Hoofdstukken (42)← → toetsen
Getuigen
וַ/יֹּ֥סֶף אֱלִיה֗וּא וַ/יֹּאמַֽר׃
STATEN
Elíhu ging nog voort, en zeide:
כַּתַּר לִ֣/י זְ֭עֵיר וַ/אֲחַוֶּ֑/ךָּ כִּ֤י ע֖וֹד לֶ/אֱל֣וֹהַּ מִלִּֽים־׃
STATEN
Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn.
אֶשָּׂ֣א דֵ֭עִ/י לְ/מֵ/רָח֑וֹק וּ֝/לְ/פֹעֲלִ֗/י אֶֽתֵּֽן צֶֽדֶק־׃
STATEN
Ik zal mijn gevoelen van verre ophalen, en mijn Schepper gerechtigheid toewijzen.
כִּֽי אָ֭מְנָם לֹא שֶׁ֣קֶר מִלָּ֑/י תְּמִ֖ים דֵּע֣וֹת עִמָּֽ/ךְ־־׃
STATEN
Want voorwaar, mijn woorden zullen geen valsheid zijn; een, die oprecht is van gevoelen, is bij u.
הֶן אֵ֣ל כַּ֭בִּיר וְ/לֹ֣א יִמְאָ֑ס כַּ֝בִּ֗יר כֹּ֣חַֽ לֵֽב־׃
STATEN
Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.
לֹא יְחַיֶּ֥ה רָשָׁ֑ע וּ/מִשְׁפַּ֖ט עֲנִיִּ֣ים יִתֵּֽן־׃
STATEN
Hij laat den goddeloze niet leven, en het recht der ellendigen beschikt Hij.
לֹֽא יִגְרַ֥ע מִ/צַּדִּ֗יק עֵ֫ינָ֥י/ו וְ/אֶת מְלָכִ֥ים לַ/כִּסֵּ֑א וַ/יֹּשִׁיבֵ֥/ם לָ֝/נֶ֗צַח וַ/יִּגְבָּֽהוּ־־׃
STATEN
Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.
וְ/אִם אֲסוּרִ֥ים בַּ/זִּקִּ֑ים יִ֝לָּכְד֗וּ/ן בְּ/חַבְלֵי עֹֽנִי־־׃
STATEN
En zo zij, gebonden zijnde in boeien, vastgehouden worden met banden der ellende;
וַ/יַּגֵּ֣ד לָ/הֶ֣ם פָּעֳלָ֑/ם וּ֝/פִשְׁעֵי/הֶ֗ם כִּ֣י יִתְגַּבָּֽרוּ׃
STATEN
Dan geeft Hij hun hun werk te kennen, en hun overtredingen, omdat zij de overhand genomen hebben;
וַ/יִּ֣גֶל אָ֭זְנָ/ם לַ/מּוּסָ֑ר וַ֝/יֹּ֗אמֶר כִּֽי יְשֻׁב֥וּ/ן מֵ/אָֽוֶן־׃
STATEN
En Hij openbaart het voor hunlieder oor ter tucht, en zegt, dat zij zich van de ongerechtigheid bekeren zouden.
אִֽם יִשְׁמְע֗וּ וְֽ/יַ֫עֲבֹ֥דוּ יְכַלּ֣וּ יְמֵי/הֶ֣ם בַּ/טּ֑וֹב וּ֝/שְׁנֵי/הֶ֗ם בַּ/נְּעִימִֽים־׃
STATEN
Indien zij horen, en Hem dienen, zo zullen zij hun dagen eindigen in het goede, en hun jaren in liefelijkheden.
וְ/אִם לֹ֣א יִ֭שְׁמְעוּ בְּ/שֶׁ֣לַח יַעֲבֹ֑רוּ וְ֝/יִגְוְע֗וּ כִּ/בְלִי דָֽעַת־־׃
STATEN
Maar zo zij niet horen, zo gaan zij door het zwaard door, en zij geven den geest zonder kennis.