Ga naar inhoud
NEVIIM

Jeremia 18

יִרְמְיָה
Hoofdstukken (52)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
הַ/דָּבָר֙ אֲשֶׁ֣ר הָיָ֣ה אֶֽל יִרְמְיָ֔הוּ מֵ/אֵ֥ת יְהוָ֖ה לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Het woord, dat tot Jeremía geschied is van den HEERE, zeggende:

2
ק֥וּם וְ/יָרַדְתָּ֖ בֵּ֣ית הַ/יּוֹצֵ֑ר וְ/שָׁ֖מָּ/ה אַשְׁמִֽיעֲ/ךָ֥ אֶת דְּבָרָֽ/י־׃
STATEN

Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.

3
וָ/אֵרֵ֖ד בֵּ֣ית הַ/יּוֹצֵ֑ר ו/הנ/הו עֹשֶׂ֥ה מְלָאכָ֖ה עַל הָ/אָבְנָֽיִם וְ/הִנֵּה ה֛וּא־־׃
STATEN

Zo ging ik af in het huis des pottenbakkers; en ziet, hij maakte een werk op de schijven.

4
וְ/נִשְׁחַ֣ת הַ/כְּלִ֗י אֲשֶׁ֨ר ה֥וּא עֹשֶׂ֛ה בַּ/חֹ֖מֶר בְּ/יַ֣ד הַ/יּוֹצֵ֑ר וְ/שָׁ֗ב וַֽ/יַּעֲשֵׂ֨/הוּ֙ כְּלִ֣י אַחֵ֔ר כַּ/אֲשֶׁ֥ר יָשַׁ֛ר בְּ/עֵינֵ֥י הַ/יּוֹצֵ֖ר לַ/עֲשֽׂוֹת׃פ
STATEN

En het vat, dat hij maakte, werd verdorven, als leem, in de hand des pottenbakkers; toen maakte hij daarvan weder een ander vat, gelijk als het recht was in de ogen des pottenbakkers te maken.

5
וַ/יְהִ֥י דְבַר יְהוָ֖ה אֵלַ֥/י לֵ/אמֽוֹר־׃
STATEN

Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

6
הֲ/כַ/יּוֹצֵ֨ר הַ/זֶּ֜ה לֹא אוּכַ֨ל לַ/עֲשׂ֥וֹת לָ/כֶ֛ם בֵּ֥ית יִשְׂרָאֵ֖ל נְאֻם יְהוָ֑ה הִנֵּ֤ה כַ/חֹ֨מֶר֙ בְּ/יַ֣ד הַ/יּוֹצֵ֔ר כֵּן אַתֶּ֥ם בְּ/יָדִ֖/י בֵּ֥ית יִשְׂרָאֵֽל־־־׃ס
STATEN

Zal Ik ulieden niet kunnen doen, gelijk deze pottenbakker, o huis Israëls? spreekt de HEERE; ziet, gelijk leem in de hand des pottenbakkers, alzo zijt gijlieden in Mijn hand, o huis Israëls!

7
רֶ֣גַע אֲדַבֵּ֔ר עַל גּ֖וֹי וְ/עַל מַמְלָכָ֑ה לִ/נְת֥וֹשׁ וְ/לִ/נְת֖וֹץ וּֽ/לְ/הַאֲבִֽיד־־׃
STATEN

In een ogenblik zal Ik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal uitrukken, en afbreken, en verdoen;

8
וְ/שָׁב֙ הַ/גּ֣וֹי הַ/ה֔וּא מֵ/רָ֣עָת֔/וֹ אֲשֶׁ֥ר דִּבַּ֖רְתִּי עָלָ֑י/ו וְ/נִֽחַמְתִּי֙ עַל הָ֣/רָעָ֔ה אֲשֶׁ֥ר חָשַׁ֖בְתִּי לַ/עֲשׂ֥וֹת לֽ/וֹ־׃ס
STATEN

Maar indien datzelve volk, over hetwelk Ik zulks gesproken heb, zich van zijn boosheid bekeert, zo zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hetzelve gedacht te doen.

9
וְ/רֶ֣גַע אֲדַבֵּ֔ר עַל גּ֖וֹי וְ/עַל מַמְלָכָ֑ה לִ/בְנֹ֖ת וְ/לִ/נְטֹֽעַ־־׃
STATEN

Ook zal Ik in een ogenblik spreken over een volk en over een koninkrijk, dat Ik het zal bouwen en planten;

10
וְ/עָשָׂ֤ה ה/רעה בְּ/עֵינַ֔/י לְ/בִלְתִּ֖י שְׁמֹ֣עַ בְּ/קוֹלִ֑/י וְ/נִֽחַמְתִּי֙ עַל הַ/טּוֹבָ֔ה אֲשֶׁ֥ר אָמַ֖רְתִּי לְ/הֵיטִ֥יב אוֹתֽ/וֹ הָ/רַע֙־׃ס
STATEN

Maar indien het doet, dat kwaad is in Mijn ogen, dat het naar Mijn stem niet hoort, zo zal Ik berouw hebben over het goede, met hetwelk Ik gezegd had hetzelve te zullen weldoen.

11
וְ/עַתָּ֡ה אֱמָר נָ֣א אֶל אִישׁ יְהוּדָה֩ וְ/עַל יוֹשְׁבֵ֨י יְרוּשָׁלִַ֜ם לֵ/אמֹ֗ר כֹּ֚ה אָמַ֣ר יְהוָ֔ה הִנֵּ֨ה אָנֹכִ֜י יוֹצֵ֤ר עֲלֵי/כֶם֙ רָעָ֔ה וְ/חֹשֵׁ֥ב עֲלֵי/כֶ֖ם מַֽחֲשָׁבָ֑ה שׁ֣וּבוּ נָ֗א אִ֚ישׁ מִ/דַּרְכּ֣/וֹ הָֽ/רָעָ֔ה וְ/הֵיטִ֥יבוּ דַרְכֵי/כֶ֖ם וּ/מַעַלְלֵי/כֶֽם־־־־׃
STATEN

Nu dan, spreek nu tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik formeer een kwaad tegen ulieden, en denk tegen ulieden een gedachte; zo bekeert u nu, een iegelijk van zijn bozen weg, en maakt uw wegen en uw handelingen goed.

12
וְ/אָמְר֖וּ נוֹאָ֑שׁ כִּֽי אַחֲרֵ֤י מַחְשְׁבוֹתֵ֨י/נוּ֙ נֵלֵ֔ךְ וְ/אִ֛ישׁ שְׁרִר֥וּת לִבּֽ/וֹ הָ/רָ֖ע נַעֲשֶֽׂה־־׃ס
STATEN

Doch zij zeggen: Het is buiten hoop; maar wij zullen naar onze gedachten wandelen, en wij zullen doen, een iegelijk het goeddunken van zijn boos hart.

Op De Naamdragers

Blogs over Jeremia 18

Nog geen artikelen die specifiek naar Jeremia 18 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →