Ga naar inhoud
KETUVIM

Job 41

אִיּוֹב
Hoofdstukken (42)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
הֵן תֹּחַלְתּ֥/וֹ נִכְזָ֑בָה הֲ/גַ֖ם אֶל מַרְאָ֣י/ו יֻטָֽל־־׃
STATEN

Niemand is zo koen, dat hij hem opwekken zou; wie is dan hij, die zich voor Mijn aangezicht stellen zou?

2
לֹֽא אַ֭כְזָר כִּ֣י יְעוּרֶ֑/נּוּ וּ/מִ֥י ה֝֗וּא לְ/פָנַ֥/י יִתְיַצָּֽב־׃
STATEN

Wie heeft Mij voorgekomen, dat Ik hem zou vergelden? Wat onder den gansen hemel is, is het Mijne.

3
מִ֣י הִ֭קְדִּימַ/נִי וַ/אֲשַׁלֵּ֑ם תַּ֖חַת כָּל הַ/שָּׁמַ֣יִם לִ/י הֽוּא־־׃
STATEN

Ik zal zijn leden niet verzwijgen, noch het verhaal zijner sterkte, noch de bevalligheid zijner gestaltenis.

4
לֽ/וֹ לא אַחֲרִ֥ישׁ בַּדָּ֑י/ו וּ/דְבַר גְּ֝בוּר֗וֹת וְ/חִ֣ין עֶרְכּֽ/וֹ־־׃
STATEN

Wie zou het opperste zijns kleeds ontdekken? Wie zou met zijn dubbelen breidel hem aankomen?

5
מִֽי גִ֭לָּה פְּנֵ֣י לְבוּשׁ֑/וֹ בְּ/כֶ֥פֶל רִ֝סְנ֗/וֹ מִ֣י יָבֽוֹא־׃
STATEN

Wie zou de deuren zijns aangezichts opendoen? Rondom zijn tanden is verschrikking.

6
דַּלְתֵ֣י פָ֭נָי/ו מִ֣י פִתֵּ֑חַ סְבִיב֖וֹת שִׁנָּ֣י/ו אֵימָֽה׃
STATEN

Zeer uitnemend zijn zijn sterke schilden, elkeen gesloten als met een nauwdrukkend zegel.

7
גַּ֭אֲוָה אֲפִיקֵ֣י מָֽגִנִּ֑ים סָ֝ג֗וּר חוֹתָ֥ם צָֽר׃
STATEN

Het een is zo na aan het andere, dat de wind daar niet kan tussen komen.

8
אֶחָ֣ד בְּ/אֶחָ֣ד יִגַּ֑שׁוּ וְ֝/ר֗וּחַ לֹא יָב֥וֹא בֵֽינֵי/הֶֽם־׃
STATEN

Zij kleven aan elkander, zij vatten zich samen, dat zij zich niet scheiden.

9
אִישׁ בְּ/אָחִ֥י/הוּ יְדֻבָּ֑קוּ יִ֝תְלַכְּד֗וּ וְ/לֹ֣א יִתְפָּרָֽדוּ־׃
STATEN

Elkeen zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.

10
עֲֽ֭טִישֹׁתָי/ו תָּ֣הֶל א֑וֹר וְ֝/עֵינָ֗י/ו כְּ/עַפְעַפֵּי שָֽׁחַר־׃
STATEN

Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.

11
מִ֭/פִּי/ו לַפִּידִ֣ים יַהֲלֹ֑כוּ כִּיד֥וֹדֵי אֵ֝֗שׁ יִתְמַלָּֽטוּ׃
STATEN

Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een ziedenden pot en ruimen ketel.

12
מִ֭/נְּחִירָי/ו יֵצֵ֣א עָשָׁ֑ן כְּ/ד֖וּד נָפ֣וּחַ וְ/אַגְמֹֽן׃
STATEN

Zijn adem zou kolen doen vlammen, en een vlam komt uit zijn mond voort.

Op De Naamdragers

Blogs over Job 41

Nog geen artikelen die specifiek naar Job 41 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →