Ga naar inhoud
NEVIIM

Jeremia 35

יִרְמְיָה
Hoofdstukken (52)← → toetsen
12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637383940414243444546474849505152
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
הַ/דָּבָ֛ר אֲשֶׁר הָיָ֥ה אֶֽל יִרְמְיָ֖הוּ מֵ/אֵ֣ת יְהוָ֑ה בִּ/ימֵ֨י יְהוֹיָקִ֧ים בֶּן יֹאשִׁיָּ֛הוּ מֶ֥לֶךְ יְהוּדָ֖ה לֵ/אמֹֽר־־־׃
STATEN

Het woord, dat tot Jeremía geschied is van den HEERE, in de dagen van Jójakim, den zoon van Josía, den koning van Juda, zeggende:

2
הָלוֹךְ֮ אֶל בֵּ֣ית הָ/רֵכָבִים֒ וְ/דִבַּרְתָּ֣ אוֹתָ֔/ם וַ/הֲבִֽאוֹתָ/ם֙ בֵּ֣ית יְהוָ֔ה אֶל אַחַ֖ת הַ/לְּשָׁכ֑וֹת וְ/הִשְׁקִיתָ֥ אוֹתָ֖/ם יָֽיִן־־׃
STATEN

Ga henen tot der Rechabieten huis, en spreek met hen, en breng hen in des HEEREN huis, in een der kameren, en geef hun wijn te drinken.

3
וָ/אֶקַּ֞ח אֶת יַאֲזַנְיָ֤ה בֶֽן יִרְמְיָ֨הוּ֙ בֶּן חֲבַצִּנְיָ֔ה וְ/אֶת אֶחָ֖י/ו וְ/אֶת כָּל בָּנָ֑י/ו וְ/אֵ֖ת כָּל בֵּ֥ית הָ/רֵכָבִֽים־־־־־־־׃
STATEN

Toen nam ik Jaäzánja, den zoon van Jeremía, den zoon van Habazzinja, mitsgaders zijn broederen, en al zijn zonen, en het ganse huis der Rechabieten;

4
וָ/אָבִ֤א אֹתָ/ם֙ בֵּ֣ית יְהוָ֔ה אֶל לִשְׁכַּ֗ת בְּנֵ֛י חָנָ֥ן בֶּן יִגְדַּלְיָ֖הוּ אִ֣ישׁ הָ/אֱלֹהִ֑ים אֲשֶׁר אֵ֨צֶל֙ לִשְׁכַּ֣ת הַ/שָּׂרִ֔ים אֲשֶׁ֣ר מִ/מַּ֗עַל לְ/לִשְׁכַּ֛ת מַעֲשֵׂיָ֥הוּ בֶן שַׁלֻּ֖ם שֹׁמֵ֥ר הַ/סַּֽף־־־־׃
STATEN

En bracht hen in des HEEREN huis, in de kamer der zonen van Hanan, den zoon van Jigdalia, den man Gods; welke is bij de kamer der oversten, die daar is boven de kamer van Maäséja, den zoon van Sallum, den dorpelbewaarder.

5
וָ/אֶתֵּ֞ן לִ/פְנֵ֣י בְּנֵ֣י בֵית הָ/רֵכָבִ֗ים גְּבִעִ֛ים מְלֵאִ֥ים יַ֖יִן וְ/כֹס֑וֹת וָ/אֹמַ֥ר אֲלֵי/הֶ֖ם שְׁתוּ יָֽיִן׀־־׃
STATEN

En ik zette den kinderen van het huis der Rechabieten koppen vol wijn en bekers voor; en ik zeide tot hen: Drinkt wijn.

6
וַ/יֹּאמְר֖וּ לֹ֣א נִשְׁתֶּה יָּ֑יִן כִּי֩ יוֹנָדָ֨ב בֶּן רֵכָ֜ב אָבִ֗י/נוּ צִוָּ֤ה עָלֵ֨י/נוּ֙ לֵ/אמֹ֔ר לֹ֧א תִשְׁתּוּ יַ֛יִן אַתֶּ֥ם וּ/בְנֵי/כֶ֖ם עַד עוֹלָֽם־־־־׃
STATEN

Maar zij zeiden: Wij zullen geen wijn drinken; want Jónadab, de zoon van Rechab, onze vader, heeft ons geboden, zeggende: Gijlieden zult geen wijn drinken, gij, noch uw kinderen, tot in eeuwigheid.

7
וּ/בַ֣יִת לֹֽא תִבְנ֗וּ וְ/זֶ֤רַע לֹֽא תִזְרָ֨עוּ֙ וְ/כֶ֣רֶם לֹֽא תִטָּ֔עוּ וְ/לֹ֥א יִֽהְיֶ֖ה לָ/כֶ֑ם כִּ֠י בָּ/אֳהָלִ֤ים תֵּֽשְׁבוּ֙ כָּל יְמֵי/כֶ֔ם לְמַ֨עַן תִּֽחְי֜וּ יָמִ֤ים רַבִּים֙ עַל פְּנֵ֣י הָ/אֲדָמָ֔ה אֲשֶׁ֥ר אַתֶּ֖ם גָּרִ֥ים שָֽׁם־־־־־׃
STATEN

Ook zult gijlieden geen huis bouwen, noch zaad zaaien, noch wijngaard planten, noch hebben; maar gij zult in tenten wonen al uw dagen; opdat gij veel dagen leeft in het land, alwaar gij als vreemdeling verkeert.

8
וַ/נִּשְׁמַ֗ע בְּ/ק֨וֹל יְהוֹנָדָ֤ב בֶּן רֵכָב֙ אָבִ֔י/נוּ לְ/כֹ֖ל אֲשֶׁ֣ר צִוָּ֑/נוּ לְ/בִלְתִּ֤י שְׁתֽוֹת יַ֨יִן֙ כָּל יָמֵ֔י/נוּ אֲנַ֣חְנוּ נָשֵׁ֔י/נוּ בָּנֵ֖י/נוּ וּ/בְנֹתֵֽי/נוּ־־־׃
STATEN

Zo hebben wij der stemme van Jónadab, den zoon van Rechab, onzen vader, gehoorzaamd in alles, wat hij ons geboden heeft; zodat wij geen wijn drinken al onze dagen, wij, onze vrouwen, onze zonen, en onze dochteren;

9
וּ/לְ/בִלְתִּ֛י בְּנ֥וֹת בָּתִּ֖ים לְ/שִׁבְתֵּ֑/נוּ וְ/כֶ֧רֶם וְ/שָׂדֶ֛ה וָ/זֶ֖רַע לֹ֥א יִֽהְיֶה לָּֽ/נוּ־׃
STATEN

En dat wij geen huizen bouwen tot onze woning; ook hebben wij geen wijngaard, noch veld, noch zaad;

10
וַ/נֵּ֖שֶׁב בָּֽ/אֳהָלִ֑ים וַ/נִּשְׁמַ֣ע וַ/נַּ֔עַשׂ כְּ/כֹ֥ל אֲשֶׁר צִוָּ֖/נוּ יוֹנָדָ֥ב אָבִֽי/נוּ־׃
STATEN

En wij hebben in tenten gewoond; alzo hebben wij gehoord en gedaan naar alles, wat ons onze vader Jónadab geboden heeft.

11
וַ/יְהִ֗י בַּ/עֲל֨וֹת נְבוּכַדְרֶאצַּ֥ר מֶֽלֶךְ בָּבֶל֮ אֶל הָ/אָרֶץ֒ וַ/נֹּ֗אמֶר בֹּ֚אוּ וְ/נָב֣וֹא יְרוּשָׁלִַ֔ם מִ/פְּנֵי֙ חֵ֣יל הַ/כַּשְׂדִּ֔ים וּ/מִ/פְּנֵ֖י חֵ֣יל אֲרָ֑ם וַ/נֵּ֖שֶׁב בִּ/ירוּשָׁלִָֽם־־׃פ
STATEN

Maar het is geschied, als Nebukadrézar, de koning van Babel, naar dit land optoog, dat wij zeiden: Komt, en laat ons naar Jeruzalem trekken vanwege het heir der Chaldeeën, en vanwege het heir der Syriërs; alzo zijn wij te Jeruzalem gebleven.

12
וַֽ/יְהִי֙ דְּבַר יְהוָ֔ה אֶֽל יִרְמְיָ֖הוּ לֵ/אמֹֽר־־׃
STATEN

Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremía, zeggende:

Op De Naamdragers

Blogs over Jeremia 35

Nog geen artikelen die specifiek naar Jeremia 35 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →