KETUVIM

Job 11

אִיּוֹב
Hoofdstukken (42)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Getuigen
Interlineair
1
וַ֭/יַּעַן צֹפַ֥ר הַֽ/נַּעֲמָתִ֗י וַ/יֹּאמַֽר
STATEN

Toen antwoordde Zofar, de Naämathiet, en zeide:

2
הֲ/רֹ֣ב דְּ֭בָרִים לֹ֣א יֵעָנֶ֑ה וְ/אִם אִ֖ישׁ שְׂפָתַ֣יִם יִצְדָּֽק
STATEN

Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?

3
בַּ֭דֶּי/ךָ מְתִ֣ים יַחֲרִ֑ישׁו וַ֝/תִּלְעַ֗ג וְ/אֵ֣ין מַכְלִֽם
STATEN

Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?

4
וַ֭/תֹּאמֶר זַ֣ךְ לִקְחִ֑/י וּ֝/בַ֗ר הָיִ֥יתִי בְ/עֵינֶֽי/ךָ
STATEN

Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in Uw ogen.

5
וְֽ/אוּלָ֗ם מִֽי יִתֵּ֣ן אֱל֣וֹהַּ דַּבֵּ֑ר וְ/יִפְתַּ֖ח שְׂפָתָ֣י/ו עִמָּֽ/ךְ
STATEN

Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;

6
וְ/יַגֶּד לְ/ךָ֨ תַּֽעֲלֻמ֣וֹת חָכְמָה֮ כִּֽי כִפְלַ֪יִם לְֽ/ת֫וּשִׁיָּ֥ה וְ/דַ֡ע כִּֽי יַשֶּׁ֥ה לְ/ךָ֥ אֱ֝ל֗וֹהַ מֵ/עֲוֺנֶֽ/ךָ
STATEN

En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

7
הַ/חֵ֣קֶר אֱל֣וֹהַ תִּמְצָ֑א אִ֤ם עַד תַּכְלִ֖ית שַׁדַּ֣י תִּמְצָֽא
STATEN

Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

8
גָּבְהֵ֣י שָׁ֭מַיִם מַה תִּפְעָ֑ל עֲמֻקָּ֥ה מִ֝/שְּׁא֗וֹל מַה תֵּדָֽע
STATEN

Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

9
אֲרֻכָּ֣ה מֵ/אֶ֣רֶץ מִדָּ֑/הּ וּ֝/רְחָבָ֗ה מִנִּי יָֽם
STATEN

Langer dan de aarde is haar maat, en breder dan de zee.

10
אִם יַחֲלֹ֥ף וְ/יַסְגִּ֑יר וְ֝/יַקְהִ֗יל וּ/מִ֣י יְשִׁיבֶֽ/נּוּ
STATEN

Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?

11
כִּי ה֭וּא יָדַ֣ע מְתֵי שָׁ֑וְא וַ/יַּרְא אָ֝֗וֶן וְ/לֹ֣א יִתְבּוֹנָֽן
STATEN

Want Hij kent de ijdele lieden en Hij ziet de ondeugd; zou Hij dan niet aanmerken?

12
וְ/אִ֣ישׁ נָ֭בוּב יִלָּבֵ֑ב וְ/עַ֥יִר פֶּ֝֗רֶא אָדָ֥ם יִוָּלֵֽד
STATEN

Dan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens als het veulen eens woudezels geboren is.

13
אִם אַ֭תָּ֗ה הֲכִינ֣וֹתָ לִבֶּ֑/ךָ וּ/פָרַשְׂתָּ֖ אֵלָ֣י/ו כַּפֶּֽ/ךָ
STATEN

Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit.

14
אִם אָ֣וֶן בְּ֭/יָדְ/ךָ הַרְחִיקֵ֑/הוּ וְ/אַל תַּשְׁכֵּ֖ן בְּ/אֹהָלֶ֣י/ךָ עַוְלָֽה
STATEN

Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.

15
כִּי אָ֤ז תִּשָּׂ֣א פָנֶ֣י/ךָ מִ/מּ֑וּם וְ/הָיִ֥יתָ מֻ֝צָ֗ק וְ/לֹ֣א תִירָֽא
STATEN

Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.

16
כִּי אַ֭תָּה עָמָ֣ל תִּשְׁכָּ֑ח כְּ/מַ֖יִם עָבְר֣וּ תִזְכֹּֽר
STATEN

Want gij zult de moeite vergeten, en harer gedenken als der wateren, die voorbijgegaan zijn.

17
וּֽ֭/מִ/צָּהֳרַיִם יָק֣וּם חָ֑לֶד תָּ֝עֻ֗פָ/ה כַּ/בֹּ֥קֶר תִּהְיֶֽה
STATEN

Ja, uw tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als de morgenstond zult gij zijn.

18
וּֽ֭/בָטַחְתָּ כִּי יֵ֣שׁ תִּקְוָ֑ה וְ֝/חָפַרְתָּ֗ לָ/בֶ֥טַח תִּשְׁכָּֽב
STATEN

En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, gerustelijk zult gij slapen;

19
וְֽ֭/רָבַצְתָּ וְ/אֵ֣ין מַחֲרִ֑יד וְ/חִלּ֖וּ פָנֶ֣י/ךָ רַבִּֽים
STATEN

En gij zult nederliggen, en niemand zal u verschrikken; en velen zullen uw aangezicht smeken.

20
וְ/עֵינֵ֥י רְשָׁעִ֗ים תִּ֫כְלֶ֥ינָה וּ֭/מָנוֹס אָבַ֣ד מִנְ/הֶ֑ם וְ֝/תִקְוָתָ֗/ם מַֽפַּח נָֽפֶשׁ
STATEN

Maar de ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.