Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 38

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
בַּ/יָּמִ֣ים הָ/הֵ֔ם חָלָ֥ה חִזְקִיָּ֖הוּ לָ/מ֑וּת וַ/יָּב֣וֹא אֵ֠לָי/ו יְשַׁעְיָ֨הוּ בֶן אָמ֜וֹץ הַ/נָּבִ֗יא וַ/יֹּ֨אמֶר אֵלָ֜י/ו כֹּֽה אָמַ֤ר יְהוָה֙ צַ֣ו לְ/בֵיתֶ֔/ךָ כִּ֛י מֵ֥ת אַתָּ֖ה וְ/לֹ֥א תִֽחְיֶֽה־־׃
STATEN

In die dagen werd Hizkía krank tot stervens toe; en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, kwam tot hem, en zeide tot hem: Alzo zegt de HEERE: Geef bevel aan uw huis; want gij zult sterven, en niet leven.

2
וַ/יַּסֵּ֧ב חִזְקִיָּ֛הוּ פָּנָ֖י/ו אֶל הַ/קִּ֑יר וַ/יִּתְפַּלֵּ֖ל אֶל יְהוָֽה־־׃
STATEN

Toen keerde Hizkía zijn aangezicht om naar den wand, en hij bad tot den HEERE.

3
וַ/יֹּאמַ֗ר אָנָּ֤ה יְהוָה֙ זְכָר נָ֞א אֵ֣ת אֲשֶׁ֧ר הִתְהַלַּ֣כְתִּי לְ/פָנֶ֗י/ךָ בֶּֽ/אֱמֶת֙ וּ/בְ/לֵ֣ב שָׁלֵ֔ם וְ/הַ/טּ֥וֹב בְּ/עֵינֶ֖י/ךָ עָשִׂ֑יתִי וַ/יֵּ֥בְךְּ חִזְקִיָּ֖הוּ בְּכִ֥י גָדֽוֹל־׃ס
STATEN

En hij zeide: Och HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb. En Hizkía weende gans zeer.

4
וַֽ/יְהִי֙ דְּבַר יְהוָ֔ה אֶֽל יְשַׁעְיָ֖הוּ לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Jesaja, zeggende:

5
הָל֞וֹךְ וְ/אָמַרְתָּ֣ אֶל חִזְקִיָּ֗הוּ כֹּֽה אָמַ֤ר יְהוָה֙ אֱלֹהֵי֙ דָּוִ֣ד אָבִ֔י/ךָ שָׁמַ֨עְתִּי֙ אֶת תְּפִלָּתֶ֔/ךָ רָאִ֖יתִי אֶת דִּמְעָתֶ֑/ךָ הִנְ/נִי֙ יוֹסִ֣ף עַל יָמֶ֔י/ךָ חֲמֵ֥שׁ עֶשְׂרֵ֖ה שָׁנָֽה־־־־־׃
STATEN

Ga henen, en zeg tot Hizkía: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal vijftien jaren tot uw dagen toedoen;

6
וּ/מִ/כַּ֤ף מֶֽלֶךְ אַשּׁוּר֙ אַצִּ֣ילְ/ךָ֔ וְ/אֵ֖ת הָ/עִ֣יר הַ/זֹּ֑את וְ/גַנּוֹתִ֖י עַל הָ/עִ֥יר הַ/זֹּֽאת־־׃
STATEN

En Ik zal u uit de hand des konings van Assyrië verlossen, mitsgaders deze stad; en Ik zal deze stad beschermen.

7
וְ/זֶה לְּ/ךָ֥ הָ/א֖וֹת מֵ/אֵ֣ת יְהוָ֑ה אֲשֶׁר֙ יַעֲשֶׂ֣ה יְהוָ֔ה אֶת הַ/דָּבָ֥ר הַ/זֶּ֖ה אֲשֶׁ֥ר דִּבֵּֽר־־׃
STATEN

En dit zal u een teken zijn van den HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal:

8
הִנְ/נִ֣י מֵשִׁ֣יב אֶת צֵ֣ל הַֽ/מַּעֲל֡וֹת אֲשֶׁ֣ר יָרְדָה֩ בְ/מַעֲל֨וֹת אָחָ֥ז בַּ/שֶּׁ֛מֶשׁ אֲחֹרַנִּ֖ית עֶ֣שֶׂר מַעֲל֑וֹת וַ/תָּ֤שָׁב הַ/שֶּׁ֨מֶשׁ֙ עֶ֣שֶׂר מַעֲל֔וֹת בַּֽ/מַּעֲל֖וֹת אֲשֶׁ֥ר יָרָֽדָה־׃ס
STATEN

Zie, Ik zal de schaduw der graden, die met de zon in de graden van Achaz' zonnewijzer nederwaarts gegaan is, tien graden achterwaarts doen keren. Dies is de zon tien graden teruggekeerd, in de graden, die zij nederwaarts gegaan was.

9
מִכְתָּ֖ב לְ/חִזְקִיָּ֣הוּ מֶֽלֶךְ יְהוּדָ֑ה בַּ/חֲלֹת֕/וֹ וַ/יְחִ֖י מֵ/חָלְיֽ/וֹ־׃
STATEN

Dit is het schrift van Hizkía, koning van Juda, toen hij ziek geweest en van zijn ziekte genezen was.

10
אֲנִ֣י אָמַ֗רְתִּי בִּ/דְמִ֥י יָמַ֛/י אֵלֵ֖כָה בְּ/שַׁעֲרֵ֣י שְׁא֑וֹל פֻּקַּ֖דְתִּי יֶ֥תֶר שְׁנוֹתָֽ/י׃
STATEN

Ik zeide: Vanwege de afsnijding mijner dagen, zal ik tot de poorten des grafs heengaan, ik word beroofd van het overige mijner jaren.

11
אָמַ֨רְתִּי֙ לֹא אֶרְאֶ֣ה יָ֔הּ יָ֖הּ בְּ/אֶ֣רֶץ הַ/חַיִּ֑ים לֹא אַבִּ֥יט אָדָ֛ם ע֖וֹד עִם י֥וֹשְׁבֵי חָֽדֶל־־־׃
STATEN

Ik zeide: Ik zal den HEERE niet meer zien, den HEERE, in het land der levenden; ik zal de mensen niet meer aanschouwen met de inwoners der wereld.

12
דּוֹרִ֗/י נִסַּ֧ע וְ/נִגְלָ֛ה מִ/נִּ֖י כְּ/אֹ֣הֶל רֹעִ֑/י קִפַּ֨דְתִּי כָ/אֹרֵ֤ג חַיַּ/י֙ מִ/דַּלָּ֣ה יְבַצְּעֵ֔/נִי מִ/יּ֥וֹם עַד לַ֖יְלָה תַּשְׁלִימֵֽ/נִי־׃
STATEN

Mijn levenstijd is weggetogen, en van mij weggevoerd gelijk eens herders hut; ik heb mijn leven afgesneden, gelijk een wever zijn web; Hij zal mij afsnijden, als van den drom; van den dag tot den nacht zult Gij mij ten einde gebracht hebben.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 38

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 38 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →