KETUVIM

Psalmen 53

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
לַ/מְנַצֵּ֥חַ עַֽל מָחֲלַ֗ת מַשְׂכִּ֥יל לְ/דָוִֽד
STATEN

Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op Máchalath.

2
אָ֘מַ֤ר נָבָ֣ל בְּ֭/לִבּ/וֹ אֵ֣ין אֱלֹהִ֑ים הִֽ֝שְׁחִ֗יתוּ וְ/הִֽתְעִ֥יבוּ עָ֝֗וֶל אֵ֣ין עֹֽשֵׂה טֽוֹב
STATEN

De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.

3
אֱֽלֹהִ֗ים מִ/שָּׁמַיִם֮ הִשְׁקִ֪יף עַֽל בְּנֵ֫י אָדָ֥ם לִ֭/רְאוֹת הֲ/יֵ֣שׁ מַשְׂכִּ֑יל דֹּ֝רֵ֗שׁ אֶת אֱלֹהִֽים
STATEN

God heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.

4
כֻּלּ֥/וֹ סָג֮ יַחְדָּ֪ו נֶ֫אֱלָ֥חוּ אֵ֤ין עֹֽשֵׂה ט֑וֹב אֵ֝֗ין גַּם אֶחָֽד
STATEN

Een ieder van hen is teruggekeerd, te zamen zijn zij stinkende geworden, er is niemand, die goed doet, ook niet één.

5
הֲ/לֹ֥א יָדְעוּ֮ פֹּ֤עֲלֵ֫י אָ֥וֶן אֹכְלֵ֣י עַ֭מִּ/י אָ֣כְלוּ לֶ֑חֶם אֱ֝לֹהִ֗ים לֹ֣א קָרָֽאוּ
STATEN

Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geen kennis, die Mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen God niet aan.

6
שָׁ֤ם פָּֽחֲדוּ פַחַד֮ לֹא הָ֪יָה֫ פָ֥חַד כִּֽי אֱלֹהִ֗ים פִּ֭זַּר עַצְמ֣וֹת חֹנָ֑/ךְ הֱ֝בִשֹׁ֗תָה כִּֽי אֱלֹהִ֥ים מְאָסָֽ/ם
STATEN

Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, waar geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.

7
מִ֥י יִתֵּ֣ן מִ/צִּיּוֹן֮ יְשֻׁע֪וֹת יִשְׂרָ֫אֵ֥ל בְּ/שׁ֣וּב אֱ֭לֹהִים שְׁב֣וּת עַמּ֑/וֹ יָגֵ֥ל יַ֝עֲקֹ֗ב יִשְׂמַ֥ח יִשְׂרָאֵֽל
STATEN

Och, dat Israëls verlossingen uit Sion kwamen! Als God de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israël zal verblijd zijn.