Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 44

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
וְ/עַתָּ֥ה שְׁמַ֖ע יַעֲקֹ֣ב עַבְדִּ֑/י וְ/יִשְׂרָאֵ֖ל בָּחַ֥רְתִּי בֽ/וֹ׃
STATEN

Maar hoor nu Mijn knecht Jakob, en Israël, dien Ik verkoren heb!

2
כֹּה אָמַ֨ר יְהוָ֥ה עֹשֶׂ֛/ךָ וְ/יֹצֶרְ/ךָ֥ מִ/בֶּ֖טֶן יַעְזְרֶ֑/ךָּ אַל תִּירָא֙ עַבְדִּ֣/י יַֽעֲקֹ֔ב וִ/ישֻׁר֖וּן בָּחַ֥רְתִּי בֽ/וֹ־־׃
STATEN

Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!

3
כִּ֤י אֶצָּק מַ֨יִם֙ עַל צָמֵ֔א וְ/נֹזְלִ֖ים עַל יַבָּשָׁ֑ה אֶצֹּ֤ק רוּחִ/י֙ עַל זַרְעֶ֔/ךָ וּ/בִרְכָתִ֖/י עַל צֶאֱצָאֶֽי/ךָ־־־־־׃
STATEN

Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.

4
וְ/צָמְח֖וּ בְּ/בֵ֣ין חָצִ֑יר כַּ/עֲרָבִ֖ים עַל יִבְלֵי מָֽיִם־־׃
STATEN

En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.

5
זֶ֤ה יֹאמַר֙ לַֽ/יהוָ֣ה אָ֔נִי וְ/זֶ֖ה יִקְרָ֣א בְ/שֵֽׁם יַעֲקֹ֑ב וְ/זֶ֗ה יִכְתֹּ֤ב יָד/וֹ֙ לַֽ/יהוָ֔ה וּ/בְ/שֵׁ֥ם יִשְׂרָאֵ֖ל יְכַנֶּֽה־׃פ
STATEN

Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN, en zich toenoemen met den naam van Israël.

6
כֹּֽה אָמַ֨ר יְהוָ֧ה מֶֽלֶךְ יִשְׂרָאֵ֛ל וְ/גֹאֲל֖/וֹ יְהוָ֣ה צְבָא֑וֹת אֲנִ֤י רִאשׁוֹן֙ וַ/אֲנִ֣י אַחֲר֔וֹן וּ/מִ/בַּלְעָדַ֖/י אֵ֥ין אֱלֹהִֽים־־׃
STATEN

Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.

7
וּ/מִֽי כָמ֣וֹ/נִי יִקְרָ֗א וְ/יַגִּידֶ֤/הָ וְ/יַעְרְכֶ֨/הָ֙ לִ֔/י מִ/שּׂוּמִ֖/י עַם עוֹלָ֑ם וְ/אֹתִיּ֛וֹת וַ/אֲשֶׁ֥ר תָּבֹ֖אנָה יַגִּ֥ידוּ לָֽ/מוֹ־־׃
STATEN

En wie zal, gelijk als Ik, roepen en het verkondigen, en het ordentelijk voor Mij stellen, sedert dat Ik een eeuwig volk gesteld heb? en laat ze de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.

8
אַֽל תִּפְחֲדוּ֙ וְ/אַל תִּרְה֔וּ הֲ/לֹ֥א מֵ/אָ֛ז הִשְׁמַעְתִּ֥י/ךָ וְ/הִגַּ֖דְתִּי וְ/אַתֶּ֣ם עֵדָ֑/י הֲ/יֵ֤שׁ אֱל֨וֹהַּ֙ מִ/בַּלְעָדַ֔/י וְ/אֵ֥ין צ֖וּר בַּל יָדָֽעְתִּי־־־׃
STATEN

Verschrikt niet, en vreest niet; heb Ik het u van toen af niet doen horen en verkondigd? Want gijlieden zijt Mijn getuigen: is er ook een God behalve Mij? Immers, is er geen andere rotssteen: Ik ken er geen?

9
יֹֽצְרֵי פֶ֤סֶל כֻּלָּ/ם֙ תֹּ֔הוּ וַ/חֲמוּדֵי/הֶ֖ם בַּל יוֹעִ֑ילוּ וְ/עֵדֵי/הֶ֣ם הֵׄ֗מָּׄהׄ בַּל יִרְא֛וּ וּ/בַל יֵדְע֖וּ לְמַ֥עַן יֵבֹֽשׁוּ־־־־׃
STATEN

De formeerders van gesneden beelden zijn al te zamen ijdelheid, en hun gewenste dingen doen geen nut; ja, zij zelven zijn hun getuigen; zij zien niet, en zij weten niet, daarom zullen zij beschaamd worden.

10
מִֽי יָצַ֥ר אֵ֖ל וּ/פֶ֣סֶל נָסָ֑ךְ לְ/בִלְתִּ֖י הוֹעִֽיל־׃
STATEN

Wie formeert een god, en giet een beeld, dat geen nut doet?

11
הֵ֤ן כָּל חֲבֵרָי/ו֙ יֵבֹ֔שׁוּ וְ/חָרָשִׁ֥ים הֵ֖מָּה מֵֽ/אָדָ֑ם יִֽתְקַבְּצ֤וּ כֻלָּ/ם֙ יַֽעֲמֹ֔דוּ יִפְחֲד֖וּ יֵבֹ֥שׁוּ יָֽחַד־׃
STATEN

Ziet, al hun medegenoten zullen beschaamd worden, want de werkmeesters zijn uit de mensen; dat zij zich altemaal vergaderen, dat zij opstaan, zij zullen verschrikken, zij zullen te zamen beschaamd worden.

12
חָרַ֤שׁ בַּרְזֶל֙ מַֽעֲצָ֔ד וּ/פָעַל֙ בַּ/פֶּחָ֔ם וּ/בַ/מַּקָּב֖וֹת יִצְּרֵ֑/הוּ וַ/יִּפְעָלֵ֨/הוּ֙ בִּ/זְר֣וֹעַ כֹּח֔/וֹ גַּם רָעֵב֙ וְ/אֵ֣ין כֹּ֔חַ לֹא שָׁ֥תָה מַ֖יִם וַ/יִּיעָֽף־־׃
STATEN

De ijzersmid maakt een bijl, en werkt in den gloed, en formeert het met hamers, en werkt het met zijn sterken arm; ook lijdt hij honger, totdat hij krachteloos wordt, hij drinkt geen water, totdat hij amechtig wordt.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 44

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 44 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →