Ga naar inhoud
KETUVIM

Job 14

אִיּוֹב
Hoofdstukken (42)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אָ֭דָם יְל֣וּד אִשָּׁ֑ה קְצַ֥ר יָ֝מִ֗ים וּֽ/שְׂבַֽע רֹֽגֶז־׃
STATEN

De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust.

2
כְּ/צִ֣יץ יָ֭צָא וַ/יִּמָּ֑ל וַ/יִּבְרַ֥ח כַּ֝/צֵּ֗ל וְ/לֹ֣א יַעֲמֽוֹד׃
STATEN

Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.

3
אַף עַל זֶ֭ה פָּקַ֣חְתָּ עֵינֶ֑/ךָ וְ/אֹ֘תִ֤/י תָבִ֖יא בְ/מִשְׁפָּ֣ט עִמָּֽ/ךְ־־׃
STATEN

Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

4
מִֽי יִתֵּ֣ן טָ֭הוֹר מִ/טָּמֵ֗א לֹ֣א אֶחָֽד־׃
STATEN

Wie zal een reine geven uit den onreine? Niet één.

5
אִ֥ם חֲרוּצִ֨ים יָמָ֗י/ו מִֽסְפַּר חֳדָשָׁ֥י/ו אִתָּ֑/ךְ חק/ו עָ֝שִׂ֗יתָ וְ/לֹ֣א יַעֲבֽוֹר׀־׃ חֻקָּ֥י/ו
STATEN

Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal;

6
שְׁעֵ֣ה מֵ/עָלָ֣י/ו וְ/יֶחְדָּ֑ל עַד יִ֝רְצֶ֗ה כְּ/שָׂכִ֥יר יוֹמֽ/וֹ־׃
STATEN

Wend U van hem af, dat hij rust hebbe, totdat hij als een dagloner aan zijn dag een welgevallen hebbe.

7
כִּ֤י יֵ֥שׁ לָ/עֵ֗ץ תִּ֫קְוָ֥ה אִֽם יִ֭כָּרֵת וְ/ע֣וֹד יַחֲלִ֑יף וְ֝/יֹֽנַקְתּ֗/וֹ לֹ֣א תֶחְדָּֽל־׃
STATEN

Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden.

8
אִם יַזְקִ֣ין בָּ/אָ֣רֶץ שָׁרְשׁ֑/וֹ וּ֝/בֶ/עָפָ֗ר יָמ֥וּת גִּזְעֽ/וֹ־׃
STATEN

Indien zijn wortel in de aarde veroudert, en zijn stam in het stof versterft;

9
מֵ/רֵ֣יחַ מַ֣יִם יַפְרִ֑חַ וְ/עָשָׂ֖ה קָצִ֣יר כְּמוֹ נָֽטַע־׃
STATEN

Hij zal van den reuk der wateren weder uitspruiten, en zal een tak maken, gelijk een plant.

10
וְ/גֶ֣בֶר יָ֭מוּת וַֽ/יֶּחֱלָ֑שׁ וַ/יִּגְוַ֖ע אָדָ֣ם וְ/אַיּֽ/וֹ׃
STATEN

Maar een man sterft, als hij verzwakt is, en de mens geeft den geest, waar is hij dan?

11
אָֽזְלוּ מַ֭יִם מִנִּי יָ֑ם וְ֝/נָהָ֗ר יֶחֱרַ֥ב וְ/יָבֵֽשׁ־־׃
STATEN

De wateren verlopen uit een meer, en een rivier droogt uit en verdort;

12
וְ/אִ֥ישׁ שָׁכַ֗ב וְֽ/לֹא יָ֫ק֥וּם עַד בִּלְתִּ֣י שָׁ֭מַיִם לֹ֣א יָקִ֑יצוּ וְ/לֹֽא יֵ֝עֹ֗רוּ מִ/שְּׁנָתָֽ/ם־־־׃
STATEN

Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.

Op De Naamdragers

Blogs over Job 14

Nog geen artikelen die specifiek naar Job 14 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →