1
וְ/אָֽמַרְתָּ֙ בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֔וּא אוֹדְ/ךָ֣ יְהוָ֔ה כִּ֥י אָנַ֖פְתָּ בִּ֑/י יָשֹׁ֥ב אַפְּ/ךָ֖ וּֽ/תְנַחֲמֵֽ/נִי
STATEN
En te dienzelfden dage zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.