Ga naar inhoud
KETUVIM

Psalmen 144

תְּהִלִּים
Hoofdstukken (151)← → toetsen
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150151
Getuigen
Interlineair
Tekstgrootte
Diff
1
לְ/דָוִ֨ד בָּ֘ר֤וּךְ יְהוָ֨ה צוּרִ֗/י הַֽ/מְלַמֵּ֣ד יָדַ֣/י לַ/קְרָ֑ב אֶ֝צְבְּעוֹתַ֗/י לַ/מִּלְחָמָֽה׀׀׃
STATEN

Een psalm van David. Gezegend zij de HEERE, mijn Rotssteen, Die mijn handen onderwijst ten strijde, mijn vingeren ten oorlog;

2
חַסְדִּ֥/י וּ/מְצוּדָתִ/י֮ מִשְׂגַּבִּ֪/י וּֽ/מְפַלְטִ֫/י לִ֥/י מָ֭גִנִּ/י וּ/ב֣/וֹ חָסִ֑יתִי הָ/רוֹדֵ֖ד עַמִּ֣/י תַחְתָּֽ/י׃
STATEN

Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; Die mijn volk aan mij onderwerpt!

3
יְֽהוָ֗ה מָה אָ֭דָם וַ/תֵּדָעֵ֑/הוּ בֶּן אֱ֝נ֗וֹשׁ וַֽ/תְּחַשְּׁבֵֽ/הוּ־־׃
STATEN

O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

4
אָ֭דָם לַ/הֶ֣בֶל דָּמָ֑ה יָ֝מָ֗י/ו כְּ/צֵ֣ל עוֹבֵֽר׃
STATEN

De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

5
יְ֭הוָה הַט שָׁמֶ֣י/ךָ וְ/תֵרֵ֑ד גַּ֖ע בֶּ/הָרִ֣ים וְֽ/יֶעֱשָֽׁנוּ־׃
STATEN

Neig Uw hemelen, HEERE! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken.

6
בְּר֣וֹק בָּ֭רָק וּ/תְפִיצֵ֑/ם שְׁלַ֥ח חִ֝צֶּ֗י/ךָ וּ/תְהֻמֵּֽ/ם׃
STATEN

Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen.

7
שְׁלַ֥ח יָדֶ֗י/ךָ מִ/מָּ֫ר֥וֹם פְּצֵ֣/נִי וְ֭/הַצִּילֵ/נִי מִ/מַּ֣יִם רַבִּ֑ים מִ֝/יַּ֗ד בְּנֵ֣י נֵכָֽר׃
STATEN

Steek Uw handen van de hoogte uit; ontzet mij, en ruk mij uit de grote wateren, uit de hand der vreemden;

8
אֲשֶׁ֣ר פִּ֭י/הֶם דִּבֶּר שָׁ֑וְא וִֽ֝/ימִינָ֗/ם יְמִ֣ין שָֽׁקֶר־׃
STATEN

Welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid.

9
אֱֽלֹהִ֗ים שִׁ֣יר חָ֭דָשׁ אָשִׁ֣ירָה לָּ֑/ךְ בְּ/נֵ֥בֶל עָ֝שׂ֗וֹר אֲזַמְּרָה לָּֽ/ךְ־׃
STATEN

O God! ik zal U een nieuw lied zingen; met de luit en het tiensnarig instrument zal ik U psalmzingen.

10
הַ/נּוֹתֵ֥ן תְּשׁוּעָ֗ה לַ/מְּלָ֫כִ֥ים הַ֭/פּוֹצֶה אֶת דָּוִ֥ד עַבְדּ֗/וֹ מֵ/חֶ֥רֶב רָעָֽה־׃
STATEN

Gij, Die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;

11
פְּצֵ֥/נִי וְ/הַצִּילֵ/נִי֮ מִ/יַּ֪ד בְּֽנֵי נֵ֫כָ֥ר אֲשֶׁ֣ר פִּ֭י/הֶם דִּבֶּר שָׁ֑וְא וִֽ֝/ימִינָ֗/ם יְמִ֣ין שָֽׁקֶר־־׃
STATEN

Ontzet mij en red mij van de hand der vreemden, welker mond leugen spreekt, en hun rechterhand is een rechterhand der valsheid;

12
אֲשֶׁ֤ר בָּנֵ֨י/נוּ כִּ/נְטִעִים֮ מְגֻדָּלִ֪ים בִּֽ/נְעוּרֵ֫י/הֶ֥ם בְּנוֹתֵ֥י/נוּ כְ/זָוִיֹּ֑ת מְ֝חֻטָּב֗וֹת תַּבְנִ֥ית הֵיכָֽל׀׃
STATEN

Opdat onze zonen zijn als planten, welke groot geworden zijn in hun jeugd; onze dochter als hoekstenen, uitgehouwen naar de gelijkenis van een paleis.

Op De Naamdragers

Blogs over Psalmen 144

Nog geen artikelen die specifiek naar Psalmen 144 verwijzen. Zoek toch op de hoofdsite →