Ga naar inhoud
KETUVIM

Job 37

אִיּוֹב
Hoofdstukken (42)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
אַף לְ֭/זֹאת יֶחֱרַ֣ד לִבִּ֑/י וְ֝/יִתַּ֗ר מִ/מְּקוֹמֽ/וֹ־׃
STATEN

Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.

2
שִׁמְע֤וּ שָׁמ֣וֹעַ בְּ/רֹ֣גֶז קֹל֑/וֹ וְ֝/הֶ֗גֶה מִ/פִּ֥י/ו יֵצֵֽא׃
STATEN

Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

3
תַּֽחַת כָּל הַ/שָּׁמַ֥יִם יִשְׁרֵ֑/הוּ וְ֝/אוֹר֗/וֹ עַל כַּנְפ֥וֹת הָ/אָֽרֶץ־־־׃
STATEN

Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

4
אַחֲרָ֤י/ו יִשְׁאַג ק֗וֹל יַ֭רְעֵם בְּ/ק֣וֹל גְּאוֹנ֑/וֹ וְ/לֹ֥א יְ֝עַקְּבֵ֗/ם כִּֽי יִשָּׁמַ֥ע קוֹלֽ/וֹ׀־־׃
STATEN

Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

5
יַרְעֵ֤ם אֵ֣ל בְּ֭/קוֹל/וֹ נִפְלָא֑וֹת עֹשֶׂ֥ה גְ֝דֹל֗וֹת וְ/לֹ֣א נֵדָֽע׃
STATEN

God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

6
כִּ֤י לַ/שֶּׁ֨לַג יֹאמַ֗ר הֱוֵ֫א אָ֥רֶץ וְ/גֶ֥שֶׁם מָטָ֑ר וְ֝/גֶ֗שֶׁם מִטְר֥וֹת עֻזּֽ/וֹ׀׃
STATEN

Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregen des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

7
בְּ/יַד כָּל אָדָ֥ם יַחְתּ֑וֹם לָ֝/דַ֗עַת כָּל אַנְשֵׁ֥י מַעֲשֵֽׂ/הוּ־־־׃
STATEN

Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden zijns werks.

8
וַ/תָּבֹ֣א חַיָּ֣ה בְמוֹ אָ֑רֶב וּ/בִ/מְע֖וֹנֹתֶ֣י/הָ תִשְׁכֹּֽן־׃
STATEN

En het gedierte gaat in de loerplaatsen, en blijft in zijn holen.

9
מִן הַ֭/חֶדֶר תָּב֣וֹא סוּפָ֑ה וּֽ/מִ/מְּזָרִ֥ים קָרָֽה־׃
STATEN

Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.

10
מִ/נִּשְׁמַת אֵ֥ל יִתֶּן קָ֑רַח וְ/רֹ֖חַב מַ֣יִם בְּ/מוּצָֽק־־׃
STATEN

Door Zijn geblaas geeft God de vorst, zodat de brede wateren verstijfd worden.

11
אַף בְּ֭/רִי יַטְרִ֣יחַ עָ֑ב יָ֝פִ֗יץ עֲנַ֣ן אוֹרֽ/וֹ־׃
STATEN

Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.

12
וְ/ה֤וּא מְסִבּ֨וֹת מִתְהַפֵּ֣ךְ ב/תחבולת/ו לְ/פָעֳלָ֑/ם כֹּ֖ל אֲשֶׁ֥ר יְצַוֵּ֓/ם עַל פְּנֵ֖י תֵבֵ֣ל אָֽרְצָ/ה׀׀־׃ בְּ/תַחְבּוּלֹתָ֣י/ו
STATEN

Die keert zich dan naar Zijn wijzen raad door ommegangen, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde.

Op De Naamdragers

Blogs over Job 37

Nog geen artikelen die specifiek naar Job 37 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →