Het Nederlands zit vol Bijbel
Meer dan 65 spreekwoorden en uitdrukkingen die we dagelijks gebruiken hebben hun wortels in de Bijbel. Ontdek waar ze vandaan komen — en wat ze oorspronkelijk betekenden.
"Ergens amen op zeggen" — het woord amen komt van de Hebreeuwse wortel alef-mem-nun, die "betrouwbaar" of "vast" betekent.
“Alles heeft zijn tijd”
Voor alles is een geschikt moment; geduld is geboden.
“Armageddon”
De ultieme eindstrijd; een catastrofale confrontatie.
“De alfa en de omega”
Het begin en het einde; allesomvattend.
“De andere wang toekeren”
Niet terugslaan; geweld of belediging met mildheid beantwoorden.
“De appel valt niet ver van de boom”
Kinderen lijken op hun ouders.
“De eersten zullen de laatsten zijn”
Wie nu het hoogst staat, kan later het laagst eindigen, en omgekeerd.
“De splinter en de balk”
De fouten van anderen zien maar je eigen grotere fouten niet opmerken.
“De verloren zoon”
Iemand die na een verkeerde weg berouwvol terugkeert.
“De vier ruiters van de Apocalyps”
Vier krachten die verwoesting brengen: oorlog, honger, pest en dood.
“Een Babelse spraakverwarring”
Een situatie waarin mensen langs elkaar heen praten en elkaar niet begrijpen.
“Een barmhartige Samaritaan”
Iemand die belangeloos een vreemdeling in nood helpt.
“Een boek met zeven zegelen”
Iets dat volkomen onbegrijpelijk is.
“Een doorn in het oog”
Iets of iemand die voortdurend irriteert.
“Een doorn in het vlees”
Een hardnekkige kwelling of probleem waar je niet van afkomt.
“Een farizeer”
Een huichelaar; iemand die zich vroom voordoet maar het niet is.
“Een Jobsgeduld”
Buitengewoon veel geduld, zelfs in tegenspoed.
“Een Jobstijding”
Heel slecht nieuws.
“Een jubeljaar”
Een bijzonder feestjaar; een vieringsmoment.
“Een Judaskus”
Een kus of gebaar van schijnbare genegenheid dat eigenlijk verraad is.
“Een kruis dragen”
Een zware last of lijden geduldig verdragen.
“Een land van melk en honing”
Een plek van overvloed en welvaart.
“Een ongelovige Thomas”
Iemand die pas gelooft als hij zelf het bewijs ziet.
“Een Salomonsoordeel”
Een wijs en rechtvaardig oordeel in een moeilijk geschil.
“Een steen des aanstoots”
Iets of iemand waar men zich aan ergert of over struikelt.
“Een strijd van David tegen Goliath”
Een ongelijke strijd waarbij de kleine partij het opneemt tegen de grote.
“Een wolf in schaapskleren”
Iemand die zich voordoet als onschuldig maar kwade bedoelingen heeft.
“Een zondebok”
Iemand die de schuld krijgt voor iets wat anderen hebben gedaan.
“Ergens amen op zeggen”
Iets bevestigen, ermee instemmen.
“Het beloofde land”
Een ideale plek waar je naar verlangt; een doel dat je nastreeft.
“Het dagelijks brood”
Wat men dagelijks nodig heeft om te leven; de kost.
“Het gouden kalf aanbidden”
Blindelings geld of materialisme najagen.
“Het handschrift aan de wand”
Een onheilspellend voorteken; de tekenen wijzen op naderende ondergang.
“Het licht onder de korenmaat zetten”
Je talenten of goede eigenschappen verbergen.
“Het verloren schaap”
Iemand die is afgedwaald en gezocht wordt.
“Het zwarte schaap”
De uitzondering die niet past bij de rest van de groep; het buitenbeentje.
“Hoogmoed komt voor de val”
Wie te trots is, zal uiteindelijk een nederlaag lijden.
“IJdelheid der ijdelheden”
Alles is zinloos of vergankelijk.
“In de leeuwenkuil geworpen worden”
In een zeer gevaarlijke of vijandige situatie terechtkomen.
“In zak en as zitten”
Diep bedroefd of berouwvol zijn.
“Manna uit de hemel”
Onverwachte hulp of voorziening, als een geschenk.
“Met de mantel der liefde bedekken”
Fouten of tekortkomingen van iemand door de vingers zien uit liefde.
“Na mij de zondvloed”
Het kan me niet schelen wat er na mij gebeurt.
“Niets nieuws onder de zon”
Alles is al eens eerder voorgekomen; er verandert niets wezenlijks.
“Oog om oog, tand om tand”
Vergelding met gelijke maat; evenredige straf.
“Op zand bouwen”
Iets opzetten op een onbetrouwbare basis.
“Parels voor de zwijnen werpen”
Iets waardevols aanbieden aan mensen die het niet waarderen.
“Sodom en Gomorra”
Een plek van zonde, verderf of chaos.
“Verboden vrucht”
Iets dat juist aantrekkelijk is omdat het niet mag.
“Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in”
Wie kwaad beraamt tegen een ander, wordt er zelf het slachtoffer van.
“Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”
Je moet niet oordelen als je zelf ook niet perfect bent.
“Zijn handen in onschuld wassen”
Zich distantieren van verantwoordelijkheid; beweren onschuldig te zijn.
“Zijn talenten benutten”
Het beste maken van je gaven en vaardigheden.
“Zo oud als Methusalem”
Heel erg oud zijn.
“De letter doodt, maar de geest maakt levend”
Starre regels verstikken, maar het begrijpen van de bedoeling geeft leven.
“De schapen van de bokken scheiden”
Onderscheid maken tussen goede en slechte mensen of zaken.
“De wijsheid van Salomo”
Buitengewone wijsheid en scherpzinnigheid.
“Een Damascusbekering / Damascusmoment”
Een plotselinge, radicale ommekeer of bekering.
“Een Egyptische duisternis”
Een ondoordringbare, pikzwarte duisternis.
“Een Jakobsladder”
Een verbinding tussen hemel en aarde; ook: een touwladder.
“Een jeremiëren / jeremiëren”
Klagen, jammeren, weeklagen.
“Een Lazarus”
Een ziek, arm, ellendig persoon; ook: lazaret (ziekenhuis).
“Een zacht antwoord keert de grimmigheid af”
Vriendelijk reageren ontneemt agressie zijn kracht.
“Het kainsteken”
Een onuitwisbaar teken van schuld of schande.
“Iets voor een bord linzensoep verkopen”
Iets waardevols opgeven voor iets onbelangrijks.
“In Abrahams schoot”
Op een veilige, geborgen plek; in het hiernamaals.
“In de geest”
In gedachten, innerlijk, niet letterlijk/fysiek.
“In het zweet uws aanschijns”
Met veel moeite en inspanning iets moeten doen.
“Mene mene tekel ufarsin”
Het noodlot is nabij; je bent gewogen en te licht bevonden.
“Met Pasen op een ezel (ezelsbruggetje)”
Een geheugensteun; een omweg om iets te onthouden.
“Oude wijn in nieuwe zakken”
Iets ouds in een nieuw jasje stoppen zonder de kern te veranderen.
“Uit de diepte roepen”
Vanuit grote nood om hulp smeken.
“Wie de roede spaart, haat zijn zoon”
Te weinig streng opvoeden is schadelijk voor het kind.
“Zijn broeders hoeder”
Verantwoordelijkheid dragen voor het welzijn van een ander.
“Zwaarden tot ploegscharen omsmeden”
Van oorlog naar vrede overgaan; ontwapening.
“Het leeuwendeel / Benjamins deel”
Het grootste of beste gedeelte van iets.
De Statenvertaling van 1637 heeft het Nederlands diepgaand beinvloed. Veel van deze uitdrukkingen zijn via de kerkdienst en het onderwijs in onze dagelijkse taal terechtgekomen — vaak zonder dat we ons bewust zijn van hun bijbelse oorsprong.