NEVIIM

Jeremia 47

יִרְמְיָה
Hoofdstukken (52)
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152
Getuigen
Interlineair
1
אֲשֶׁ֨ר הָיָ֧ה דְבַר יְהוָ֛ה אֶל יִרְמְיָ֥הוּ הַ/נָּבִ֖יא אֶל פְּלִשְׁתִּ֑ים בְּ/טֶ֛רֶם יַכֶּ֥ה פַרְעֹ֖ה אֶת עַזָּֽה
STATEN

Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremía geschiedde, tegen de Filistijnen; eer dat Faraö Gaza sloeg.

2
כֹּ֣ה אָמַ֣ר יְהוָ֗ה הִנֵּה מַ֜יִם עֹלִ֤ים מִ/צָּפוֹן֙ וְ/הָיוּ֙ לְ/נַ֣חַל שׁוֹטֵ֔ף וְ/יִשְׁטְפוּ֙ אֶ֣רֶץ וּ/מְלוֹאָ֔/הּ עִ֖יר וְ/יֹ֣שְׁבֵי בָ֑/הּ וְ/זָֽעֲקוּ֙ הָֽ/אָדָ֔ם וְ/הֵילִ֕ל כֹּ֖ל יוֹשֵׁ֥ב הָ/אָֽרֶץ
STATEN

Zo zegt de HEERE: Ziet, wateren komen op van het noorden, en zullen worden tot een overlopende beek, en overlopen het land en de volheid van hetzelve, de stad en die daarin wonen; en de mensen zullen schreeuwen, en al de inwoners des lands zullen huilen;

3
מִ/קּ֗וֹל שַֽׁעֲטַת֙ פַּרְס֣וֹת אַבִּירָ֔י/ו מֵ/רַ֣עַשׁ לְ/רִכְבּ֔/וֹ הֲמ֖וֹן גַּלְגִּלָּ֑י/ו לֹֽא הִפְנ֤וּ אָבוֹת֙ אֶל בָּנִ֔ים מֵֽ/רִפְי֖וֹן יָדָֽיִם
STATEN

Vanwege het geluid van het geklater der hoeven zijner sterke paarden, vanwege het geraas zijner wagenen, en het bulderen zijner raderen; de vaders zien niet om naar de kinderen, vanwege de slappigheid der handen;

4
עַל הַ/יּ֗וֹם הַ/בָּא֙ לִ/שְׁד֣וֹד אֶת כָּל פְּלִשְׁתִּ֔ים לְ/הַכְרִ֤ית לְ/צֹר֙ וּ/לְ/צִיד֔וֹן כֹּ֖ל שָׂרִ֣יד עֹזֵ֑ר כִּֽי שֹׁדֵ֤ד יְהוָה֙ אֶת פְּלִשְׁתִּ֔ים שְׁאֵרִ֖ית אִ֥י כַפְתּֽוֹר
STATEN

Vanwege den dag, die er komt om alle Filistijnen te verstoren, om Tyrus en Sidon allen overgeblevenen helper af te snijden; want de HEERE zal de Filistijnen, het overblijfsel des eilands van Kafthor, verstoren.

5
בָּ֤אָה קָרְחָה֙ אֶל עַזָּ֔ה נִדְמְתָ֥ה אַשְׁקְל֖וֹן שְׁאֵרִ֣ית עִמְקָ֑/ם עַד מָתַ֖י תִּתְגּוֹדָֽדִי
STATEN

Kaalheid is op Gaza gekomen; Askelon is uitgeroeid, met het overblijfsel huns dals; hoe lang zult gij uzelven insnijdingen maken?

6
ה֗וֹי חֶ֚רֶב לַֽ/יהוָ֔ה עַד אָ֖נָה לֹ֣א תִשְׁקֹ֑טִי הֵאָֽסְפִי֙ אַל תַּעְרֵ֔/ךְ הֵרָגְעִ֖י וָ/דֹֽמִּי
STATEN

O wee, gij zwaard des HEEREN! Hoe lang zult gij niet stil houden? Vaar in uw schede, rust en wees stil!

7
אֵ֣יךְ תִּשְׁקֹ֔טִי וַֽ/יהוָ֖ה צִוָּה לָ֑/הּ אֶֽל אַשְׁקְל֛וֹן וְ/אֶל ח֥וֹף הַ/יָּ֖ם שָׁ֥ם יְעָדָֽ/הּ
STATEN

Hoe zoudt gij stil houden? De HEERE heeft toch aan het zwaard bevel gegeven; tegen Askelon en tegen de zeehaven, aldaar heeft Hij het besteld.