Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 28

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
ה֗וֹי עֲטֶ֤רֶת גֵּאוּת֙ שִׁכֹּרֵ֣י אֶפְרַ֔יִם וְ/צִ֥יץ נֹבֵ֖ל צְבִ֣י תִפְאַרְתּ֑/וֹ אֲשֶׁ֛ר עַל רֹ֥אשׁ גֵּֽיא שְׁמָנִ֖ים הֲל֥וּמֵי יָֽיִן־־׃
STATEN

Wee de hovaardige kroon der dronkenen van Efraïm, welks heerlijk sieraad is een afvallende bloem, die daar is op het hoofd der zeer vette vallei, der geslagenen van den wijn.

2
הִנֵּ֨ה חָזָ֤ק וְ/אַמִּץ֙ לַֽ/אדֹנָ֔/י כְּ/זֶ֥רֶם בָּרָ֖ד שַׂ֣עַר קָ֑טֶב כְּ֠/זֶרֶם מַ֣יִם כַּבִּירִ֥ים שֹׁטְפִ֛ים הִנִּ֥יחַ לָ/אָ֖רֶץ בְּ/יָֽד׃
STATEN

Ziet, de Heere heeft een sterke en machtige, er is gelijk een hagelvloed, een poort des verderfs; gelijk een vloed der sterke wateren; die overvloeien, zal hij ze ter aarde nederwerpen met de hand.

3
בְּ/רַגְלַ֖יִם תֵּֽרָמַ֑סְנָה עֲטֶ֥רֶת גֵּא֖וּת שִׁכּוֹרֵ֥י אֶפְרָֽיִם׃
STATEN

De hovaardige kronen der dronkenen van Efraïm zullen met voeten vertreden worden.

4
וְֽ/הָ֨יְתָ֜ה צִיצַ֤ת נֹבֵל֙ צְבִ֣י תִפְאַרְתּ֔/וֹ אֲשֶׁ֥ר עַל רֹ֖אשׁ גֵּ֣יא שְׁמָנִ֑ים כְּ/בִכּוּרָהּ֙ בְּ/טֶ֣רֶם קַ֔יִץ אֲשֶׁ֨ר יִרְאֶ֤ה הָֽ/רֹאֶה֙ אוֹתָ֔/הּ בְּ/עוֹדָ֥/הּ בְּ/כַפּ֖/וֹ יִבְלָעֶֽ/נָּה־׃ס
STATEN

En de afvallende bloem zijns heerlijken sieraads, die op het hoofd der zeer vette vallei is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht voor den zomer, welke, wanneer ze iemand ziet, terwijl zij nog in zijn hand is, slokt hij ze op.

5
בַּ/יּ֣וֹם הַ/ה֗וּא יִֽהְיֶה֙ יְהוָ֣ה צְבָא֔וֹת לַ/עֲטֶ֣רֶת צְבִ֔י וְ/לִ/צְפִירַ֖ת תִּפְאָרָ֑ה לִ/שְׁאָ֖ר עַמּֽ/וֹ׃
STATEN

Te dien dage zal de HEERE der heirscharen tot een heerlijke Kroon en tot een sierlijken Krans zijn den overgeblevenen Zijns volks;

6
וּ/לְ/ר֖וּחַ מִשְׁפָּ֑ט לַ/יּוֹשֵׁב֙ עַל הַ/מִּשְׁפָּ֔ט וְ/לִ֨/גְבוּרָ֔ה מְשִׁיבֵ֥י מִלְחָמָ֖ה שָֽׁעְרָ/ה־׃ס
STATEN

En tot een Geest des oordeels dien, die ten oordeel zit, en tot een sterkte dengenen, die den strijd afkeren tot de poort toe.

7
וְ/גַם אֵ֨לֶּה֙ בַּ/יַּ֣יִן שָׁג֔וּ וּ/בַ/שֵּׁכָ֖ר תָּע֑וּ כֹּהֵ֣ן וְ/נָבִיא֩ שָׁג֨וּ בַ/שֵּׁכָ֜ר נִבְלְע֣וּ מִן הַ/יַּ֗יִן תָּעוּ֙ מִן הַ/שֵּׁכָ֔ר שָׁגוּ֙ בָּֽ/רֹאֶ֔ה פָּק֖וּ פְּלִילִיָּֽה־־־׃
STATEN

En ook dwalen dezen van den wijn, en zij dolen van den sterken drank; de priester en de profeet dwalen van den sterken drank; zij zijn verslonden van den wijn, zij dolen van sterken drank; zij dwalen in het gezicht; zij waggelen in het gericht.

8
כִּ֚י כָּל שֻׁלְחָנ֔וֹת מָלְא֖וּ קִ֣יא צֹאָ֑ה בְּלִ֖י מָקֽוֹם־׃ס
STATEN

Want alle tafels zijn vol van uitspuwsel en van drek, zodat er geen plaats schoon is.

9
אֶת מִי֙ יוֹרֶ֣ה דֵעָ֔ה וְ/אֶת מִ֖י יָבִ֣ין שְׁמוּעָ֑ה גְּמוּלֵי֙ מֵֽ/חָלָ֔ב עַתִּיקֵ֖י מִ/שָּׁדָֽיִם־־׃
STATEN

Wien zou Hij dan de kennis leren, en wien zou Hij het gehoorde te verstaan geven? Den gespeenden van de melk, den afgetrokkenen van de borsten?

10
כִּ֣י צַ֤ו לָ/צָו֙ צַ֣ו לָ/צָ֔ו קַ֥ו לָ/קָ֖ו קַ֣ו לָ/קָ֑ו זְעֵ֥יר שָׁ֖ם זְעֵ֥יר שָֽׁם׃
STATEN

Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig.

11
כִּ֚י בְּ/לַעֲגֵ֣י שָׂפָ֔ה וּ/בְ/לָשׁ֖וֹן אַחֶ֑רֶת יְדַבֵּ֖ר אֶל הָ/עָ֥ם הַ/זֶּֽה־׃
STATEN

Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken;

12
אֲשֶׁ֣ר אָמַ֣ר אֲלֵי/הֶ֗ם זֹ֤את הַ/מְּנוּחָה֙ הָנִ֣יחוּ לֶֽ/עָיֵ֔ף וְ/זֹ֖את הַ/מַּרְגֵּעָ֑ה וְ/לֹ֥א אָב֖וּא שְׁמֽוֹעַ׀׃
STATEN

Tot dewelken Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft den moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 28

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 28 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →