Ga naar inhoud
NEVIIM

Jesaja 60

יְשַׁעְיָה
Hoofdstukken (66)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
ק֥וּמִי א֖וֹרִי כִּ֣י בָ֣א אוֹרֵ֑/ךְ וּ/כְב֥וֹד יְהוָ֖ה עָלַ֥יִ/ךְ זָרָֽח׃
STATEN

Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op.

2
כִּֽי הִנֵּ֤ה הַ/חֹ֨שֶׁךְ֙ יְכַסֶּה אֶ֔רֶץ וַ/עֲרָפֶ֖ל לְאֻמִּ֑ים וְ/עָלַ֨יִ/ךְ֙ יִזְרַ֣ח יְהוָ֔ה וּ/כְבוֹד֖/וֹ עָלַ֥יִ/ךְ יֵרָאֶֽה־־׃
STATEN

Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken; doch over u zal de HEERE opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.

3
וְ/הָלְכ֥וּ גוֹיִ֖ם לְ/אוֹרֵ֑/ךְ וּ/מְלָכִ֖ים לְ/נֹ֥גַהּ זַרְחֵֽ/ךְ׃
STATEN

En de heidenen zullen tot uw licht gaan, en koningen tot den glans, die u is opgegaan.

4
שְׂאִֽי סָבִ֤יב עֵינַ֨יִ/ךְ֙ וּ/רְאִ֔י כֻּלָּ֖/ם נִקְבְּצ֣וּ בָֽאוּ לָ֑/ךְ בָּנַ֨יִ/ךְ֙ מֵ/רָח֣וֹק יָבֹ֔אוּ וּ/בְנֹתַ֖יִ/ךְ עַל צַ֥ד תֵּאָמַֽנָה־־־׃
STATEN

Hef uw ogen rondom op, en zie, die allen zijn vergaderd, zij komen tot u; uw zonen zullen van verre komen, en uw dochters zullen aan uw zijde gevoedsterd worden.

5
אָ֤ז תִּרְאִי֙ וְ/נָהַ֔רְתְּ וּ/פָחַ֥ד וְ/רָחַ֖ב לְבָבֵ֑/ךְ כִּֽי יֵהָפֵ֤ךְ עָלַ֨יִ/ךְ֙ הֲמ֣וֹן יָ֔ם חֵ֥יל גּוֹיִ֖ם יָבֹ֥אוּ לָֽ/ךְ־׃
STATEN

Dan zult gij het zien en samenvloeien, en uw hart zal vervaard zijn en verwijd worden; want de menigte der zee zal tot u gekeerd worden, het heir der heidenen zal tot u komen.

6
שִֽׁפְעַ֨ת גְּמַלִּ֜ים תְּכַסֵּ֗/ךְ בִּכְרֵ֤י מִדְיָן֙ וְ/עֵיפָ֔ה כֻּלָּ֖/ם מִ/שְּׁבָ֣א יָבֹ֑אוּ זָהָ֤ב וּ/לְבוֹנָה֙ יִשָּׂ֔אוּ וּ/תְהִלֹּ֥ת יְהוָ֖ה יְבַשֵּֽׂרוּ׃
STATEN

Een hoop kemelen zal u bedekken, de snelle kemelen van Mídian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen den overvloedigen lof des HEEREN boodschappen.

7
כָּל צֹ֤אן קֵדָר֙ יִקָּ֣בְצוּ לָ֔/ךְ אֵילֵ֥י נְבָי֖וֹת יְשָׁרְת֑וּ/נֶךְ יַעֲל֤וּ עַל רָצוֹן֙ מִזְבְּחִ֔/י וּ/בֵ֥ית תִּפְאַרְתִּ֖/י אֲפָאֵֽר־־׃
STATEN

Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebájoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar, en Ik zal het huis Mijner heerlijkheid heerlijk maken.

8
מִי אֵ֖לֶּה כָּ/עָ֣ב תְּעוּפֶ֑ינָה וְ/כַ/יּוֹנִ֖ים אֶל אֲרֻבֹּתֵי/הֶֽם־־׃
STATEN

Wie zijn deze, die daar komen gevlogen als een wolk, en als duiven tot haar vensters?

9
כִּֽי לִ֣/י אִיִּ֣ים יְקַוּ֗וּ וָ/אֳנִיּ֤וֹת תַּרְשִׁישׁ֙ בָּ/רִ֣אשֹׁנָ֔ה לְ/הָבִ֤יא בָנַ֨יִ/ךְ֙ מֵֽ/רָח֔וֹק כַּסְפָּ֥/ם וּ/זְהָבָ֖/ם אִתָּ֑/ם לְ/שֵׁם֙ יְהוָ֣ה אֱלֹהַ֔יִ/ךְ וְ/לִ/קְד֥וֹשׁ יִשְׂרָאֵ֖ל כִּ֥י פֵאֲרָֽ/ךְ־׀׃
STATEN

Want de eilanden zullen Mij verwachten, en de schepen van Tarsis vooreerst, om uw kinderen van verre te brengen, hun zilver en hun goud met hen, tot den Naam des HEEREN uws Gods, en tot den Heilige Israëls, dewijl Hij u heerlijk gemaakt heeft.

10
וּ/בָנ֤וּ בְנֵֽי נֵכָר֙ חֹמֹתַ֔יִ/ךְ וּ/מַלְכֵי/הֶ֖ם יְשָׁרְת֑וּ/נֶךְ כִּ֤י בְ/קִצְפִּ/י֙ הִכִּיתִ֔י/ךְ וּ/בִ/רְצוֹנִ֖/י רִֽחַמְתִּֽי/ךְ־׃
STATEN

En de vreemden zullen uw muren bouwen, en hun koningen zullen u dienen; want in Mijn verbolgenheid heb Ik u geslagen, maar in Mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd.

11
וּ/פִתְּח֨וּ שְׁעָרַ֧יִ/ךְ תָּמִ֛יד יוֹמָ֥ם וָ/לַ֖יְלָה לֹ֣א יִסָּגֵ֑רוּ לְ/הָבִ֤יא אֵלַ֨יִ/ךְ֙ חֵ֣יל גּוֹיִ֔ם וּ/מַלְכֵי/הֶ֖ם נְהוּגִֽים׃
STATEN

En uw poorten zullen steeds openstaan, zij zullen des daags of des nachts niet toegesloten worden; opdat men tot u inbrenge het heir der heidenen, en hun koningen tot u geleid worden.

12
כִּֽי הַ/גּ֧וֹי וְ/הַ/מַּמְלָכָ֛ה אֲשֶׁ֥ר לֹא יַעַבְד֖וּ/ךְ יֹאבֵ֑דוּ וְ/הַ/גּוֹיִ֖ם חָרֹ֥ב יֶחֱרָֽבוּ־־׃
STATEN

Want het volk en het koninkrijk, welke u niet zullen dienen, die zullen vergaan; en die volken zullen gans verwoest worden.

Op De Naamdragers

Blogs over Jesaja 60

Nog geen artikelen die specifiek naar Jesaja 60 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →