵשָׂ֛ו לָקַ֥ח אֶת נָשָׁ֖י/ו מִ/בְּנ֣וֹת כְּנָ֑עַן אֶת עָדָ֗ה בַּת אֵילוֹן֙ הַֽ/חִתִּ֔י וְ/אֶת אָהֳלִֽיבָמָה֙ בַּת עֲנָ֔ה בַּת צִבְע֖וֹן הַֽ/חִוִּֽי־־־־־־׃
STATEN

Ezau nam zijn vrouwen uit de dochteren van Kanaän, Ada, de dochter van Elon, den Hethiet, en Aholibáma, de dochter van Ana, de dochter van Zibeon, den Heviet;

3
וְ/אֶת בָּשְׂמַ֥ת בַּת יִשְׁמָעֵ֖אל אֲח֥וֹת נְבָיֽוֹת־־׃
STATEN

En Basmath, de dochter van Ismaël, zuster van Nebájoth.

4
וַ/תֵּ֧לֶד עָדָ֛ה לְ/עֵשָׂ֖ו אֶת אֱלִיפָ֑ז וּ/בָ֣שְׂמַ֔ת יָלְדָ֖ה אֶת רְעוּאֵֽל־־׃
STATEN

Ada nu baarde aan Ezau Elifaz, en Basmath baarde Rehuël.

5
וְ/אָהֳלִֽיבָמָה֙ יָֽלְדָ֔ה אֶת יעיש וְ/אֶת יַעְלָ֖ם וְ/אֶת קֹ֑רַח אֵ֚לֶּה בְּנֵ֣י עֵשָׂ֔ו אֲשֶׁ֥ר יֻלְּדוּ ל֖/וֹ בְּ/אֶ֥רֶץ כְּנָֽעַן־־־־׃ יְע֥וּשׁ
STATEN

En Aholibáma baarde Jehus, en Jaëlam, en Korah. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem geboren zijn in het land Kanaän.

6
וַ/יִּקַּ֣ח עֵשָׂ֡ו אֶת נָ֠שָׁי/ו וְ/אֶת בָּנָ֣י/ו וְ/אֶת בְּנֹתָי/ו֮ וְ/אֶת כָּל נַפְשׁ֣וֹת בֵּית/וֹ֒ וְ/אֶת מִקְנֵ֣/הוּ וְ/אֶת כָּל בְּהֶמְתּ֗/וֹ וְ/אֵת֙ כָּל קִנְיָנ֔/וֹ אֲשֶׁ֥ר רָכַ֖שׁ בְּ/אֶ֣רֶץ כְּנָ֑עַן וַ/יֵּ֣לֶךְ אֶל אֶ֔רֶץ מִ/פְּנֵ֖י יַעֲקֹ֥ב אָחִֽי/ו־־־־־־־־־־׃
STATEN

Ezau nu had genomen zijn vrouwen, en zijn zonen, en zijn dochters, en al de zielen zijns huizes, en zijn vee, en al zijn beesten, en al zijn bezitting, die hij in het land Kanaän geworven had, en was vertrokken naar een ander land, van het aangezicht van zijn broeder Jakob.

7
כִּֽי הָיָ֧ה רְכוּשָׁ֛/ם רָ֖ב מִ/שֶּׁ֣בֶת יַחְדָּ֑ו וְ/לֹ֨א יָֽכְלָ֜ה אֶ֤רֶץ מְגֽוּרֵי/הֶם֙ לָ/שֵׂ֣את אֹתָ֔/ם מִ/פְּנֵ֖י מִקְנֵי/הֶֽם־׃
STATEN

Want hun have was te veel, om samen te wonen; en het land hunner vreemdelingschappen kon ze niet dragen vanwege hun vee.

8
וַ/יֵּ֤שֶׁב עֵשָׂו֙ בְּ/הַ֣ר שֵׂעִ֔יר עֵשָׂ֖ו ה֥וּא אֱדֽוֹם׃
STATEN

Derhalve woonde Ezau op het gebergte Seïr. Ezau is Edom.

9
וְ/אֵ֛לֶּה תֹּלְד֥וֹת עֵשָׂ֖ו אֲבִ֣י אֱד֑וֹם בְּ/הַ֖ר שֵׂעִֽיר׃
STATEN

Dit nu zijn de geboorten van Ezau, den vader der Edomieten, op het gebergte van Seïr.

10
אֵ֖לֶּה שְׁמ֣וֹת בְּנֵֽי עֵשָׂ֑ו אֱלִיפַ֗ז בֶּן עָדָה֙ אֵ֣שֶׁת עֵשָׂ֔ו רְעוּאֵ֕ל בֶּן בָּשְׂמַ֖ת אֵ֥שֶׁת עֵשָֽׂו־־־׃
STATEN

Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau's huisvrouw; Rehuël, de zoon van Basmath, Ezau's huisvrouw.

11
וַ/יִּהְי֖וּ בְּנֵ֣י אֱלִיפָ֑ז תֵּימָ֣ן אוֹמָ֔ר צְפ֥וֹ וְ/גַעְתָּ֖ם וּ/קְנַֽז׃
STATEN

En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gáëtam, en Kenaz.

12
וְ/תִמְנַ֣ע הָיְתָ֣ה פִילֶ֗גֶשׁ לֶֽ/אֱלִיפַז֙ בֶּן עֵשָׂ֔ו וַ/תֵּ֥לֶד לֶ/אֱלִיפַ֖ז אֶת עֲמָלֵ֑ק אֵ֕לֶּה בְּנֵ֥י עָדָ֖ה אֵ֥שֶׁת עֵשָֽׂו׀־־׃
STATEN

En Timna was een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau's huisvrouw.

Op De Naamdragers

Blogs over Genesis 36

Nog geen artikelen die specifiek naar Genesis 36 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →