Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 8

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וַ/יֹּ֤אמֶר יְהוָה֙ אֵלַ֔/י קַח לְ/ךָ֖ גִּלָּי֣וֹן גָּד֑וֹל וּ/כְתֹ֤ב עָלָי/ו֙ בְּ/חֶ֣רֶט אֱנ֔וֹשׁ לְ/מַהֵ֥ר שָׁלָ֖ל חָ֥שׁ בַּֽז־׃
STATEN

Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u een grote rol, en schrijf daarop met eens mensen griffel: Haastende tot den roof, is hij spoedig tot den buit!

2
וְ/אָעִ֣ידָה לִּ֔/י עֵדִ֖ים נֶאֱמָנִ֑ים אֵ֚ת אוּרִיָּ֣ה הַ/כֹּהֵ֔ן וְ/אֶת זְכַרְיָ֖הוּ בֶּ֥ן יְבֶרֶכְיָֽהוּ־׃
STATEN

Toen nam ik mij getrouwe getuigen, Uría, den priester, en Zachariá, den zoon van Jeberechja.

3
וָ/אֶקְרַב֙ אֶל הַ/נְּבִיאָ֔ה וַ/תַּ֖הַר וַ/תֵּ֣לֶד בֵּ֑ן וַ/יֹּ֤אמֶר יְהוָה֙ אֵלַ֔/י קְרָ֣א שְׁמ֔/וֹ מַהֵ֥ר שָׁלָ֖ל חָ֥שׁ בַּֽז־׃
STATEN

En ik was tot de profetesse genaderd, die werd zwanger, en baarde een zoon; en de HEERE zeide tot mij: Noem zijn naam MAHER-SCHALAL CHAZ-BAZ.

4
כִּ֗י בְּ/טֶ֨רֶם֙ יֵדַ֣ע הַ/נַּ֔עַר קְרֹ֖א אָבִ֣/י וְ/אִמִּ֑/י יִשָּׂ֣א אֶת חֵ֣יל דַּמֶּ֗שֶׂק וְ/אֵת֙ שְׁלַ֣ל שֹׁמְר֔וֹן לִ/פְנֵ֖י מֶ֥לֶךְ אַשּֽׁוּר׀־׃ס
STATEN

Want eer dat knechtje zal kunnen roepen: Mijn vader! of, mijn moeder! zal men den rijkdom van Damaskus, en den buit van Samaria dragen voor het aangezicht van den koning van Assur.

5
וַ/יֹּ֣סֶף יְהוָ֔ה דַּבֵּ֥ר אֵלַ֛/י ע֖וֹד לֵ/אמֹֽר׃
STATEN

En de HEERE sprak nog verder tot mij, zeggende:

6
יַ֗עַן כִּ֤י מָאַס֙ הָ/עָ֣ם הַ/זֶּ֔ה אֵ֚ת מֵ֣י הַ/שִּׁלֹ֔חַ הַ/הֹלְכִ֖ים לְ/אַ֑ט וּ/מְשׂ֥וֹשׂ אֶת רְצִ֖ין וּ/בֶן רְמַלְיָֽהוּ־־׃
STATEN

Dewijl dit volk veracht de wateren van Silóa, die zachtjes gaan, en er vreugde is bij Rezin en den zoon van Remália;

7
וְ/לָ/כֵ֡ן הִנֵּ֣ה אֲדֹנָ/י֩ מַעֲלֶ֨ה עֲלֵי/הֶ֜ם אֶת מֵ֣י הַ/נָּהָ֗ר הָ/עֲצוּמִים֙ וְ/הָ֣/רַבִּ֔ים אֶת מֶ֥לֶךְ אַשּׁ֖וּר וְ/אֶת כָּל כְּבוֹד֑/וֹ וְ/עָלָה֙ עַל כָּל אֲפִיקָ֔י/ו וְ/הָלַ֖ךְ עַל כָּל גְּדוֹתָֽי/ו־־־־־־־־׃
STATEN

Daarom ziet, zo zal de Heere over hen doen opkomen die sterke en geweldige wateren der rivier, den koning van Assyrië en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn stromen, en gaan over al zijn oevers;

8
וְ/חָלַ֤ף בִּֽ/יהוּדָה֙ שָׁטַ֣ף וְ/עָבַ֔ר עַד צַוָּ֖אר יַגִּ֑יעַ וְ/הָיָה֙ מֻטּ֣וֹת כְּנָפָ֔י/ו מְלֹ֥א רֹֽחַב אַרְצְ/ךָ֖ עִמָּ֥נוּ אֵֽל־־׃ס
STATEN

En hij zal doortrekken in Juda, hij zal het overstromen, en er doorgaan, hij zal tot aan den hals reiken; en de uitstrekkingen zijner vleugelen zullen vervullen de breedte uws lands, o Immanuël!

9
רֹ֤עוּ עַמִּים֙ וָ/חֹ֔תּוּ וְ/הַֽאֲזִ֔ינוּ כֹּ֖ל מֶרְחַקֵּי אָ֑רֶץ הִתְאַזְּר֣וּ וָ/חֹ֔תּוּ הִֽתְאַזְּר֖וּ וָ/חֹֽתּוּ־׃
STATEN

Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij, die in verre landen zijt, omgordt u, doch wordt verbroken; omgordt u, doch wordt verbroken!

10
עֻ֥צוּ עֵצָ֖ה וְ/תֻפָ֑ר דַּבְּר֤וּ דָבָר֙ וְ/לֹ֣א יָק֔וּם כִּ֥י עִמָּ֖/נוּ אֵֽל׃ס
STATEN

Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons!

11
כִּי֩ כֹ֨ה אָמַ֧ר יְהוָ֛ה אֵלַ֖/י כְּ/חֶזְקַ֣ת הַ/יָּ֑ד וְ/יִסְּרֵ֕/נִי מִ/לֶּ֛כֶת בְּ/דֶ֥רֶךְ הָֽ/עָם הַ/זֶּ֖ה לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd, met een sterke hand, en Hij onderwees mij van niet te wandelen op den weg dezes volks, zeggende:

12
לֹא תֹאמְר֣וּ/ן קֶ֔שֶׁר לְ/כֹ֧ל אֲשֶׁר יֹאמַ֛ר הָ/עָ֥ם הַ/זֶּ֖ה קָ֑שֶׁר וְ/אֶת מוֹרָא֥/וֹ לֹֽא תִֽירְא֖וּ וְ/לֹ֥א תַעֲרִֽיצוּ־־־־׃
STATEN

Gijlieden zult niet zeggen: Een verbintenis, van alles, waar dit volk van zegt: Het is een verbintenis; en vreest gijlieden hun vreze niet, en verschrikt niet.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 8

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 8 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →