KETUVIM
Psalmen 19
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
לַ/מְנַצֵּ֗חַ מִזְמ֥וֹר לְ/דָוִֽד׃
STATEN
Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
הַ/שָּׁמַ֗יִם מְֽסַפְּרִ֥ים כְּבֽוֹד אֵ֑ל וּֽ/מַעֲשֵׂ֥ה יָ֝דָ֗י/ו מַגִּ֥יד הָ/רָקִֽיעַ־׃
STATEN
De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.
י֣וֹם לְ֭/יוֹם יַבִּ֣יעַֽ אֹ֑מֶר וְ/לַ֥יְלָה לְּ֝/לַ֗יְלָה יְחַוֶּה דָּֽעַת־׃
STATEN
De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap.
אֵֽין אֹ֭מֶר וְ/אֵ֣ין דְּבָרִ֑ים בְּ֝לִ֗י נִשְׁמָ֥ע קוֹלָֽ/ם־׃
STATEN
Geen spraak, en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord.
בְּ/כָל הָ/אָ֨רֶץ יָ֘צָ֤א קַוָּ֗/ם וּ/בִ/קְצֵ֣ה תֵ֭בֵל מִלֵּי/הֶ֑ם לַ֝/שֶּׁ֗מֶשׁ שָֽׂם אֹ֥הֶל בָּ/הֶֽם־׀־׃
STATEN
Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld; Hij heeft in dezelve een tent gesteld voor de zon.
וְ/ה֗וּא כְּ֭/חָתָן יֹצֵ֣א מֵ/חֻפָּת֑/וֹ יָשִׂ֥ישׂ כְּ֝/גִבּ֗וֹר לָ/ר֥וּץ אֹֽרַח׃
STATEN
En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen.
מִ/קְצֵ֤ה הַ/שָּׁמַ֨יִם מֽוֹצָא֗/וֹ וּ/תְקוּפָת֥/וֹ עַל קְצוֹתָ֑/ם וְ/אֵ֥ין נִ֝סְתָּ֗ר מֵֽ/חַמָּת/וֹ׀־׃
STATEN
Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.
תּ֘וֹרַ֤ת יְהוָ֣ה תְּ֭מִימָה מְשִׁ֣יבַת נָ֑פֶשׁ עֵד֥וּת יְהוָ֥ה נֶ֝אֱמָנָ֗ה מַחְכִּ֥ימַת פֶּֽתִי׃
STATEN
De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechte wijsheid gevende.
פִּקּ֘וּדֵ֤י יְהוָ֣ה יְ֭שָׁרִים מְשַׂמְּחֵי לֵ֑ב מִצְוַ֥ת יְהוָ֥ה בָּ֝רָ֗ה מְאִירַ֥ת עֵינָֽיִם־׃
STATEN
De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.
יִרְאַ֤ת יְהוָ֨ה טְהוֹרָה֮ עוֹמֶ֪דֶת לָ֫/עַ֥ד מִֽשְׁפְּטֵי יְהוָ֥ה אֱמֶ֑ת צָֽדְק֥וּ יַחְדָּֽו׀־׃
STATEN
De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig.
הַֽ/נֶּחֱמָדִ֗ים מִ֭/זָּהָב וּ/מִ/פַּ֣ז רָ֑ב וּ/מְתוּקִ֥ים מִ֝/דְּבַ֗שׁ וְ/נֹ֣פֶת צוּפִֽים׃
STATEN
Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.
גַּֽם עַ֭בְדְּ/ךָ נִזְהָ֣ר בָּ/הֶ֑ם בְּ֝/שָׁמְרָ֗/ם עֵ֣קֶב רָֽב־׃
STATEN
Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon.