Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 19

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מַשָּׂ֖א מִצְרָ֑יִם הִנֵּ֨ה יְהוָ֜ה רֹכֵ֨ב עַל עָ֥ב קַל֙ וּ/בָ֣א מִצְרַ֔יִם וְ/נָע֞וּ אֱלִילֵ֤י מִצְרַ֨יִם֙ מִ/פָּנָ֔י/ו וּ/לְבַ֥ב מִצְרַ֖יִם יִמַּ֥ס בְּ/קִרְבּֽ/וֹ־׃
STATEN

De last van Egypte. Ziet, de HEERE rijdt op een snelle wolk, en Hij zal in Egypte komen; en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, en het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen.

2
וְ/סִכְסַכְתִּ֤י מִצְרַ֨יִם֙ בְּ/מִצְרַ֔יִם וְ/נִלְחֲמ֥וּ אִישׁ בְּ/אָחִ֖י/ו וְ/אִ֣ישׁ בְּ/רֵעֵ֑/הוּ עִ֣יר בְּ/עִ֔יר מַמְלָכָ֖ה בְּ/מַמְלָכָֽה־׃
STATEN

Want Ik zal de Egyptenaren tegen de Egyptenaren verwarren, dat zij zullen strijden een iegelijk tegen zijn broeder, en een iegelijk tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk.

3
וְ/נָבְקָ֤ה רֽוּחַ מִצְרַ֨יִם֙ בְּ/קִרְבּ֔/וֹ וַ/עֲצָת֖/וֹ אֲבַלֵּ֑עַ וְ/דָרְשׁ֤וּ אֶל הָֽ/אֱלִילִים֙ וְ/אֶל הָ֣/אִטִּ֔ים וְ/אֶל הָ/אֹב֖וֹת וְ/אֶל הַ/יִּדְּעֹנִֽים־־־־־׃
STATEN

En de geest der Egyptenaren zal uitgeledigd worden in het binnenste van hen, en hun raad zal Ik verslinden; dan zullen zij hun afgoden vragen, en den bezweerders, en den waarzeggers, en den duivelskunstenaars.

4
וְ/סִכַּרְתִּי֙ אֶת מִצְרַ֔יִם בְּ/יַ֖ד אֲדֹנִ֣ים קָשֶׁ֑ה וּ/מֶ֤לֶךְ עַז֙ יִמְשָׁל בָּ֔/ם נְאֻ֥ם הָ/אָד֖וֹן יְהוָ֥ה צְבָאֽוֹת־־׃
STATEN

En Ik zal de Egyptenaars besluiten in de hand van harde heren, en een strenge koning zal over hen heersen, spreekt de Heere HEERE der heirscharen.

5
וְ/נִשְּׁתוּ מַ֖יִם מֵֽ/הַ/יָּ֑ם וְ/נָהָ֖ר יֶחֱרַ֥ב וְ/יָבֵֽשׁ־׃
STATEN

En zij zullen de wateren uit de zee doen vergaan, en de rivier zal verzijpen en verdrogen.

6
וְ/הֶאֶזְנִ֣יחוּ נְהָר֔וֹת דָּלֲל֥וּ וְ/חָרְב֖וּ יְאֹרֵ֣י מָצ֑וֹר קָנֶ֥ה וָ/ס֖וּף קָמֵֽלוּ׃
STATEN

Zij zullen ook de rivieren verre terugdrijven, zij zullen ze uithozen, en de gedamde stromen opdrogen; het riet en het schilf zullen verwelken.

7
עָר֥וֹת עַל יְא֖וֹר עַל פִּ֣י יְא֑וֹר וְ/כֹל֙ מִזְרַ֣ע יְא֔וֹר יִיבַ֥שׁ נִדַּ֖ף וְ/אֵינֶֽ/נּוּ־־׃
STATEN

Het papiergewas bij de stromen, aan de oevers der stromen, en al het gezaaide aan de stromen, zal verdrogen; het zal weggestoten worden, en niet meer zijn.

8
וְ/אָנוּ֙ הַ/דַּיָּגִ֔ים וְ/אָ֣בְל֔וּ כָּל מַשְׁלִיכֵ֥י בַ/יְא֖וֹר חַכָּ֑ה וּ/פֹרְשֵׂ֥י מִכְמֹ֛רֶת עַל פְּנֵי מַ֖יִם אֻמְלָֽלוּ־־־׃
STATEN

En de vissers zullen treuren, en allen, die den angel in de stromen werpen, zullen rouw maken; en die het werpnet uitbreiden op de wateren, zullen kwijnen.

9
וּ/בֹ֛שׁוּ עֹבְדֵ֥י פִשְׁתִּ֖ים שְׂרִיק֑וֹת וְ/אֹרְגִ֖ים חוֹרָֽי׃
STATEN

En de werkers in het fijne vlas zullen beschaamd worden, ook de wevers van de witte stof.

10
וְ/הָי֥וּ שָׁתֹתֶ֖י/הָ מְדֻכָּאִ֑ים כָּל עֹ֥שֵׂי שֶׂ֖כֶר אַגְמֵי נָֽפֶשׁ־־׃
STATEN

En zij zullen met hun fondamenten verbrijzeld worden, allen, die voor loon lustige staande wateren maken.

11
אַךְ אֱוִלִים֙ שָׂ֣רֵי צֹ֔עַן חַכְמֵי֙ יֹעֲצֵ֣י פַרְעֹ֔ה עֵצָ֖ה נִבְעָרָ֑ה אֵ֚יךְ תֹּאמְר֣וּ אֶל פַּרְעֹ֔ה בֶּן חֲכָמִ֥ים אֲנִ֖י בֶּן מַלְכֵי קֶֽדֶם־־־־־׃
STATEN

Gewisselijk, de vorsten van Zoan zijn dwazen, de raad der wijzen, der raadgevers van Faraö, is onvernuftig geworden; hoe kunt gijlieden dan zeggen tot Faraö; Ik ben een zoon der wijzen, een zoon der oude koningen?

12
אַיָּ/ם֙ אֵפ֣וֹא חֲכָמֶ֔י/ךָ וְ/יַגִּ֥ידוּ נָ֖א לָ֑/ךְ וְ/יֵ֣דְע֔וּ מַה יָּעַ֛ץ יְהוָ֥ה צְבָא֖וֹת עַל מִצְרָֽיִם־־׃
STATEN

Waar zijn nu uw wijzen? Dat zij u nu te kennen geven of vernemen, wat de HEERE der heirscharen beraadslaagd heeft tegen Egypte.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 19

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 19 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →