Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 41

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
הַחֲרִ֤ישׁוּ אֵלַ/י֙ אִיִּ֔ים וּ/לְאֻמִּ֖ים יַחֲלִ֣יפוּ כֹ֑חַ יִגְּשׁוּ֙ אָ֣ז יְדַבֵּ֔רוּ יַחְדָּ֖ו לַ/מִּשְׁפָּ֥ט נִקְרָֽבָה׃
STATEN

Zwijgt voor Mij, gij eilanden! en laat de volken de kracht vernieuwen; laat ze toetreden, laat ze dan spreken; laat ons samen ten gerichte naderen.

2
מִ֤י הֵעִיר֙ מִ/מִּזְרָ֔ח צֶ֖דֶק יִקְרָאֵ֣/הוּ לְ/רַגְל֑/וֹ יִתֵּ֨ן לְ/פָנָ֤י/ו גּוֹיִם֙ וּ/מְלָכִ֣ים יַ֔רְדְּ יִתֵּ֤ן כֶּֽ/עָפָר֙ חַרְבּ֔/וֹ כְּ/קַ֥שׁ נִדָּ֖ף קַשְׁתּֽ/וֹ׃
STATEN

Wie heeft van den opgang dien rechtvaardige verwekt? heeft hem geroepen op zijn voet? de heidenen voor zijn aangezicht gegeven, en gemaakt, dat hij over koningen heerste? heeft ze zijn zwaard gegeven als stof, zijn boog als een voortgedreven stoppel?

3
יִרְדְּפֵ֖/ם יַעֲב֣וֹר שָׁל֑וֹם אֹ֥רַח בְּ/רַגְלָ֖י/ו לֹ֥א יָבֽוֹא׃
STATEN

Dat hij ze najaagde en doortrok met vrede, door een pad, hetwelk hij met zijn voeten niet gegaan had?

4
מִֽי פָעַ֣ל וְ/עָשָׂ֔ה קֹרֵ֥א הַ/דֹּר֖וֹת מֵ/רֹ֑אשׁ אֲנִ֤י יְהוָה֙ רִאשׁ֔וֹן וְ/אֶת אַחֲרֹנִ֖ים אֲנִי הֽוּא־־־׃
STATEN

Wie heeft dit gewrocht en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en met den laatsten ben Ik Dezelfde.

5
רָא֤וּ אִיִּים֙ וְ/יִירָ֔אוּ קְצ֥וֹת הָ/אָ֖רֶץ יֶחֱרָ֑דוּ קָרְב֖וּ וַ/יֶּאֱתָיֽוּ/ן׃
STATEN

De eilanden zagen het, en zij vreesden; de einden der aarde beefden; zij naderden en kwamen toe;

6
אִ֥ישׁ אֶת רֵעֵ֖/הוּ יַעְזֹ֑רוּ וּ/לְ/אָחִ֖י/ו יֹאמַ֥ר חֲזָֽק־׃
STATEN

De een hielp den ander, en zeide tot zijn metgezel: Wees sterk!

7
וַ/יְחַזֵּ֤ק חָרָשׁ֙ אֶת צֹרֵ֔ף מַחֲלִ֥יק פַּטִּ֖ישׁ אֶת ה֣וֹלֶם פָּ֑עַם אֹמֵ֤ר לַ/דֶּ֨בֶק֙ ט֣וֹב ה֔וּא וַ/יְחַזְּקֵ֥/הוּ בְ/מַסְמְרִ֖ים לֹ֥א יִמּֽוֹט־־׃ס
STATEN

En de werkmeester versterkte den goudsmid; die met den hamer glad maakt, dien, die op het aambeeld slaat, zeggende van het soldeersel: Het is goed; daarna maakt hij het vast met nagelen, dat het niet wankele.

8
וְ/אַתָּה֙ יִשְׂרָאֵ֣ל עַבְדִּ֔/י יַעֲקֹ֖ב אֲשֶׁ֣ר בְּחַרְתִּ֑י/ךָ זֶ֖רַע אַבְרָהָ֥ם אֹהֲבִֽ/י׃
STATEN

Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob, dien Ik verkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber!

9
אֲשֶׁ֤ר הֶחֱזַקְתִּ֨י/ךָ֙ מִ/קְצ֣וֹת הָ/אָ֔רֶץ וּ/מֵ/אֲצִילֶ֖י/הָ קְרָאתִ֑י/ךָ וָ/אֹ֤מַר לְ/ךָ֙ עַבְדִּ/י אַ֔תָּה בְּחַרְתִּ֖י/ךָ וְ/לֹ֥א מְאַסְתִּֽי/ךָ־׃
STATEN

Gij, welken Ik gegrepen heb van de einden der aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen.

10
אַל תִּירָא֙ כִּ֣י עִמְּ/ךָ אָ֔נִי אַל תִּשְׁתָּ֖ע כִּֽי אֲנִ֣י אֱלֹהֶ֑י/ךָ אִמַּצְתִּ֨י/ךָ֙ אַף עֲזַרְתִּ֔י/ךָ אַף תְּמַכְתִּ֖י/ךָ בִּ/ימִ֥ין צִדְקִֽ/י־־־־־־׃
STATEN

Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.

11
הֵ֤ן יֵבֹ֨שׁוּ֙ וְ/יִכָּ֣לְמ֔וּ כֹּ֖ל הַ/נֶּחֱרִ֣ים בָּ֑/ךְ יִֽהְי֥וּ כְ/אַ֛יִן וְ/יֹאבְד֖וּ אַנְשֵׁ֥י רִיבֶֽ/ךָ׃
STATEN

Ziet, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen, die tegen u ontstoken zijn; zij zullen worden als niet, en die lieden, die met u twisten, zullen vergaan.

12
תְּבַקְשֵׁ/ם֙ וְ/לֹ֣א תִמְצָאֵ֔/ם אַנְשֵׁ֖י מַצֻּתֶ֑/ךָ יִהְי֥וּ כְ/אַ֛יִן וּ/כְ/אֶ֖פֶס אַנְשֵׁ֥י מִלְחַמְתֶּֽ/ךָ׃
STATEN

Gij zult hen zoeken, maar zult hen niet vinden; de lieden, die met u kijven, zullen worden als niet, en die lieden, die met u oorlogen, als een nietig ding.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 41

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 41 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →