Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 40

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
נַחֲמ֥וּ נַחֲמ֖וּ עַמִּ֑/י יֹאמַ֖ר אֱלֹהֵי/כֶֽם׃
STATEN

Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen.

2
דַּבְּר֞וּ עַל לֵ֤ב יְרֽוּשָׁלִַ֨ם֙ וְ/קִרְא֣וּ אֵלֶ֔י/הָ כִּ֤י מָֽלְאָה֙ צְבָאָ֔/הּ כִּ֥י נִרְצָ֖ה עֲוֺנָ֑/הּ כִּ֤י לָקְחָה֙ מִ/יַּ֣ד יְהוָ֔ה כִּפְלַ֖יִם בְּ/כָל חַטֹּאתֶֽי/הָ־־׃ס
STATEN

Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.

3
ק֣וֹל קוֹרֵ֔א בַּ/מִּדְבָּ֕ר פַּנּ֖וּ דֶּ֣רֶךְ יְהוָ֑ה יַשְּׁרוּ֙ בָּ/עֲרָבָ֔ה מְסִלָּ֖ה לֵ/אלֹהֵֽי/נוּ׃
STATEN

Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!

4
כָּל גֶּיא֙ יִנָּשֵׂ֔א וְ/כָל הַ֥ר וְ/גִבְעָ֖ה יִשְׁפָּ֑לוּ וְ/הָיָ֤ה הֶֽ/עָקֹב֙ לְ/מִישׁ֔וֹר וְ/הָ/רְכָסִ֖ים לְ/בִקְעָֽה־־׃
STATEN

Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.

5
וְ/נִגְלָ֖ה כְּב֣וֹד יְהוָ֑ה וְ/רָא֤וּ כָל בָּשָׂר֙ יַחְדָּ֔ו כִּ֛י פִּ֥י יְהוָ֖ה דִּבֵּֽר־׃ס
STATEN

En de heerlijkheid des HEEREN zal geopenbaard worden; en alle vlees te gelijk zal zien, dat het de mond des HEEREN gesproken heeft.

6
ק֚וֹל אֹמֵ֣ר קְרָ֔א וְ/אָמַ֖ר מָ֣ה אֶקְרָ֑א כָּל הַ/בָּשָׂ֣ר חָצִ֔יר וְ/כָל חַסְדּ֖/וֹ כְּ/צִ֥יץ הַ/שָּׂדֶֽה־־׃
STATEN

Een stem zegt: Roep! En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.

7
יָבֵ֤שׁ חָצִיר֙ נָ֣בֵֽל צִ֔יץ כִּ֛י ר֥וּחַ יְהוָ֖ה נָ֣שְׁבָה בּ֑/וֹ אָכֵ֥ן חָצִ֖יר הָ/עָֽם׃
STATEN

Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.

8
יָבֵ֥שׁ חָצִ֖יר נָ֣בֵֽל צִ֑יץ וּ/דְבַר אֱלֹהֵ֖י/נוּ יָק֥וּם לְ/עוֹלָֽם־׃ס
STATEN

Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.

9
עַ֣ל הַר גָּבֹ֤הַ עֲלִי לָ/ךְ֙ מְבַשֶּׂ֣רֶת צִיּ֔וֹן הָרִ֤ימִי בַ/כֹּ֨חַ֙ קוֹלֵ֔/ךְ מְבַשֶּׂ֖רֶת יְרוּשָׁלִָ֑ם הָרִ֨ימִי֙ אַל תִּירָ֔אִי אִמְרִי֙ לְ/עָרֵ֣י יְהוּדָ֔ה הִנֵּ֖ה אֱלֹהֵי/כֶֽם־־־׃
STATEN

O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie hier is uw God!

10
הִנֵּ֨ה אֲדֹנָ֤/י יְהוִה֙ בְּ/חָזָ֣ק יָב֔וֹא וּ/זְרֹע֖/וֹ מֹ֣שְׁלָה ל֑/וֹ הִנֵּ֤ה שְׂכָר/וֹ֙ אִתּ֔/וֹ וּ/פְעֻלָּת֖/וֹ לְ/פָנָֽי/ו׃
STATEN

Ziet, de Heere HEERE zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.

11
כְּ/רֹעֶה֙ עֶדְר֣/וֹ יִרְעֶ֔ה בִּ/זְרֹע/וֹ֙ יְקַבֵּ֣ץ טְלָאִ֔ים וּ/בְ/חֵיק֖/וֹ יִשָּׂ֑א עָל֖וֹת יְנַהֵֽל׃ס
STATEN

Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

12
מִֽי מָדַ֨ד בְּ/שָׁעֳל֜/וֹ מַ֗יִם וְ/שָׁמַ֨יִם֙ בַּ/זֶּ֣רֶת תִּכֵּ֔ן וְ/כָ֥ל בַּ/שָּׁלִ֖שׁ עֲפַ֣ר הָ/אָ֑רֶץ וְ/שָׁקַ֤ל בַּ/פֶּ֨לֶס֙ הָרִ֔ים וּ/גְבָע֖וֹת בְּ/מֹאזְנָֽיִם־׃
STATEN

Wie heeft de wateren met zijn vuist gemeten, en van de hemelen met de span de maat genomen, en heeft met een drieling het stof der aarde begrepen, en de bergen gewogen in een waag, en de heuvelen in een weegschaal?

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 40

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 40 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →