Ga naar inhoud
NEVIIM

Jeremia 9

יִרְמְיָה
Hoofdstukken (52)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
מִֽי יִתְּנֵ֣/נִי בַ/מִּדְבָּ֗ר מְלוֹן֙ אֹֽרְחִ֔ים וְ/אֶֽעֶזְבָה֙ אֶת עַמִּ֔/י וְ/אֵלְכָ֖ה מֵֽ/אִתָּ֑/ם כִּ֤י כֻלָּ/ם֙ מְנָ֣אֲפִ֔ים עֲצֶ֖רֶת בֹּגְדִֽים־־׃
STATEN

Och, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks.

2
וַֽ/יַּדְרְכ֤וּ אֶת לְשׁוֹנָ/ם֙ קַשְׁתָּ֣/ם שֶׁ֔קֶר וְ/לֹ֥א לֶ/אֱמוּנָ֖ה גָּבְר֣וּ בָ/אָ֑רֶץ כִּי֩ מֵ/רָעָ֨ה אֶל רָעָ֧ה יָצָ֛אוּ וְ/אֹתִ֥/י לֹֽא יָדָ֖עוּ נְאֻם יְהוָֽה־־׀־־׃ס
STATEN

Och, dat ik in de woestijn een herberg der wandelaars had, zo zou ik mijn volk verlaten, en van hen trekken; want zij zijn allen overspelers, een trouweloze hoop.

3
אִ֤ישׁ מֵ/רֵעֵ֨/הוּ֙ הִשָּׁמֵ֔רוּ וְ/עַל כָּל אָ֖ח אַל תִּבְטָ֑חוּ כִּ֤י כָל אָח֙ עָק֣וֹב יַעְקֹ֔ב וְ/כָל רֵ֖עַ רָכִ֥יל יַהֲלֹֽךְ־־־־־׃
STATEN

En zij spannen hun tong als hun boog tot leugen; zij worden geweldig in het land, doch niet tot waarheid; want zij gaan voort van boosheid tot boosheid, maar Mij kennen zij niet, spreekt de HEERE.

4
וְ/אִ֤ישׁ בְּ/רֵעֵ֨/הוּ֙ יְהָתֵ֔לּוּ וֶ/אֱמֶ֖ת לֹ֣א יְדַבֵּ֑רוּ לִמְּד֧וּ לְשׁוֹנָ֛/ם דַּבֶּר שֶׁ֖קֶר הַעֲוֵ֥ה נִלְאֽוּ־׃
STATEN

Wacht u, een iegelijk van zijn vriend, en vertrouwt niet op enigen broeder; want elk broeder doet niet dan bedriegen, en elk vriend wandelt in achterklap.

5
שִׁבְתְּ/ךָ֖ בְּ/ת֣וֹךְ מִרְמָ֑ה בְּ/מִרְמָ֛ה מֵאֲנ֥וּ דַֽעַת אוֹתִ֖/י נְאֻם יְהוָֽה־־׃ס
STATEN

En zij handelen bedriegelijk, een ieder met zijn vriend, en spreken de waarheid niet; zij leren hun tong leugen spreken, zij maken zich moede met verkeerdelijk te handelen.

6
לָ/כֵ֗ן כֹּ֤ה אָמַר֙ יְהוָ֣ה צְבָא֔וֹת הִנְ/נִ֥י צוֹרְפָ֖/ם וּ/בְחַנְתִּ֑י/ם כִּֽי אֵ֣יךְ אֶעֱשֶׂ֔ה מִ/פְּנֵ֖י בַּת עַמִּֽ/י־־׃
STATEN

Uw woning is in het midden van bedrog; door bedrog weigeren zij Mij te kennen, spreekt de HEERE.

7
שָׁח֛וּט חֵ֥ץ שוחט לְשׁוֹנָ֖/ם מִרְמָ֣ה דִבֵּ֑ר בְּ/פִ֗י/ו שָׁל֤וֹם אֶת רֵעֵ֨/הוּ֙ יְדַבֵּ֔ר וּ/בְ/קִרְבּ֖/וֹ יָשִׂ֥ים אָרְבּֽ/וֹ־׃
STATEN

Daarom zegt de HEERE der heirscharen alzo: Ziet, Ik zal hen smelten en zal hen beproeven; want hoe zou Ik anders doen ten aanzien der dochter Mijns volks?

8
הַ/עַל אֵ֥לֶּה לֹֽא אֶפְקָד בָּ֖/ם נְאֻם יְהוָ֑ה אִ֚ם בְּ/ג֣וֹי אֲשֶׁר כָּ/זֶ֔ה לֹ֥א תִתְנַקֵּ֖ם נַפְשִֽׁ/י־־־־־׃ס
STATEN

Hun tong is een moordpijl, zij spreekt bedrog; een ieder spreekt met zijn naaste van vrede met zijn mond, maar in zijn binnenste legt hij lagen.

9
עַל הֶ֨/הָרִ֜ים אֶשָּׂ֧א בְכִ֣י וָ/נֶ֗הִי וְ/עַל נְא֤וֹת מִדְבָּר֙ קִינָ֔ה כִּ֤י נִצְּתוּ֙ מִ/בְּלִי אִ֣ישׁ עֹבֵ֔ר וְ/לֹ֥א שָׁמְע֖וּ ק֣וֹל מִקְנֶ֑ה מֵ/ע֤וֹף הַ/שָּׁמַ֨יִם֙ וְ/עַד בְּהֵמָ֔ה נָדְד֖וּ הָלָֽכוּ־־־־׃
STATEN

Zou Ik hen om deze dingen niet bezoeken? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk, als dit is?

10
וְ/נָתַתִּ֧י אֶת יְרוּשָׁלִַ֛ם לְ/גַלִּ֖ים מְע֣וֹן תַּנִּ֑ים וְ/אֶת עָרֵ֧י יְהוּדָ֛ה אֶתֵּ֥ן שְׁמָמָ֖ה מִ/בְּלִ֖י יוֹשֵֽׁב־־׃ס
STATEN

Ik zal een geween en een weeklage opheffen over de bergen, en een klaaglied over de herdershutten der woestijn; want zij zijn afgebrand, dat er niemand doorgaat, en men hoort er geen stem van vee; van de vogelen des hemels aan tot de beesten toe zijn zij weggezworven, doorgegaan!

11
מִֽי הָ/אִ֤ישׁ הֶֽ/חָכָם֙ וְ/יָבֵ֣ן אֶת זֹ֔את וַ/אֲשֶׁ֨ר דִּבֶּ֧ר פִּֽי יְהוָ֛ה אֵלָ֖י/ו וְ/יַגִּדָ֑/הּ עַל מָה֙ אָבְדָ֣ה הָ/אָ֔רֶץ נִצְּתָ֥ה כַ/מִּדְבָּ֖ר מִ/בְּלִ֖י עֹבֵֽר־־־־׃ס
STATEN

En Ik zal Jeruzalem stellen tot steenhopen, tot een woning der draken; en de steden van Juda zal Ik stellen tot een verwoesting, zonder inwoner.

12
וַ/יֹּ֣אמֶר יְהוָ֔ה עַל עָזְבָ/ם֙ אֶת תּ֣וֹרָתִ֔/י אֲשֶׁ֥ר נָתַ֖תִּי לִ/פְנֵי/הֶ֑ם וְ/לֹא שָׁמְע֥וּ בְ/קוֹלִ֖/י וְ/לֹא הָ֥לְכוּ בָֽ/הּ־־־־׃
STATEN

Wie is de wijze man, die dit versta? En tot wien heeft de mond des HEEREN gesproken, dat hij het verkondige, waarom het land vergaan en afgebrand zij als een woestijn, dat er niemand doorgaat?

Op De Naamdragers

Blogs over Jeremia 9

Nog geen artikelen die specifiek naar Jeremia 9 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →