Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 108

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
שִׁ֖יר מִזְמ֣וֹר לְ/דָוִֽד׃
STATEN

Een lied, een psalm van David.

2
נָכ֣וֹן לִבִּ֣/י אֱלֹהִ֑ים אָשִׁ֥ירָה וַ֝/אֲזַמְּרָ֗ה אַף כְּבוֹדִֽ/י־׃
STATEN

O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer.

3
ע֭וּרָֽ/ה הַ/נֵּ֥בֶל וְ/כִנּ֗וֹר אָעִ֥ירָה שָּֽׁחַר׃
STATEN

Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.

4
אוֹדְ/ךָ֖ בָ/עַמִּ֥ים יְהוָ֑ה וַ֝/אֲזַמֶּרְ/ךָ֗ בַּל אֻמִּֽים׀־׃
STATEN

Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natiën.

5
כִּֽי גָד֣וֹל מֵֽ/עַל שָׁמַ֣יִם חַסְדֶּ֑/ךָ וְֽ/עַד שְׁחָקִ֥ים אֲמִתֶּֽ/ךָ־־־׃
STATEN

Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

6
ר֣וּמָ/ה עַל שָׁמַ֣יִם אֱלֹהִ֑ים וְ/עַ֖ל כָּל הָ/אָ֣רֶץ כְּבוֹדֶֽ/ךָ־־׃
STATEN

Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.

7
לְ֭מַעַן יֵחָלְצ֣וּ/ן יְדִידֶ֑י/ךָ הוֹשִׁ֖יעָ/ה יְמִֽינְ/ךָ֣ וַ/עֲנֵֽ/נִי׃
STATEN

Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.

8
אֱלֹהִ֤ים דִּבֶּ֥ר בְּ/קָדְשׁ֗/וֹ אֶעְלֹ֥זָה אֲחַלְּקָ֥ה שְׁכֶ֑ם וְ/עֵ֖מֶק סֻכּ֣וֹת אֲמַדֵּֽד׀׃
STATEN

God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.

9
לִ֤/י גִלְעָ֨ד לִ֤/י מְנַשֶּׁ֗ה וְ֭/אֶפְרַיִם מָע֣וֹז רֹאשִׁ֑/י יְ֝הוּדָ֗ה מְחֹקְקִֽ/י׀׃
STATEN

Gilead is mijn, Manasse is mijn, en Efraïm is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.

10
מוֹאָ֤ב סִ֬יר רַחְצִ֗/י עַל אֱ֭דוֹם אַשְׁלִ֣יךְ נַעֲלִ֑/י עֲלֵֽי פְ֝לֶ֗שֶׁת אֶתְרוֹעָֽע׀־־׃
STATEN

Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.

11
מִ֣י יֹ֭בִלֵ/נִי עִ֣יר מִבְצָ֑ר מִ֖י נָחַ֣/נִי עַד אֱדֽוֹם־׃
STATEN

Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

12
הֲ/לֹֽא אֱלֹהִ֥ים זְנַחְתָּ֑/נוּ וְֽ/לֹא תֵצֵ֥א אֱ֝לֹהִ֗ים בְּ/צִבְאֹתֵֽי/נוּ־־׃
STATEN

Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 108

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 108 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →