Ga naar inhoud
NEVIIM

Jeremia 13

יִרְמְיָה
Hoofdstukken (52)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
כֹּֽה אָמַ֨ר יְהוָ֜ה אֵלַ֗/י הָל֞וֹךְ וְ/קָנִ֤יתָ לְּ/ךָ֙ אֵז֣וֹר פִּשְׁתִּ֔ים וְ/שַׂמְתּ֖/וֹ עַל מָתְנֶ֑י/ךָ וּ/בַ/מַּ֖יִם לֹ֥א תְבִאֵֽ/הוּ־־׃
STATEN

Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen, en koop u een linnen gordel, en doe dien aan uw lenden, maar breng hem niet in het water.

2
וָ/אֶקְנֶ֥ה אֶת הָ/אֵז֖וֹר כִּ/דְבַ֣ר יְהוָ֑ה וָ/אָשִׂ֖ם עַל מָתְנָֽ/י־־׃ס
STATEN

En ik kocht een gordel naar het woord des HEEREN, en ik deed dien aan mijn lenden.

3
וַ/יְהִ֧י דְבַר יְהוָ֛ה אֵלַ֖/י שֵׁנִ֥ית לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Toen geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:

4
קַ֧ח אֶת הָ/אֵז֛וֹר אֲשֶׁ֥ר קָנִ֖יתָ אֲשֶׁ֣ר עַל מָתְנֶ֑י/ךָ וְ/קוּם֙ לֵ֣ךְ פְּרָ֔תָ/ה וְ/טָמְנֵ֥/הוּ שָׁ֖ם בִּ/נְקִ֥יק הַ/סָּֽלַע־־׃
STATEN

Neem den gordel, dien gij gekocht hebt, die aan uw lenden is, en maak u op, en ga henen naar den Frath, en versteek dien aldaar in de klove ener steenrots.

5
וָ/אֵלֵ֕ךְ וָ/אֶטְמְנֵ֖/הוּ בִּ/פְרָ֑ת כַּ/אֲשֶׁ֛ר צִוָּ֥ה יְהוָ֖ה אוֹתִֽ/י׃
STATEN

Zo ging ik henen, en verstak dien bij den Frath, gelijk als de HEERE mij geboden had.

6
וַ/יְהִ֕י מִ/קֵּ֖ץ יָמִ֣ים רַבִּ֑ים וַ/יֹּ֨אמֶר יְהוָ֜ה אֵלַ֗/י ק֚וּם לֵ֣ךְ פְּרָ֔תָ/ה וְ/קַ֤ח מִ/שָּׁם֙ אֶת הָ֣/אֵז֔וֹר אֲשֶׁ֥ר צִוִּיתִ֖י/ךָ לְ/טָמְנ/וֹ שָֽׁם־־׃
STATEN

Het geschiedde nu ten einde van vele dagen, dat de HEERE tot mij zeide: Maak u op, ga henen naar den Frath, en neem den gordel van daar, dien Ik u geboden heb aldaar te versteken.

7
וָ/אֵלֵ֣ךְ פְּרָ֔תָ/ה וָ/אֶחְפֹּ֗ר וָֽ/אֶקַּח֙ אֶת הָ֣/אֵז֔וֹר מִן הַ/מָּק֖וֹם אֲשֶׁר טְמַנְתִּ֣י/ו שָׁ֑מָּ/ה וְ/הִנֵּה֙ נִשְׁחַ֣ת הָ/אֵז֔וֹר לֹ֥א יִצְלַ֖ח לַ/כֹּֽל־־־׃פ
STATEN

Zo ging ik naar den Frath, en groef, en nam den gordel van de plaats, alwaar ik dien verstoken had; en ziet, de gordel was verdorven en deugde nergens toe.

8
וַ/יְהִ֥י דְבַר יְהוָ֖ה אֵלַ֥/י לֵ/אמֹֽר־׃
STATEN

Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

9
כֹּ֖ה אָמַ֣ר יְהוָ֑ה כָּ֠כָה אַשְׁחִ֞ית אֶת גְּא֧וֹן יְהוּדָ֛ה וְ/אֶת גְּא֥וֹן יְרוּשָׁלִַ֖ם הָ/רָֽב־־׃
STATEN

Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verderven de hovaardij van Juda, en die grote hovaardij van Jeruzalem.

10
הָ/עָם֩ הַ/זֶּ֨ה הָ/רָ֜ע הַֽ/מֵּאֲנִ֣ים לִ/שְׁמ֣וֹעַ אֶת דְּבָרַ֗/י הַ/הֹֽלְכִים֙ בִּ/שְׁרִר֣וּת לִבָּ֔/ם וַ/יֵּלְכ֗וּ אַֽחֲרֵי֙ אֱלֹהִ֣ים אֲחֵרִ֔ים לְ/עָבְדָ֖/ם וּ/לְ/הִשְׁתַּחֲוֺ֣ת לָ/הֶ֑ם וִ/יהִי֙ כָּ/אֵז֣וֹר הַ/זֶּ֔ה אֲשֶׁ֥ר לֹא יִצְלַ֖ח לַ/כֹּֽל׀־־׃
STATEN

Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijns harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt.

11
כִּ֡י כַּ/אֲשֶׁר֩ יִדְבַּ֨ק הָ/אֵז֜וֹר אֶל מָתְנֵי אִ֗ישׁ כֵּ֣ן הִדְבַּ֣קְתִּי אֵ֠לַ/י אֶת כָּל בֵּ֨ית יִשְׂרָאֵ֜ל וְ/אֶת כָּל בֵּ֤ית יְהוּדָה֙ נְאֻם יְהוָ֔ה לִֽ/הְי֥וֹת לִ/י֙ לְ/עָ֔ם וּ/לְ/שֵׁ֥ם וְ/לִ/תְהִלָּ֖ה וּ/לְ/תִפְאָ֑רֶת וְ/לֹ֖א שָׁמֵֽעוּ־־־־־־־׃
STATEN

Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden eens mans, alzo heb Ik het ganse huis Israëls en het ganse huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt de HEERE, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord.

12
וְ/אָמַרְתָּ֨ אֲלֵי/הֶ֜ם אֶת הַ/דָּבָ֣ר הַ/זֶּ֗ה כֹּֽה אָמַ֤ר יְהוָה֙ אֱלֹהֵ֣י יִשְׂרָאֵ֔ל כָּל נֵ֖בֶל יִמָּ֣לֵא יָ֑יִן וְ/אָמְר֣וּ אֵלֶ֔י/ךָ הֲ/יָדֹ֨עַ֙ לֹ֣א נֵדַ֔ע כִּ֥י כָל נֵ֖בֶל יִמָּ֥לֵא יָֽיִן־ס־־־׃
STATEN

Daarom zeg dit woord tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Alle flessen zullen met wijn gevuld worden. Dan zullen zij tot u zeggen: Weten wij niet zeer wel, dat alle flessen met wijn gevuld zullen worden?

Op De Naamdragers

Blogs over Jeremia 13

Nog geen artikelen die specifiek naar Jeremia 13 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →