Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 65

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
נִדְרַ֨שְׁתִּי֙ לְ/ל֣וֹא שָׁאָ֔לוּ נִמְצֵ֖אתִי לְ/לֹ֣א בִקְשֻׁ֑/נִי אָמַ֨רְתִּי֙ הִנֵּ֣/נִי הִנֵּ֔/נִי אֶל גּ֖וֹי לֹֽא קֹרָ֥א בִ/שְׁמִֽ/י־־׃
STATEN

Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden; Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Ziet, hier ben Ik, ziet, hier ben Ik.

2
פֵּרַ֧שְׂתִּי יָדַ֛/י כָּל הַ/יּ֖וֹם אֶל עַ֣ם סוֹרֵ֑ר הַ/הֹלְכִים֙ הַ/דֶּ֣רֶךְ לֹא ט֔וֹב אַחַ֖ר מַחְשְׁבֹתֵי/הֶֽם־־־׃
STATEN

Ik heb Mijn handen uitgebreid, den gansen dag tot een wederstrevig volk, die wandelen op een weg, die niet goed is, naar hun eigen gedachten.

3
הָ/עָ֗ם הַ/מַּכְעִיסִ֥ים אוֹתִ֛/י עַל פָּנַ֖/י תָּמִ֑יד זֹֽבְחִים֙ בַּ/גַּנּ֔וֹת וּֽ/מְקַטְּרִ֖ים עַל הַ/לְּבֵנִֽים־־׃
STATEN

Een volk, Mij geduriglijk tergende in Mijn aangezicht, in hoven offerende, en rokende op tichelstenen;

4
הַ/יֹּֽשְׁבִים֙ בַּ/קְּבָרִ֔ים וּ/בַ/נְּצוּרִ֖ים יָלִ֑ינוּ הָ/אֹֽכְלִים֙ בְּשַׂ֣ר הַ/חֲזִ֔יר ו/פרק פִּגֻּלִ֖ים כְּלֵי/הֶֽם וּ/מְרַ֥ק׃
STATEN

Zittende bij de graven, zo vernachten zij bij degenen, die bewaard worden, etende zwijnenvlees, en er is sop van gruwelijke dingen in hun vaten.

5
הָ/אֹֽמְרִים֙ קְרַ֣ב אֵלֶ֔י/ךָ אַל תִּגַּשׁ בִּ֖/י כִּ֣י קְדַשְׁתִּ֑י/ךָ אֵ֚לֶּה עָשָׁ֣ן בְּ/אַפִּ֔/י אֵ֥שׁ יֹקֶ֖דֶת כָּל הַ/יּֽוֹם־־־׃
STATEN

Die daar zeggen: Houd u tot uzelven, en naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij. Deze zijn een rook in Mijn neus, een vuur, den gansen dag brandende.

6
הִנֵּ֥ה כְתוּבָ֖ה לְ/פָנָ֑/י לֹ֤א אֶחֱשֶׂה֙ כִּ֣י אִם שִׁלַּ֔מְתִּי וְ/שִׁלַּמְתִּ֖י עַל חֵיקָֽ/ם־־׃
STATEN

Ziet, het is voor Mijn aangezicht geschreven; Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal vergelden, ja, in hun boezem zal Ik vergelden;

7
עֲ֠וֺנֹתֵי/כֶם וַ/עֲוֺנֹ֨ת אֲבוֹתֵי/כֶ֤ם יַחְדָּו֙ אָמַ֣ר יְהוָ֔ה אֲשֶׁ֤ר קִטְּרוּ֙ עַל הֶ֣/הָרִ֔ים וְ/עַל הַ/גְּבָע֖וֹת חֵרְפ֑וּ/נִי וּ/מַדֹּתִ֧י פְעֻלָּתָ֛/ם רִֽאשֹׁנָ֖ה על חֵיקָֽ/ם־־־׃ס אֶל
STATEN

Uw ongerechtigheden, en uwer vaderen ongerechtigheden tegelijk, zegt de HEERE, die gerookt hebben op de bergen, en Mij smaadheid aangedaan hebben op de heuvelen; daarom zal Ik hun vorig werkloon in hun boezem weder toemeten.

8
כֹּ֣ה אָמַ֣ר יְהוָ֗ה כַּ/אֲשֶׁ֨ר יִמָּצֵ֤א הַ/תִּירוֹשׁ֙ בָּֽ/אֶשְׁכּ֔וֹל וְ/אָמַר֙ אַל תַּשְׁחִיתֵ֔/הוּ כִּ֥י בְרָכָ֖ה בּ֑/וֹ כֵּ֤ן אֶֽעֱשֶׂה֙ לְמַ֣עַן עֲבָדַ֔/י לְ/בִלְתִּ֖י הַֽשְׁחִ֥ית הַ/כֹּֽל׀־׃
STATEN

Alzo zegt de HEERE: Gelijk wanneer men most in een bos druiven vindt, men zegt: Verderf ze niet, want er is een zegen in; alzo zal Ik het om Mijner knechten wil doen, dat Ik hen niet allen verderve.

9
וְ/הוֹצֵאתִ֤י מִֽ/יַּעֲקֹב֙ זֶ֔רַע וּ/מִ/יהוּדָ֖ה יוֹרֵ֣שׁ הָרָ֑/י וִ/ירֵשׁ֣וּ/הָ בְחִירַ֔/י וַ/עֲבָדַ֖/י יִשְׁכְּנוּ שָֽׁמָּ/ה־׃
STATEN

En Ik zal zaad uit Jakob voortbrengen, en uit Juda een erfbezitter van Mijn bergen; en Mijn uitverkorenen zullen het erfelijk bezitten, en Mijn knechten zullen aldaar wonen.

10
וְ/הָיָ֤ה הַ/שָּׁרוֹן֙ לִ/נְוֵה צֹ֔אן וְ/עֵ֥מֶק עָכ֖וֹר לְ/רֵ֣בֶץ בָּקָ֑ר לְ/עַמִּ֖/י אֲשֶׁ֥ר דְּרָשֽׁוּ/נִי־׃
STATEN

En Saron zal tot een schaapskooi worden, en het dal van Achor tot een runderleger, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.

11
וְ/אַתֶּם֙ עֹזְבֵ֣י יְהוָ֔ה הַ/שְּׁכֵחִ֖ים אֶת הַ֣ר קָדְשִׁ֑/י הַֽ/עֹרְכִ֤ים לַ/גַּד֙ שֻׁלְחָ֔ן וְ/הַֽ/מְמַלְאִ֖ים לַ/מְנִ֥י מִמְסָֽךְ־׃
STATEN

Maar gij verlaters des HEEREN, gij vergeters van den berg Mijner heiligheid, gij aanrichters ener tafel voor die bende, en gij opvullers des dranks voor dat getal!

12
וּ/מָנִ֨יתִי אֶתְ/כֶ֜ם לַ/חֶ֗רֶב וְ/כֻלְּ/כֶם֙ לַ/טֶּ֣בַח תִּכְרָ֔עוּ יַ֤עַן קָרָ֨אתִי֙ וְ/לֹ֣א עֲנִיתֶ֔ם דִּבַּ֖רְתִּי וְ/לֹ֣א שְׁמַעְתֶּ֑ם וַ/תַּעֲשׂ֤וּ הָ/רַע֙ בְּ/עֵינַ֔/י וּ/בַ/אֲשֶׁ֥ר לֹֽא חָפַ֖צְתִּי בְּחַרְתֶּֽם־׃פ
STATEN

Ik zal ulieden ook ten zwaarde tellen, dat gij allen u ter slachting zult krommen, omdat Ik geroepen heb, maar gij hebt niet geantwoord, Ik gesproken heb, maar gij hebt niet gehoord, maar hebt gedaan, dat kwaad was in Mijn ogen, en hebt verkoren hetgeen, waaraan Ik geen lust heb.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 65

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 65 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →