Ga naar inhoud
TORAH

Genesis 42

בְּרֵאשִׁית
Hoofdstukken (50)← → toetsen
1234567891011121314151617181920212223242526272829303132333435363738394041424344454647484950
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יַּ֣רְא יַעֲקֹ֔ב כִּ֥י יֶשׁ שֶׁ֖בֶר בְּ/מִצְרָ֑יִם וַ/יֹּ֤אמֶר יַעֲקֹב֙ לְ/בָנָ֔י/ו לָ֖/מָּה תִּתְרָאֽוּ־׃
STATEN

Toen Jakob zag, dat er koren in Egypte was, zo zeide Jakob tot zijn zonen: Waarom ziet gij op elkander?

2
וַ/יֹּ֕אמֶר הִנֵּ֣ה שָׁמַ֔עְתִּי כִּ֥י יֶשׁ שֶׁ֖בֶר בְּ/מִצְרָ֑יִם רְדוּ שָׁ֨מָּ/ה֙ וְ/שִׁבְרוּ לָ֣/נוּ מִ/שָּׁ֔ם וְ/נִחְיֶ֖ה וְ/לֹ֥א נָמֽוּת־־־׃
STATEN

Voorts zeide hij: Ziet, ik heb gehoord, dat er koren in Egypte is; trekt daarhenen af, en koopt ons koren van daar, opdat wij leven en niet sterven.

3
וַ/יֵּרְד֥וּ אֲחֵֽי יוֹסֵ֖ף עֲשָׂרָ֑ה לִ/שְׁבֹּ֥ר בָּ֖ר מִ/מִּצְרָֽיִם־׃
STATEN

Toen togen Jozefs tien broederen af, om koren uit Egypte te kopen.

4
וְ/אֶת בִּנְיָמִין֙ אֲחִ֣י יוֹסֵ֔ף לֹא שָׁלַ֥ח יַעֲקֹ֖ב אֶת אֶחָ֑י/ו כִּ֣י אָמַ֔ר פֶּן יִקְרָאֶ֖/נּוּ אָסֽוֹן־־־־׃
STATEN

Doch Benjamin, Jozefs broeder, zond Jakob niet met zijn broederen; want hij zeide: Opdat hem niet misschien het verderf ontmoete!

5
וַ/יָּבֹ֨אוּ֙ בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל לִ/שְׁבֹּ֖ר בְּ/ת֣וֹךְ הַ/בָּאִ֑ים כִּֽי הָיָ֥ה הָ/רָעָ֖ב בְּ/אֶ֥רֶץ כְּנָֽעַן־׃
STATEN

Alzo kwamen Israëls zonen om te kopen onder degenen, die daar kwamen; want de honger was in het land Kanaän.

6
וְ/יוֹסֵ֗ף ה֚וּא הַ/שַּׁלִּ֣יט עַל הָ/אָ֔רֶץ ה֥וּא הַ/מַּשְׁבִּ֖יר לְ/כָל עַ֣ם הָ/אָ֑רֶץ וַ/יָּבֹ֨אוּ֙ אֲחֵ֣י יוֹסֵ֔ף וַ/יִּשְׁתַּֽחֲווּ ל֥/וֹ אַפַּ֖יִם אָֽרְצָ/ה־־־׃
STATEN

Jozef nu was regent over dat land; hij verkocht aan al het volk des lands; en Jozefs broederen kwamen, en bogen zich voor hem, met de aangezichten ter aarde.

7
וַ/יַּ֥רְא יוֹסֵ֛ף אֶת אֶחָ֖י/ו וַ/יַּכִּרֵ֑/ם וַ/יִּתְנַכֵּ֨ר אֲלֵי/הֶ֜ם וַ/יְדַבֵּ֧ר אִתָּ֣/ם קָשׁ֗וֹת וַ/יֹּ֤אמֶר אֲלֵ/הֶם֙ מֵ/אַ֣יִן בָּאתֶ֔ם וַ/יֹּ֣אמְר֔וּ מֵ/אֶ֥רֶץ כְּנַ֖עַן לִ/שְׁבָּר אֹֽכֶל־־׃
STATEN

Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaän; om spijze te kopen.

8
וַ/יַּכֵּ֥ר יוֹסֵ֖ף אֶת אֶחָ֑י/ו וְ/הֵ֖ם לֹ֥א הִכִּרֻֽ/הוּ־׃
STATEN

Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.

9
וַ/יִּזְכֹּ֣ר יוֹסֵ֔ף אֵ֚ת הַ/חֲלֹמ֔וֹת אֲשֶׁ֥ר חָלַ֖ם לָ/הֶ֑ם וַ/יֹּ֤אמֶר אֲלֵ/הֶם֙ מְרַגְּלִ֣ים אַתֶּ֔ם לִ/רְא֛וֹת אֶת עֶרְוַ֥ת הָ/אָ֖רֶץ בָּאתֶֽם־׃
STATEN

Toen gedacht Jozef aan de dromen, die hij van hen gedroomd had; en hij zeide tot hen: Gij zijt verspieders, gij zijt gekomen om te bezichtigen, waar het land bloot is.

10
וַ/יֹּאמְר֥וּ אֵלָ֖י/ו לֹ֣א אֲדֹנִ֑/י וַ/עֲבָדֶ֥י/ךָ בָּ֖אוּ לִ/שְׁבָּר אֹֽכֶל־׃
STATEN

En zij zeiden tot hem: Neen, mijn heer! maar uw knechten zijn gekomen, om spijze te kopen.

11
כֻּלָּ֕/נוּ בְּנֵ֥י אִישׁ אֶחָ֖ד נָ֑חְנוּ כֵּנִ֣ים אֲנַ֔חְנוּ לֹא הָי֥וּ עֲבָדֶ֖י/ךָ מְרַגְּלִֽים־־׃
STATEN

Wij allen zijn ééns mans zonen; wij zijn vroom; uw knechten zijn geen verspieders.

12
וַ/יֹּ֖אמֶר אֲלֵ/הֶ֑ם לֹ֕א כִּֽי עֶרְוַ֥ת הָ/אָ֖רֶץ בָּאתֶ֥ם לִ/רְאֽוֹת־׃
STATEN

En hij zeide tot hen: Neen, maar gij zijt gekomen, om te bezichtigen, waar het land bloot is.

Op De Naamdragers

Blogs over Genesis 42

Nog geen artikelen die specifiek naar Genesis 42 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →