KETUVIM
Psalmen 72
תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
Getuigen
לִ/שְׁלֹמֹ֨ה אֱֽלֹהִ֗ים מִ֭שְׁפָּטֶי/ךָ לְ/מֶ֣לֶךְ תֵּ֑ן וְ/צִדְקָתְ/ךָ֥ לְ/בֶן מֶֽלֶךְ׀־׃
STATEN
Voor Sálomo. O God! geef den koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid den zoon des konings.
יָדִ֣ין עַמְּ/ךָ֣ בְ/צֶ֑דֶק וַ/עֲנִיֶּ֥י/ךָ בְ/מִשְׁפָּֽט׃
STATEN
Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.
יִשְׂא֤וּ הָרִ֓ים שָׁ֘ל֥וֹם לָ/עָ֑ם וּ֝/גְבָע֗וֹת בִּ/צְדָקָֽה׃
STATEN
De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.
יִשְׁפֹּ֤ט עֲֽנִיֵּי עָ֗ם י֭וֹשִׁיעַ לִ/בְנֵ֣י אֶבְי֑וֹן וִֽ/ידַכֵּ֣א עוֹשֵֽׁק׀־׃
STATEN
Hij zal de ellendigen des volks richten; hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen, en den verdrukker verbrijzelen.
יִֽירָא֥וּ/ךָ עִם שָׁ֑מֶשׁ וְ/לִ/פְנֵ֥י יָ֝רֵ֗חַ דּ֣וֹר דּוֹרִֽים־׃
STATEN
Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.
יֵ֭רֵד כְּ/מָטָ֣ר עַל גֵּ֑ז כִּ֝/רְבִיבִ֗ים זַרְזִ֥יף אָֽרֶץ־׃
STATEN
Hij zal nederdalen als een regen op het nagras, als de druppelen, die de aarde bevochtigen.
יִֽפְרַח בְּ/יָמָ֥י/ו צַדִּ֑יק וְ/רֹ֥ב שָׁ֝ל֗וֹם עַד בְּלִ֥י יָרֵֽחַ־־׃
STATEN
In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij.
וְ֭/יֵרְדְּ מִ/יָּ֣ם עַד יָ֑ם וּ֝/מִ/נָּהָ֗ר עַד אַפְסֵי אָֽרֶץ־־־׃
STATEN
En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.
לְ֭/פָנָי/ו יִכְרְע֣וּ צִיִּ֑ים וְ֝/אֹיְבָ֗י/ו עָפָ֥ר יְלַחֵֽכוּ׃
STATEN
De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof lekken.
מַלְכֵ֬י תַרְשִׁ֣ישׁ וְ֭/אִיִּים מִנְחָ֣ה יָשִׁ֑יבוּ מַלְכֵ֥י שְׁבָ֥א וּ֝/סְבָ֗א אֶשְׁכָּ֥ר יַקְרִֽיבוּ׃
STATEN
De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren.
וְ/יִשְׁתַּחֲווּ ל֥/וֹ כָל מְלָכִ֑ים כָּל גּוֹיִ֥ם יַֽעַבְדֽוּ/הוּ־־־׃
STATEN
Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen.
כִּֽי יַ֭צִּיל אֶבְי֣וֹן מְשַׁוֵּ֑עַ וְ֝/עָנִ֗י וְֽ/אֵין עֹזֵ֥ר לֽ/וֹ־־׃
STATEN
Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.