Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 30

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
ה֣וֹי בָּנִ֤ים סֽוֹרְרִים֙ נְאֻם יְהוָ֔ה לַ/עֲשׂ֤וֹת עֵצָה֙ וְ/לֹ֣א מִ/נִּ֔י וְ/לִ/נְסֹ֥ךְ מַסֵּכָ֖ה וְ/לֹ֣א רוּחִ֑/י לְמַ֛עַן סְפ֥וֹת חַטָּ֖את עַל חַטָּֽאת־־׃
STATEN

Wee den kinderen, die afvallen, spreekt de HEERE, om een raadslag te maken, maar niet uit Mij, en om zich met een bedekking te bedekken, maar niet uit Mijn Geest, om zonde tot zonde te doen;

2
הַ/הֹלְכִים֙ לָ/רֶ֣דֶת מִצְרַ֔יִם וּ/פִ֖/י לֹ֣א שָׁאָ֑לוּ לָ/עוֹז֙ בְּ/מָע֣וֹז פַּרְעֹ֔ה וְ/לַ/חְס֖וֹת בְּ/צֵ֥ל מִצְרָֽיִם׃
STATEN

Die gaan, om af te trekken in Egypte, en vragen Mijn mond niet; om zich te sterken met de macht van Faraö, en om hun toevlucht te nemen onder de schaduw van Egypte.

3
וְ/הָיָ֥ה לָ/כֶ֛ם מָע֥וֹז פַּרְעֹ֖ה לְ/בֹ֑שֶׁת וְ/הֶ/חָס֥וּת בְּ/צֵל מִצְרַ֖יִם לִ/כְלִמָּֽה־׃
STATEN

Want de sterkte van Faraö zal ulieden tot schaamte zijn, en die toevlucht onder de schaduw van Egypte tot schande.

4
כִּֽי הָי֥וּ בְ/צֹ֖עַן שָׂרָ֑י/ו וּ/מַלְאָכָ֖י/ו חָנֵ֥ס יַגִּֽיעוּ־׃
STATEN

Wanneer zijn vorsten zullen geweest zijn tot Zoan, en zijn gezanten zullen gekomen zijn tot nabij Chanes;

5
כֹּ֣ל הבאיש עַל עַ֖ם לֹא יוֹעִ֣ילוּ לָ֑/מוֹ לֹ֤א לְ/עֵ֨זֶר֙ וְ/לֹ֣א לְ/הוֹעִ֔יל כִּ֥י לְ/בֹ֖שֶׁת וְ/גַם לְ/חֶרְפָּֽה הֹבִ֔ישׁ־־־׃ס
STATEN

Hij zal hen allen beschaamd maken door een volk, dat hun geen nut kan doen, noch tot hulp, noch tot voordeel, maar tot schande en ook tot smaadheid zijn zal.

6
מַשָּׂ֖א בַּהֲמ֣וֹת נֶ֑גֶב בְּ/אֶרֶץ֩ צָרָ֨ה וְ/צוּקָ֜ה לָבִ֧יא וָ/לַ֣יִשׁ מֵ/הֶ֗ם אֶפְעֶה֙ וְ/שָׂרָ֣ף מְעוֹפֵ֔ף יִשְׂאוּ֩ עַל כֶּ֨תֶף עֲיָרִ֜ים חֵֽילֵ/הֶ֗ם וְ/עַל דַּבֶּ֤שֶׁת גְּמַלִּים֙ אֽוֹצְרֹתָ֔/ם עַל עַ֖ם לֹ֥א יוֹעִֽילוּ־־־׃
STATEN

De last der beesten, van het zuiden, naar het land des angstes, en der benauwdheid, van waar de sterke leeuw en de oude leeuw is, de basilisk en de vurige vliegende draak; hun goederen zullen zij voeren op den rug der veulens, en hun schatten op de bulten der kemelen, tot het volk, dat hun geen nut zal doen.

7
וּ/מִצְרַ֕יִם הֶ֥בֶל וָ/רִ֖יק יַעְזֹ֑רוּ לָ/כֵן֙ קָרָ֣אתִי לָ/זֹ֔את רַ֥הַב הֵ֖ם שָֽׁבֶת׃
STATEN

Want Egypte zal ijdellijk en tevergeefs helpen; daarom heb Ik hierover geroepen; Stilzitten zal hun sterkte zijn.

8
עַתָּ֗ה בּ֣וֹא כָתְבָ֥/הּ עַל ל֛וּחַ אִתָּ֖/ם וְ/עַל סֵ֣פֶר חֻקָּ֑/הּ וּ/תְהִי֙ לְ/י֣וֹם אַחֲר֔וֹן לָ/עַ֖ד עַד עוֹלָֽם־־־׃
STATEN

Nu dan, ga henen, schrijf voor hen op een tafel, en teken het in een boek, opdat het blijve tot den laatsten dag, voor altoos, tot in eeuwigheid.

9
כִּ֣י עַ֤ם מְרִי֙ ה֔וּא בָּנִ֖ים כֶּחָשִׁ֑ים בָּנִ֕ים לֹֽא אָב֥וּ שְׁמ֖וֹעַ תּוֹרַ֥ת יְהוָֽה־׃
STATEN

Want het is een wederspannig volk; het zijn leugenachtige kinderen; kinderen, die des HEEREN wet niet horen willen.

10
אֲשֶׁ֨ר אָמְר֤וּ לָֽ/רֹאִים֙ לֹ֣א תִרְא֔וּ וְ/לַ֣/חֹזִ֔ים לֹ֥א תֶחֱזוּ לָ֖/נוּ נְכֹח֑וֹת דַּבְּרוּ לָ֣/נוּ חֲלָק֔וֹת חֲז֖וּ מַהֲתַלּֽוֹת־־׃
STATEN

Die daar zeggen tot de zieners: Ziet niet; en tot de schouwers: Schouwt ons niet, wat recht is; spreekt tot ons zachte dingen, schouwt ons bedriegerijen.

11
ס֚וּרוּ מִנֵּי דֶ֔רֶךְ הַטּ֖וּ מִנֵּי אֹ֑רַח הַשְׁבִּ֥יתוּ מִ/פָּנֵ֖י/נוּ אֶת קְד֥וֹשׁ יִשְׂרָאֵֽל־־־׃ס
STATEN

Wijkt af van den weg, maakt u van de baan; laat den Heilige Israëls van ons ophouden!

12
לָ/כֵ֗ן כֹּ֤ה אָמַר֙ קְד֣וֹשׁ יִשְׂרָאֵ֔ל יַ֥עַן מָֽאָסְ/כֶ֖ם בַּ/דָּבָ֣ר הַ/זֶּ֑ה וַֽ/תִּבְטְחוּ֙ בְּ/עֹ֣שֶׁק וְ/נָל֔וֹז וַ/תִּֽשָּׁעֲנ֖וּ עָלָֽי/ו׃
STATEN

Daarom, zo zegt de Heilige Israëls: Omdat gijlieden dit woord verwerpt, en vertrouwt op onderdrukking en verkeerdheid, en steunt daarop:

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 30

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 30 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →