Ga naar inhoud
NEVIIM

Jeremia 48

יִרְמְיָה
Hoofdstukken (52)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לְ/מוֹאָ֡ב כֹּֽה אָמַר֩ יְהוָ֨ה צְבָא֜וֹת אֱלֹהֵ֣י יִשְׂרָאֵ֗ל ה֤וֹי אֶל נְבוֹ֙ כִּ֣י שֻׁדָּ֔דָה הֹבִ֥ישָׁה נִלְכְּדָ֖ה קִרְיָתָ֑יִם הֹבִ֥ישָׁה הַ/מִּשְׂגָּ֖ב וָ/חָֽתָּה־־׃
STATEN

Tegen Moab zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls, alzo: Wee over Nebo, want zij is verstoord; Kirjatháïm is beschaamd, zij is ingenomen; de stad des hogen vertreks is beschaamd en verschrikt.

2
אֵ֣ין עוֹד֮ תְּהִלַּ֣ת מוֹאָב֒ בְּ/חֶשְׁבּ֗וֹן חָשְׁב֤וּ עָלֶ֨י/הָ֙ רָעָ֔ה לְכ֖וּ וְ/נַכְרִיתֶ֣/נָּה מִ/גּ֑וֹי גַּם מַדְמֵ֣ן תִּדֹּ֔מִּי אַחֲרַ֖יִ/ךְ תֵּ֥לֶךְ חָֽרֶב־׃
STATEN

Moabs roem van Hesbon is er niet meer; zij hebben kwaad tegen haar gedacht, zeggende: Komt, en laat ons haar uitroeien, dat zij geen volk meer zij; ook gij, o Madmen! zult nedergehouwen worden, het zwaard zal achter u heengaan.

3
ק֥וֹל צְעָקָ֖ה מֵ/חֹֽרוֹנָ֑יִם שֹׁ֖ד וָ/שֶׁ֥בֶר גָּדֽוֹל׃
STATEN

Er is een stem des gekrijts van Horonáïm; verstoring en een grote breuk!

4
נִשְׁבְּרָ֖ה מוֹאָ֑ב הִשְׁמִ֥יעוּ זְּעָקָ֖ה צעורי/ה צְעִירֶֽי/הָ׃
STATEN

Moab is verbroken; haar kleine kinderen hebben een gekrijt laten horen.

5
כִּ֚י מַעֲלֵ֣ה ה/לחות בִּ/בְכִ֖י יַֽעֲלֶה בֶּ֑כִי כִּ֚י בְּ/מוֹרַ֣ד חוֹרֹנַ֔יִם צָרֵ֥י צַֽעֲקַת שֶׁ֖בֶר שָׁמֵֽעוּ הַ/לּוּחִ֔ית־־׃
STATEN

Want in den opgang van Luhith zal geween bij geween opgaan, want in den afgang van Horonáïm hebben Moabs wederpartijders een jammergeschrei gehoord.

6
נֻ֖סוּ מַלְּט֣וּ נַפְשְׁ/כֶ֑ם וְ/תִֽהְיֶ֕ינָה כַּ/עֲרוֹעֵ֖ר בַּ/מִּדְבָּֽר׃
STATEN

Vlucht, redt ulieder ziel! en wordt als de heide in de woestijn;

7
כִּ֠י יַ֣עַן בִּטְחֵ֤/ךְ בְּ/מַעֲשַׂ֨יִ/ךְ֙ וּ/בְ/א֣וֹצְרוֹתַ֔יִ/ךְ גַּם אַ֖תְּ תִּלָּכֵ֑דִי וְ/יָצָ֤א כמיש בַּ/גּוֹלָ֔ה כֹּהֲנָ֥י/ו וְ/שָׂרָ֖י/ו יחד־׃ כְמוֹשׁ֙ יַחְדָּֽיו
STATEN

Want om uw vertrouwen op uw werken, en op uw schatten, zult gij ook ingenomen worden; en Kamos zal henen uitgaan in gevangenis, zijn priesteren en zijn vorsten te zamen.

8
וְ/יָבֹ֨א שֹׁדֵ֜ד אֶל כָּל עִ֗יר וְ/עִיר֙ לֹ֣א תִמָּלֵ֔ט וְ/אָבַ֥ד הָ/עֵ֖מֶק וְ/נִשְׁמַ֣ד הַ/מִּישֹׁ֑ר אֲשֶׁ֖ר אָמַ֥ר יְהוָֽה־־׃
STATEN

Want de verstoorder zal komen over elke stad, dat niet één stad ontkomen zal; en het dal zal verderven, en het effen veld verdelgd worden; want de HEERE heeft het gezegd.

9
תְּנוּ צִ֣יץ לְ/מוֹאָ֔ב כִּ֥י נָצֹ֖א תֵּצֵ֑א וְ/עָרֶ֨י/הָ֙ לְ/שַׁמָּ֣ה תִֽהְיֶ֔ינָה מֵ/אֵ֥ין יוֹשֵׁ֖ב בָּ/הֵֽן־׃
STATEN

Geeft Moab vederen, want al vliegende zal zij uitgaan; en haar steden zullen ter verwoesting worden, dat niemand in dezelve wone.

10
אָר֗וּר עֹשֶׂ֛ה מְלֶ֥אכֶת יְהוָ֖ה רְמִיָּ֑ה וְ/אָר֕וּר מֹנֵ֥עַ חַרְבּ֖/וֹ מִ/דָּֽם׃
STATEN

Vervloekt zij, die des HEEREN werk bedriegelijk doet; ja, vervloekt zij, die zijn zwaard van het bloed onthoudt!

11
שַׁאֲנַ֨ן מוֹאָ֜ב מִ/נְּעוּרָ֗י/ו וְ/שֹׁקֵ֥ט הוּא֙ אֶל שְׁמָרָ֔י/ו וְ/לֹֽא הוּרַ֤ק מִ/כְּלִי֙ אֶל כֶּ֔לִי וּ/בַ/גּוֹלָ֖ה לֹ֣א הָלָ֑ךְ עַל כֵּ֗ן עָמַ֤ד טַעְמ/וֹ֙ בּ֔/וֹ וְ/רֵיח֖/וֹ לֹ֥א נָמָֽר־־־־׃ס
STATEN

Moab is van zijn jeugd aan gerust geweest, en hij heeft op zijn heffe stil gelegen, en is van vat in vat niet geledigd, en heeft niet gewandeld in gevangenis; daarom is zijn smaak in hem gebleven, en zijn reuk niet veranderd.

12
לָ/כֵ֞ן הִנֵּ֖ה יָמִ֤ים בָּאִים֙ נְאֻם יְהוָ֔ה וְ/שִׁלַּחְתִּי ל֥/וֹ צֹעִ֖ים וְ/צֵעֻ֑/הוּ וְ/כֵלָ֣י/ו יָרִ֔יקוּ וְ/נִבְלֵי/הֶ֖ם יְנַפֵּֽצוּ־־־׃
STATEN

Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik hem vreemde gasten zal toeschikken, die hem in vreemde plaatsen zullen voeren, en zijn vaten ledigen, en hunlieder flessen in stukken slaan.

Op De Naamdragers

Blogs over Jeremia 48

Nog geen artikelen die specifiek naar Jeremia 48 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →