Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.
KETUVIM
Psalmen 110
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (150)
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Getuigen
Interlineair
1
לְ/דָוִ֗ד מִ֫זְמ֥וֹר נְאֻ֤ם יְהוָ֨ה לַֽ/אדֹנִ֗/י שֵׁ֥ב לִֽ/ימִינִ֑/י עַד אָשִׁ֥ית אֹ֝יְבֶ֗י/ךָ הֲדֹ֣ם לְ/רַגְלֶֽי/ךָ
STATEN
2
מַטֵּֽה עֻזְּ/ךָ֗ יִשְׁלַ֣ח יְ֭הוָה מִ/צִּיּ֑וֹן רְ֝דֵ֗ה בְּ/קֶ֣רֶב אֹיְבֶֽי/ךָ
STATEN
De HEERE zal den scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, zeggende: Heers in het midden Uwer vijanden.
3
עַמְּ/ךָ֣ נְדָבֹת֮ בְּ/י֪וֹם חֵ֫ילֶ֥/ךָ בְּֽ/הַדְרֵי קֹ֭דֶשׁ מֵ/רֶ֣חֶם מִשְׁחָ֑ר לְ֝/ךָ֗ טַ֣ל יַלְדֻתֶֽי/ךָ
STATEN
Uw volk zal zeer gewillig zijn op den dag Uwer heirkracht, in heilig sieraad; uit de baarmoeder des dageraads zal U de dauw Uwer jeugd zijn.
4
נִשְׁבַּ֤ע יְהוָ֨ה וְ/לֹ֥א יִנָּחֵ֗ם אַתָּֽה כֹהֵ֥ן לְ/עוֹלָ֑ם עַל דִּ֝בְרָתִ֗י מַלְכִּי צֶֽדֶק
STATEN
De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizédek.
5
אֲדֹנָ֥/י עַל יְמִֽינְ/ךָ֑ מָחַ֖ץ בְּ/יוֹם אַפּ֣/וֹ מְלָכִֽים
STATEN
De Heere is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.
6
יָדִ֣ין בַּ֭/גּוֹיִם מָלֵ֣א גְוִיּ֑וֹת מָ֥חַץ רֹ֝֗אשׁ עַל אֶ֥רֶץ רַבָּֽה
STATEN
Hij zal recht doen onder de heidenen; Hij zal het vol dode lichamen maken; Hij zal verslaan dengene, die het hoofd is over een groot land.
7
מִ֭/נַּחַל בַּ/דֶּ֣רֶךְ יִשְׁתֶּ֑ה עַל כֵּ֝֗ן יָרִ֥ים רֹֽאשׁ
STATEN
Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen.