Ga naar inhoud
KETUVIM

Job 24

אִיּוֹב
Hoofdstukken (42)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מַדּ֗וּעַ מִ֭/שַּׁדַּי לֹא נִצְפְּנ֣וּ עִתִּ֑ים ו/ידע/ו לֹא חָ֥זוּ יָמָֽי/ו־־׃ וְ֝/יֹדְעָ֗י/ו
STATEN

Waarom zouden van den Almachtige de tijden niet verborgen zijn, dewijl zij, die Hem kennen, Zijn dagen niet zien?

2
גְּבֻל֥וֹת יַשִּׂ֑יגוּ עֵ֥דֶר גָּ֝זְל֗וּ וַ/יִּרְעֽוּ׃
STATEN

Zij tasten de landpalen aan; de kudden roven zij, en weiden ze.

3
חֲמ֣וֹר יְתוֹמִ֣ים יִנְהָ֑גוּ יַ֝חְבְּל֗וּ שׁ֣וֹר אַלְמָנָֽה׃
STATEN

Den ezel der wezen drijven zij weg; den os ener weduwe nemen zij te pand.

4
יַטּ֣וּ אֶבְיוֹנִ֣ים מִ/דָּ֑רֶךְ יַ֥חַד חֻ֝בְּא֗וּ עֲנִיֵּי אָֽרֶץ־׃
STATEN

Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.

5
הֵ֤ן פְּרָאִ֨ים בַּֽ/מִּדְבָּ֗ר יָצְא֣וּ בְּ֭/פָעֳלָ/ם מְשַׁחֲרֵ֣י לַ/טָּ֑רֶף עֲרָבָ֥ה ל֥/וֹ לֶ֝֗חֶם לַ/נְּעָרִֽים׀׃
STATEN

Ziet, zij zijn woudezels in de woestijn; zij gaan uit tot hun werk, makende zich vroeg op ten roof; het vlakke veld is hem tot spijs, en den jongeren.

6
בַּ֭/שָּׂדֶה בְּלִיל֣/וֹ יקצירו וְ/כֶ֖רֶם רָשָׁ֣ע יְלַקֵּֽשׁוּ יִקְצ֑וֹרוּ׃
STATEN

Op het veld maaien zij zijn voeder, en den wijnberg des goddelozen lezen zij af.

7
עָר֣וֹם יָ֭לִינוּ מִ/בְּלִ֣י לְב֑וּשׁ וְ/אֵ֥ין כְּ֝ס֗וּת בַּ/קָּרָֽה׃
STATEN

Den naakten laten zij vernachten zonder kleding, die geen deksel heeft tegen de koude.

8
מִ/זֶּ֣רֶם הָרִ֣ים יִרְטָ֑בוּ וּֽ/מִ/בְּלִ֥י מַ֝חְסֶ֗ה חִבְּקוּ צֽוּר־׃
STATEN

Van den stroom der bergen worden zij nat, en zonder toevlucht zijnde, omhelzen zij de steenrotsen.

9
יִ֭גְזְלוּ מִ/שֹּׁ֣ד יָת֑וֹם וְֽ/עַל עָנִ֥י יַחְבֹּֽלוּ־׃
STATEN

Zij rukken het weesje van de borst, en dat over den arme is, nemen zij te pand.

10
עָר֣וֹם הִ֭לְּכוּ בְּלִ֣י לְב֑וּשׁ וּ֝/רְעֵבִ֗ים נָ֣שְׂאוּ עֹֽמֶר׃
STATEN

Den naakte doen zij weggaan zonder kleed, en hongerig, die garven dragen.

11
בֵּין שׁוּרֹתָ֥/ם יַצְהִ֑ירוּ יְקָבִ֥ים דָּ֝רְכ֗וּ וַ/יִּצְמָֽאוּ־׃
STATEN

Tussen hun muren persen zij olie uit, treden de wijnpersen, en zijn dorstig.

12
מֵ֘/עִ֤יר מְתִ֨ים יִנְאָ֗קוּ וְ/נֶֽפֶשׁ חֲלָלִ֥ים תְּשַׁוֵּ֑עַ וֶ֝/אֱל֗וֹהַּ לֹא יָשִׂ֥ים תִּפְלָֽה׀־־׃
STATEN

Uit de stad zuchten de lieden, en de ziel der verwonden schreeuwt uit; nochtans beschikt God niets ongerijmds.

Op De Naamdragers

Blogs over Job 24

Nog geen artikelen die specifiek naar Job 24 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →