Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 47

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
רְדִ֣י וּ/שְׁבִ֣י עַל עָפָ֗ר בְּתוּלַת֙ בַּת בָּבֶ֔ל שְׁבִי לָ/אָ֥רֶץ אֵין כִּסֵּ֖א בַּת כַּשְׂדִּ֑ים כִּ֣י לֹ֤א תוֹסִ֨יפִי֙ יִקְרְאוּ לָ֔/ךְ רַכָּ֖ה וַ/עֲנֻגָּֽה׀־־־־־־׃
STATEN

Daal af, en zit in het stof, gij jonkvrouw, dochter van Babel! zit op de aarde, er is geen troon meer, gij dochter der Chaldeeën! want gij zult niet meer genaamd worden de tedere, noch de wellustige.

2
קְחִ֥י רֵחַ֖יִם וְ/טַ֣חֲנִי קָ֑מַח גַּלִּ֨י צַמָּתֵ֧/ךְ חֶשְׂפִּי שֹׁ֛בֶל גַּלִּי שׁ֖וֹק עִבְרִ֥י נְהָרֽוֹת־־׃
STATEN

Neem de molen, en maal meel; ontdek uw vlechten, ontbloot de enkelen, ontdek de schenkelen, ga door de rivieren.

3
תִּגָּל֙ עֶרְוָתֵ֔/ךְ גַּ֥ם תֵּרָאֶ֖ה חֶרְפָּתֵ֑/ךְ נָקָ֣ם אֶקָּ֔ח וְ/לֹ֥א אֶפְגַּ֖ע אָדָֽם׃ס
STATEN

Uw schaamte zal ontdekt worden, ook zal uw schande gezien worden; Ik zal wraak nemen, en Ik zal op u niet aanvallen als een mens.

4
גֹּאֲלֵ֕/נוּ יְהוָ֥ה צְבָא֖וֹת שְׁמ֑/וֹ קְד֖וֹשׁ יִשְׂרָאֵֽל׃
STATEN

Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israëls.

5
שְׁבִ֥י דוּמָ֛ם וּ/בֹ֥אִי בַ/חֹ֖שֶׁךְ בַּת כַּשְׂדִּ֑ים כִּ֣י לֹ֤א תוֹסִ֨יפִי֙ יִקְרְאוּ לָ֔/ךְ גְּבֶ֖רֶת מַמְלָכֽוֹת־־׃
STATEN

Zit stilzwijgende, en ga in de duisternis, gij dochter der Chaldeeën! want gij zult niet meer genoemd worden koningin der koninkrijken.

6
קָצַ֣פְתִּי עַל עַמִּ֗/י חִלַּ֨לְתִּי֙ נַחֲלָתִ֔/י וָ/אֶתְּנֵ֖/ם בְּ/יָדֵ֑/ךְ לֹא שַׂ֤מְתְּ לָ/הֶם֙ רַחֲמִ֔ים עַל זָקֵ֕ן הִכְבַּ֥דְתְּ עֻלֵּ֖/ךְ מְאֹֽד־־־׃
STATEN

Ik was op Mijn volk zeer toornig, Ik ontheiligde Mijn erve, en Ik gaf hen over in uw hand; doch gij beweest hun geen barmhartigheden, ja, zelfs over den oude maaktet gij uw juk zeer zwaar.

7
וַ/תֹּ֣אמְרִ֔י לְ/עוֹלָ֖ם אֶהְיֶ֣ה גְבָ֑רֶת עַ֣ד לֹא שַׂ֥מְתְּ אֵ֨לֶּה֙ עַל לִבֵּ֔/ךְ לֹ֥א זָכַ֖רְתְּ אַחֲרִיתָֽ/הּ־־׃ס
STATEN

En gij zeidet: Ik zal koningin zijn in eeuwigheid; tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart genomen, gij hebt aan het einde daarvan niet gedacht.

8
וְ/עַתָּ֞ה שִׁמְעִי זֹ֤את עֲדִינָה֙ הַ/יּוֹשֶׁ֣בֶת לָ/בֶ֔טַח הָ/אֹֽמְרָה֙ בִּ/לְבָ֔בָ/הּ אֲנִ֖י וְ/אַפְסִ֣/י ע֑וֹד לֹ֤א אֵשֵׁב֙ אַלְמָנָ֔ה וְ/לֹ֥א אֵדַ֖ע שְׁכֽוֹל־׃
STATEN

Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.

9
וְ/תָבֹאנָה֩ לָּ֨/ךְ שְׁתֵּי אֵ֥לֶּה רֶ֛גַע בְּ/י֥וֹם אֶחָ֖ד שְׁכ֣וֹל וְ/אַלְמֹ֑ן כְּ/תֻמָּ/ם֙ בָּ֣אוּ עָלַ֔יִ/ךְ בְּ/רֹ֣ב כְּשָׁפַ֔יִ/ךְ בְּ/עָצְמַ֥ת חֲבָרַ֖יִ/ךְ מְאֹֽד־׃
STATEN

Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op één dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen.

10
וַ/תִּבְטְחִ֣י בְ/רָעָתֵ֗/ךְ אָמַרְתְּ֙ אֵ֣ין רֹאָ֔/נִי חָכְמָתֵ֥/ךְ וְ/דַעְתֵּ֖/ךְ הִ֣יא שׁוֹבְבָ֑תֶ/ךְ וַ/תֹּאמְרִ֣י בְ/לִבֵּ֔/ךְ אֲנִ֖י וְ/אַפְסִ֥/י עֽוֹד׃
STATEN

Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.

11
וּ/בָ֧א עָלַ֣יִ/ךְ רָעָ֗ה לֹ֤א תֵדְעִי֙ שַׁחְרָ֔/הּ וְ/תִפֹּ֤ל עָלַ֨יִ/ךְ֙ הֹוָ֔ה לֹ֥א תוּכְלִ֖י כַּפְּרָ֑/הּ וְ/תָבֹ֨א עָלַ֧יִ/ךְ פִּתְאֹ֛ם שׁוֹאָ֖ה לֹ֥א תֵדָֽעִי׃
STATEN

Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.

12
עִמְדִי נָ֤א בַ/חֲבָרַ֨יִ/ךְ֙ וּ/בְ/רֹ֣ב כְּשָׁפַ֔יִ/ךְ בַּ/אֲשֶׁ֥ר יָגַ֖עַתְּ מִ/נְּעוּרָ֑יִ/ךְ אוּלַ֛י תּוּכְלִ֥י הוֹעִ֖יל אוּלַ֥י תַּעֲרֽוֹצִי־׃
STATEN

Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 47

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 47 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →