Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 22

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מַשָּׂ֖א גֵּ֣יא חִזָּי֑וֹן מַה לָּ֣/ךְ אֵפ֔וֹא כִּֽי עָלִ֥ית כֻּלָּ֖/ךְ לַ/גַּגּֽוֹת־־׃
STATEN

De last van het dal des gezichts. Wat is u nu, dat gij altegader op de daken klimt?

2
תְּשֻׁא֣וֹת מְלֵאָ֗ה עִ֚יר הֽוֹמִיָּ֔ה קִרְיָ֖ה עַלִּיזָ֑ה חֲלָלַ֨יִ/ךְ֙ לֹ֣א חַלְלֵי חֶ֔רֶב וְ/לֹ֖א מֵתֵ֥י מִלְחָמָֽה׀־׃
STATEN

Gij, die vol van groot gedruis waart, gij woelige stad, gij, vrolijk huppelende stad, Uw verslagenen zijn niet verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd.

3
כָּל קְצִינַ֥יִ/ךְ נָֽדְדוּ יַ֖חַד מִ/קֶּ֣שֶׁת אֻסָּ֑רוּ כָּל נִמְצָאַ֨יִ/ךְ֙ אֻסְּר֣וּ יַחְדָּ֔ו מֵ/רָח֖וֹק בָּרָֽחוּ־־־׃
STATEN

Al uw oversten zijn te zamen weggevlucht; zij zijn van de schutters gebonden, allen, die in u gevonden zijn, zijn samengebonden, zij zijn van verre gevloden.

4
עַל כֵּ֥ן אָמַ֛רְתִּי שְׁע֥וּ מִ/נִּ֖י אֲמָרֵ֣ר בַּ/בֶּ֑כִי אַל תָּאִ֣יצוּ לְ/נַֽחֲמֵ֔/נִי עַל שֹׁ֖ד בַּת עַמִּֽ/י־־־־׃
STATEN

Daarom zeg ik: Wendt het gezicht van mij af; laat mij bitterlijk wenen; dringt niet aan, om mij te troosten over de verstoring der dochter mijns volks.

5
כִּ֣י יוֹם֩ מְהוּמָ֨ה וּ/מְבוּסָ֜ה וּ/מְבוּכָ֗ה לַֽ/אדֹנָ֧/י יְהוִ֛ה צְבָא֖וֹת בְּ/גֵ֣יא חִזָּי֑וֹן מְקַרְקַ֥ר קִ֖ר וְ/שׁ֥וֹעַ אֶל הָ/הָֽר־׃
STATEN

Want het is een dag van beroering, en van vertreding, en van verwarring van den Heere, den HEERE der heirscharen, in het dal des gezichts, een dag van ontmuring des muurs, en van geschreeuw naar het gebergte toe.

6
וְ/עֵילָם֙ נָשָׂ֣א אַשְׁפָּ֔ה בְּ/רֶ֥כֶב אָדָ֖ם פָּֽרָשִׁ֑ים וְ/קִ֥יר עֵרָ֖ה מָגֵֽן׃
STATEN

Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.

7
וַ/יְהִ֥י מִבְחַר עֲמָקַ֖יִ/ךְ מָ֣לְאוּ רָ֑כֶב וְ/הַ/פָּ֣רָשִׁ֔ים שֹׁ֖ת שָׁ֥תוּ הַ/שָּֽׁעְרָ/ה־׃
STATEN

En het zal geschieden, dat uw uitgelezen dalen vol wagenen zullen zijn, en dat de ruiters zich gewisselijk zullen zetten ter poorte aan.

8
וַ/יְגַ֕ל אֵ֖ת מָסַ֣ךְ יְהוּדָ֑ה וַ/תַּבֵּט֙ בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֔וּא אֶל נֶ֖שֶׁק בֵּ֥ית הַ/יָּֽעַר־׃
STATEN

En hij zal het deksel van Juda ontdekken; en te dien dage zult gij zien naar de wapenen in het huis des wouds.

9
וְ/אֵ֨ת בְּקִיעֵ֧י עִיר דָּוִ֛ד רְאִיתֶ֖ם כִּי רָ֑בּוּ וַֽ/תְּקַבְּצ֔וּ אֶת מֵ֥י הַ/בְּרֵכָ֖ה הַ/תַּחְתּוֹנָֽה־־־׃
STATEN

En gijlieden zult bezien de reten der stad Davids, omdat zij vele zijn; en gij zult de wateren des ondersten vijvers vergaderen.

10
וְ/אֶת בָּתֵּ֥י יְרוּשָׁלִַ֖ם סְפַרְתֶּ֑ם וַ/תִּתְֿצוּ֙ הַ/בָּ֣תִּ֔ים לְ/בַצֵּ֖ר הַ/חוֹמָֽה־׃
STATEN

Gij zult ook de huizen van Jeruzalem tellen; en gij zult huizen afbreken, om de muren te bevestigen.

11
וּ/מִקְוָ֣ה עֲשִׂיתֶ֗ם בֵּ֚ין הַ/חֹ֣מֹתַ֔יִם לְ/מֵ֖י הַ/בְּרֵכָ֣ה הַ/יְשָׁנָ֑ה וְ/לֹ֤א הִבַּטְתֶּם֙ אֶל עֹשֶׂ֔י/הָ וְ/יֹצְרָ֥/הּ מֵֽ/רָח֖וֹק לֹ֥א רְאִיתֶֽם׀־׃
STATEN

Ook zult gij een gracht maken tussen beide de muren, voor de wateren des ouden vijvers; maar gij zult niet opwaarts zien op Dien, Die zulks gedaan heeft, noch aanmerken Dien, Die dat van verre tijden geformeerd heeft.

12
וַ/יִּקְרָ֗א אֲדֹנָ֧/י יְהוִ֛ה צְבָא֖וֹת בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֑וּא לִ/בְכִי֙ וּ/לְ/מִסְפֵּ֔ד וּ/לְ/קָרְחָ֖ה וְ/לַ/חֲגֹ֥ר שָֽׂק׃
STATEN

En te dien dage zal de Heere, de HEERE der heirscharen, roepen tot geween, en tot rouwklage, en tot kaalheid, en tot omgording des zaks.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 22

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 22 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →